![]() |
geluksmoment Door de schemering fiets ik naar het huis van m'n vrienden Daphne en Jochem. Het is alsof mijn hoofd verpakt zit in een gewatteerde deken. De hersenpan voelt warm en wazig, het denken gaat in flarden. Ik ben nog een beetje bibberig van moeheid, want het is laat geworden afgelopen nacht en ik was vergeten van wijn op water over te schakelen. Lang geleden dat ik zo'n ouderwetse kater heb gehad. Om het te vieren neem ik de toeristische route, door lieve straten, over hobbelige grachtjes. Automatisch speel ik met mezelf het spel: in welk huis zou ik willen wonen? (Dit stamt nog uit de tijd dat ik naarstig op zoek was naar een woning en tegen beter weten in hoopte op een leegstaande zolderetage aan de Keizersgracht. Ik zou aanbellen, informeren en de benedenbewoner zou zeggen: "Dat is nou toevallig, die etage staat net leeg." En, wat een geluk, een minimale huur, direct te betrekken.) Een voorover hellend, scheef hoekhuis met vrolijke luiken wint het van een grachtenpand met hoge ramen. De torenklok slaat, ik heb geen haast. Mijn gedachten dwalen af naar afgelopen nacht. Ik ging met een vriend naar de kroeg en zou het niet laat gaan maken. Ik zag op tegen de ontmoeting, wilde liever thuisblijven wegens algehele sufheid, maar durfde het niet af te zeggen omdat de afspraak al zo lang stond. Het is zo'n vriend die altijd een beetje stug doet in het begin, wat vooral vervelend voelt als je zelf niet al te energiek bent. Natuurlijk werd het juist een geweldige avond. We praatten over boeken, Keith Richard en moesten lachen om dingen die we niet aan elkaar hoefden uit te leggen. Ik bedacht me hoe lang we al bevriend waren - veertien jaar - en hoe fijn het voelde dat hij mijn geschiedenis kende en ik de zijne. Pas toen de krukken van het buurtcafé op de bar gingen, zwierden we gearmd naar huis. Ik bedacht nog tien leuke plannen voor de toekomst (onder meer samen een kinderboek schrijven, een bezoek brengen aan de dierentuin en een pleziertocht maken naar Belgïe) en hij antwoordde dat we dat zeker allemaal zouden gaan doen. (Beiden wisten we dat dit niet waar was en dat we van elkaar wisten dat we dit wisten maar dat gaf niet.) In de verte hoor ik het piepende waarschuwingsgeluid van
de schoonmaakkarretjes op de Albert Kuypmarkt - het teken dat ik er bijna ben.
Ondanks de vermoeidheid en de drank in mijn ledematen voel ik me geweldig. De
gave gesprekken, het gevoel van verbondenheid geven me een ander soort energie
dan een goede nacht slaap en de voorgeschreven twee liter water. |
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
|