 |
sociale
topsport
Vrijdag: naar de film
met vriendin. Zaterdag: uiteten met vriend. Zondag: uit de hand gelopen borrel.
Maandag: zowaar direct na het werk naar huis, omdat ik me zo maandags voel. Dinsdag:
etentje van Marie Claire. Woensdag: opnieuw een afspraak die al lang staat en
dus niet kan worden afgezet.
Op donderdag lijd ik aan geestelijke spierpijn; de sociale
topsport eist zijn tol. Ik geniet vreselijk van het snelle leven, maar er komt
een moment dat ik niet meer wil. Hoe gelukkig ik ook kan worden van al die knusse
avondjes, de gesprekken, de wederzijdse aandacht, op den duur voel ik me ontevreden
over mezelf. Dan slaat mijn hoofd op hol en kan ik niet meer goed nadenken.
Ik wil dan alleen zijn en in mijn badjas een dik boek lezen van kaft tot kaft.
Ik zie het ook bij veel van mijn vriendinnen. Wanneer ik ze vraag hoe het ze
met ze gaat, verzuchten ze keer op keer 'jaaa, druk'. Vervolgens bladeren we
met een rimpel in het voorhoofd door de agenda, naarstig op zoek naar 'een gaatje'.
Ruim drie weken later vindt er dan eindelijk een ontmoeting plaats. Tja, meestal
nét op een moment dat we allebei verlangen naar een rustig avondje op
de bank.
Het mantra druk-druk-druk wordt op den duur een beetje triest, tenslotte zijn
het zelf verkozen bezigheden. Klagen over te veel aandacht, dat kunnen we toch
eigenlijk niet maken. Op een dag kijken we oud en eenzaam naar buiten en vragen
ons paniekerig af waar de thee met tussendoortje van drie uur blijft. Of zouden
we dan nog steeds van afspraak naar afspraak racen met onze opgevoerde rollator?
"En dus," vertel ik mijn vriendin Aki op de treinreis
van werk naar huis, "ga ik vanavond helemaal niets doen." Aki gaapt
instemmend. "Het klinkt belachelijk," verzucht ik, "maar ik heb
me al dagen op deze avond verheugd." Een lege plek in de agenda, wat kan
dat toch een zegen zijn.
Ik kijk opzij. Naast me zit schrijver Theodor Holman met een lederen cowboyhoed
op zijn hoofd en een grote sporttas op schoot. Alsof hij net een moord heeft
gepleegd en met zijn dubbelloops geweer incognito het land probeert te ontvluchten.
De vrouw tegenover hem lijkt op zo'n hond met duizend plooien in zijn gezicht,
droef van geboorte. Ze blijkt in een orkest te spelen. Maar ik dwaal af. Aki
seint met haar wenkbrauwen dat ze de bekende Nederlander heeft gespot.
Dan maak ik een cruciale fout. Ik vertel m'n vriendin dat ik zo'n trek heb in
patat. Ze kijkt me lief aan en zegt voorzichtig: "We kúnnen natuurlijk
ook 'steak frites' gaan eten in De Kring..." In het restaurant van sociëteit
De Kring laten ze zich godzijdank niet intimideren door de terreur van lompe
Belgische patat en serveren ze delicate Franse frietjes. Terloops werp ik een
hulpeloze blik op cowboy Holman, maar hij concentreert zich op de musicerende
sharpei-hond. Aki kijkt me vragend aan: "We maken het niet laat."
Als ze ziet hoe ik in gewetensnood raak - verdieping versus patat mét,
wat een dilemma - schiet ze me te hulp: "O sorry, jij verheugde je op je
vrije avond." Mijn antwoord klinkt mezelf plausibel in de oren: "Dat
is nou juist het fijne van zo'n avond: er kan iets onverwachts gebeuren."
Innig tevreden bestuderen we even later de menukaart. Veel
te melden heb ik niet, maar ach, zelfs sociale topsporters kunnen niet altijd
de gouden medaille veroveren. In blessuretijd zal ik de wereld overdenken en
me op een epos van minstens vierhonderd bladzijden storten. Maar dat is later.
"Weten jullie het al," vraagt de ober en we turen voor de vorm nog
een moment. Aki overhandigt hem de kaart: "Uhm, ik denk dat ik steak frites
neem." Ik knik: "Weet je wat, doe mij maar hetzelfde."
|