cafégesprek

In het café kwam ik een jongen tegen die een gesprek begon over de EO. "Je moet er maar eens op letten hoe vaak ze documentaires over oorlogen uitzenden," zei de jongen, die oogde als een gevoelige kunstenaar met veel smaak en weinig geld.
We dronken een wijntje en bespraken het geval. Zou die neiging voortkomen uit een bijbelse fascinatie? In de geschriften wordt tenslotte ook flink wat bloed vergoten en menig hoofd afgehakt. Is de verborgen boodschap van de EO dat de mens zondig is en zichzelf te gronde richt? Dat god degene is tot wie we ons in zware tijden moeten wenden?   

We kwamen tot de ontdekking dat deze omroep ook opvallend vaak documentaires over mensen met enge ziektes laat zien. De hoofdpersonen blijken meestal na een minuut of vijftien niet alleen dodelijk ziek maar ook devoot christelijk te zijn. In Job-achtige tijden vinden zij troost bij de Here, al is die niet van zins hen beter te maken. Meestal is de moraal van het verhaal dat ze hun afschuwelijke ziekte niet hadden willen missen. Sterker nog, dat ze dankzij hun ziekte pas de waarde van het leven en van hun geloof zijn gaan inzien. Happy end met dodelijke afloop.
Ik nipte van mijn wijn. "Ik snap niet dat je er een ziekte voor nodig hebt om 'de kleine dingen' in het leven te waarderen."
"Nee," zei de gevoelige kunstenaar opgewekt, "ik denk er nu al genoeg bij na dat het elke dag afgelopen kan zijn."

We begonnen er nu lekker in te komen en ik memoreerde een documentaire over dwergen, weer helemaal actueel sinds het Boekenweekgeschenk van Arthur Japin. Pardon, lilliputters moet je tegenwoordig zeggen. (Al vind ik het een veel naarder woord dan dwerg, dat juist waardig klinkt, groots in zijn kleinheid. Misschien omdat het woord berg er zich bijna helemaal verborgen houdt.)
"Waren die dwergen ook christelijk?" wilde de gevoelige kunstenaar weten.
Nee, niet dat ik wist. Ze gedroegen zich juist erg onchristelijk, eigenlijk. Misschien was dat ze vergeven omdat God ze een klein lichaam had gegeven. De man en de vrouw om wie de documentaire draaide, maakten eerst twee dwergenkinderen en kwamen toen in een crisis.
"Ik heb zoiets van... ik weet het ook effe niet meer," citeerde ik de mannelijke dwerg, die de godganse dag chagrijnig was, boos op alles en iedereen. Hij had twee kwijlende honden die zoveel groter waren dan hij dat ze hem steeds omver dreigden te lopen. Aan het eind van de uitzending zat een vooruitblik waarin de vrouwelijke dwerg meedeelde: "Nou, de kogel is door de kerk, we gaan scheiden." Aftiteling.
In de aflevering daarop was de man naar boven verhuisd, waar hij verongelijkt op het logeerkamertje bivakkeerde. Als hij iets wilde weten over de kinderen, die met hun handicap maar moeizaam de trap opkwamen, belde hij naar beneden. Zijn vrouw: "Ik heb zoiets van... dit gaat zo niet langer."
Ik begon me te realiseren dat ik niet naar een documentaire over twee fascinerende kleine mensen zat te kijken, maar naar een programma over twee proleten die toevallig klein waren.
Dit alles vertelde ik aan de gevoelige kunstenaar, die lachte zonder geluid. Misschien ontstond in zijn hoofd een beeldhouwwerk, wie zou het zeggen. Daarna praatten we nog even over Japanse binnenhuisarchitectuur en gingen uiteen.

's Nachts zou ik dromen van een levensgrote dwerg die me krijsend achterna kwam, maar dat was later.  

 
 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.