boekenbal

Bibberend maken bekende en iets minder bekende schrijvers hun entree. Deze avond zal de geschiedenis ingaan als het koudste Boekenbal ooit. Buiten de Stadsschouwburg dan, want binnen komen de gasten al aardig op stoom. Voor ik over de rode loper ga, moffel ik nog snel mijn gebreide handschoenen weg.

Ik ken het Boekenbal alleen uit de verhalen: dat de muziek steevast oubollig is, dat de mannelijke aanwezigen de hoge literatuur voor een avond vergeten en zich massaal overgeven aan hun laagste driften, dat Harry, Connie en Hans er zullen zijn. (Altijd bij de voornaam noemen, ook al heb je ze nog nooit ontmoet.) En inderdaad, Harry houdt audiëntie op een bankje bij de trap. Hij ziet er kalmpjes en tevreden uit. Ik vraag me nog even af of ik me vergis, maar ja hoor, schrijfster Manon Spierenburg, medelid van de Writers On Heels, zit pontificaal naast hem. Ze is er zelf ook nog een beetje verbluft van, vraagt zich na afloop af wat ze in godsnaam tegen hem heeft gezegd.
Een zaal verder danst Kluun in een glanzend pak. Hij oogt als een glunderend jongetje dat heimelijk denkt: net echt, ik hier op het Bal. Zijn vrouw kijkt geamuseerd in het rond. "Jij bent zijn trouwe eerste lezer," zeg ik.
"Ja," zegt ze, "en nog veel meer dan dat."
We zwieren door de gang, komen uit in de hal, waar jonge schrijfster-in-wording Renske de Greef elegant boven iedereen uittorent. In het kwartier dat ik naast haar sta, wordt ze door drie zichtbaar geïntimideerde mannen aangesproken op haar lengte.
Verderop hengelt Theodor Holman, grijs en blozend, naar leuke meisjes, die zo te zien niet willen bijten. Daar zit vast wel weer een zielig stukje in als hij straks alleen de koude nacht induikt. Op de trap tref ik thriller-schrijfster Simone van der Vlugt die meedeelt dat ze momenteel op een overloop woont. Dakloos? Nee, midden in een verbouwing.

Voor ik het weet, is het twaalf uur en begint het grote, rituele roven van de requisieten. Daar naderen Karin Giphart en haar onafscheidelijke eega - bontjes om de schouders, torenhoge hakken. Karin heeft een enorm portret van broer Ronald van de muur gerukt: leuk voor thuis boven de bank. Ze houdt het bijna niet meer uit op haar hoge hakken, maar haar vrouw trekt ongeduldig aan haar arm: "Wanneer gaan we nou dansen?"
We dwalen weer verder, zoals iedereen ronddwaalt op dit vreemde feest, over de trappen, van zaal naar zaal, constant onderweg, op zoek naar de plek waar het gebeurt. Daar op de trap torent Tommy Wieringa boven zijn bewonderaars uit en daar komt Renate Dorrestein voorbij in het rood en daar verderop, natuurlijk wie anders, Hans van Mierlo. Doordat alles rond loopt in de Stadsschouwburg lijkt het allemaal steeds weer nieuw en tegelijkertijd één groot déjà vu. Deze rusteloze dans gaat door tot in het oneindige.

Ik kom pas heel laat op het idee dat ik aan deze dans zelf een einde kan maken. Buiten slaat de vrieskou me in het gezicht. Om de hoek wacht mijn milieuvriendelijke limo van vanavond - een oranje fiets die krakerig trapt vanwege een slecht gesmeerde ketting. In mijn zak een onverwacht cadeautje: de gebreide handschoenen.





 
 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.