mul in india (4)

Aan mijn onbekende lezer,

Ooit las ik met gloeiende koorts Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans. Het boek bracht enige verkoeling. Op reis herinner ik me plotseling andere reizen. Reizen die zich ergens in mijn hoofd hebben verstopt, maar zich pas laten zien als ik land op een onbekende plek. Nooit meer slapen las ik ruim vijftien jaar geleden tijdens een vakantie in Indonesië. Het ijzige decor van de roman vormde een vreemd contrast met mijn tropische omgeving. De palmen fluisterden dat ik beter moest worden. Misschien heb ik me dat ijlend verbeeld.

Deze keer vallen plaats van handeling en plaats van bestemming samen. Ik lees The God of Small Things van Arundhati Roy, dat zich in het zuiden van India afspeelt. Haar taal danst, verleidt, sleept je mee in de afgrond waar het verhaal onherroepelijk op af dendert. Met die eigen taal roept ze de magische wereld op van een zevenjarige tweeling - even magisch als India zelf: 'Who was he, the one-armed man? Who could he have been? The God of Loss? The God of Small Things? The God of Goose Bumps and Sudden Smiles? Of Sourmetal Smells - like steel bus-rails and the smell of bus conductor's hands from holding them?'

Daarna ontwaar ik de God van de Kleine Dingen achter elke palmboom, op elke stoffige straathoek, in het zweterige parfum van de kokosnotenverkoper en de alwetende blik van een bedelaar. En als ik de golven 's nachts brullen, hoor ik Hem.

*

In een portiek ontwaar ik een bewusteloze bedelaar. Hij ligt in een plas waarvan de herkomst onduidelijk is. Ik vermoed bier, maar het kan ook zweet zijn, of een andere vorm van lichaamsvocht. Twee mannen beginnen ruw aan de voeten van de bedelaar te trekken. Ze verslepen hem als een zak afval. Zijn ledematen schuren over de vloer. Als hij niet langer in de weg ligt, laten ze hem los. Probleem opgelost. Levenloos blijft hij achter. Waar blijft de God van de Kleine Dingen?

*

Vanochtend kwam er tijdens het ontbijt een verrimpelde man met een rare voet (een soort klomp met her en der een teen) aan ons tafeltje. Ik smeerde een boterham met jam en boter voor hem, maar hij wuifde het aanbod professioneel weg. Toen heb ik hem maar tien rupees gegeven. Nu zit ik nog steeds met die boterham in mijn tas. Wat doe ik ermee? Dat is de vraag.

*

De taxi is op weg naar het vliegveld. Vlucht Bombay- Amsterdam. Het voelt alsof ik ontvoerd word. Tienjarige bedelaars met baby's op hun arm rennen op blote voeten over het hete asfalt en grijpen met hun kleffe handjes door het raampje van de taxi. Ze vragen om geld, om bananen. Had ik er maar aan gedacht om eten mee te nemen. Ik wil naar huis, maar ik wil hier niet weg. Ik wil niet naar huis, maar ik wil hier niet blijven. Ik wil dáár zijn waar ik niet ben en als ik er ben, wil ik weg.

Ik zweef boven de taxi en zie mijzelf zitten in de auto, met de bedelaars hangend aan het raampje. "Hello thank you!" roepen ze omdat dat het enige Engels is dat ze kennen. Ik denk aan The God of Small Things. Zonder het vertellen van verhalen redden we het niet. Arundhati Roy schrijft: 'In the Great Stories you know who lives, who dies, who finds love, who doesn't. And yet you want to know again.' Ik verlang naar een goed verhaal waarvan ik het einde ken.






 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.