het grote genieten
Ik kijk naar buiten. Over de kade loopt een dikke vrouw met een worstvormige hond. De hond krabt langdurig aan zijn gevlekte kont, de vrouw trekt hem ruw mee. Aan de hemel staat een witte vliegtuigstreep.
Op het aanrecht ligt een lege koekjesverpakking. Opruimen? Ach, waarom eigenlijk.
Mijn oog valt op de fruitschaal. Een mandarijn? Lusteloos begin ik te pellen.
Iets doen. Ik begin te lezen. Na anderhalve bladzijde geef ik het op. De telefoon gaat. Opnemen of laten rinkelen? Als ik uiteindelijk opneem, ben ik net te laat.
Ik denk aan de honger in Afrika. Ik denk aan het lot van de illegalen. Ik denk aan de man die miljonair had kunnen zijn maar geen cent kreeg, omdat het bedrag van z'n lot niet werd afgeschreven. Ik peper mezelf in dat hij nu z'n hele leven assistent-landmeter zal moeten blijven in plaats van multimiljonair. Dat is pas erg. Maar het helpt niet.

Waarom verlummel ik deze vrije uren? Waarom heb ik vandaag nog geen enkele zinnige gedachte gehad? Het ergste vind ik dat ik geen goede reden heb om me lamlendig te voelen. En dat is verboden, zomaar een dag voorbij laten gaan. Het leven moet mooi zijn, bijzonder, enerverend, geweldig. Ik lijd aan de ziekte van deze tijd, het koortsachtige verlangen om alles uit het leven te halen. Als dat even niet lukt, is het je eigen schuld en noemen we het nog liever depressie dan gewoon een rotdag.
Modern calvinisme: elke minuut moet benut worden. Maar dan niet om de was door de mangel te halen, het zondagse goed te strijken en de kleden met de mattenklopper te lijf te gaan. Nee, we moeten profiteren van de eerste zomerwind, de veelbelovende vrije avond, de spaarzame uren na het werk. Genieten is het nieuwe gebod. Maar hoe je dat precies doet een heel leven lang, staat nergens geschreven.

Had ik maar een tobbe om in te schrobben, een zondagse jurk om te strijken, een kleed om te kloppen. Dan wist ik wat me te doen stond en kon ik me heerlijk kwijten van m'n doodsaaie taken met een gerechtvaardigd bloedchagrijnig hoofd. Om vijf uur de zuurkool op het vuur, om half zes aan tafel en direct daarna weer aan de afwas. Na het eten een moment voor mezelf als de vader des huizes boven z'n krant in slaap is gesukkeld, de door mij gebrachte pantoffels nog aan z'n vermoeide voeten.
Na de noeste arbeid zou ik heerlijk nog wat lezen in Leni Saris, een naaiwerkje ter hand nemen, of een beetje puzzelen aan een Zwitsers berglandschap met 5000 stukjes, dat pas maanden later voltooid zal zijn. Voor het slapengaan zou ik het plastic tafelkleed over de tafel trekken en de ontbijtbordjes klaarzetten, het plastic setje met twee soorten hagelslag keurig op z'n vaste plek.
Na zo'n welbestede dag van hard werken schiet ik in mijn flanellen nachtjapon, om tussen de fris gesteven lakens te schuiven - de wekker op half zes, het is morgen weer vroeg dag. Voor ik wegzak in een diepe, droomloze slaap zou ik nog een moment kijken naar de zelf geborduurde wijsheid boven het bed: ledigheid is des duivels oorkussen.

Ik kijk naar buiten. Er drijven een paar vastberaden Hollandse wolken voorbij. De telefoon gaat, maar ik neem nog steeds niet op. Ik ga de was doen, op veertig graden. Smijten met vuile sokken en onderbroeken, intens uit m'n humeur de witte en bonte was sorteren, dat lijkt me nou een prima tijdsbesteding. Vandaag hoef ik niet te genieten. Heerlijk eigenlijk, zo'n rotdag.

 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit is een afbeelding van een pagina uit Marie Claire, de foto op deze pagina is gemaakt door Carin Verbruggen.