|
koopje
Het was een buitenkansje. De kasten kwamen in de verkoop. Ze hadden jarenlang op kantoor gestaan en nu wilde de baas er vanaf. Het bedrijf ging verhuizen, bij een nieuw kantoor hoorde nieuw meubilair. Ze waren veel geld waard, er werd gesproken over meer dan duizend euro per kast. Had hij kasten nodig? Daar kon hij bevestigend op antwoorden, wanneer hij de boekenkast van Ikea als tijdelijk beschouwde. Billy's, die sierden een studentenkamer, maar een volwassen huishouden verdiende volwassen kasten. Hij kocht er drie. Tachtig euro per stuk. Koopje. Toen hij de kasten op een bewolkte dag met zijn gehuurde boedelbak van kantoor naar huis vervoerde, overviel hem een gevoel van intense tevredenheid. Hij was een man met een huis, een vrouw, een baan en drie bijzonder fraaie boekenkasten. De boeken die hij jaarlijks van zijn vrouw op zijn verjaardag kreeg in de hoop dat hij dan eindelijk zou gaan lezen, zouden een waardige plek krijgen. Bij het uitladen van de kasten merkte hij dat de voordeuropening kleiner was dan gedacht. Met de hulp van een buurman sjorde hij de kasten overdwars het huis in. Fraaie kasten, beaamde de buurman, werkelijk een koopje. Hij kwam niet vaak in de schuur, de kasten hielden zich schuil. Bij vlagen vlamde het schuldgevoel op, het was alsof hij ze in de steek had gelaten. Ze staan prima in de schuur, vertelde hij zichzelf, net zolang tot hij de stem in zijn hoofd tot zwijgen had gebracht. Ze stonden daar toch ook prima? Toen diende de zaterdag zich aan waarop hij vol rusteloze energie ontwaakte. Hij rukte de gordijnen open, een waterige zon steeg boven het dak van de schuur uit. Het was nu of nooit. Beneden maakte zijn vrouw het ontbijt. Ze keek wel even vreemd op toen hij, in de kleren waarin hij een blauwe maandag had gevist, rechtstreeks doorliep naar de tuin en in de schuur verdween. Hij sleepte de kasten het gazon op. Nu nog het juiste gereedschap. Daar kon de buurman hem bij helpen. Pas toen bedacht hij zich dat de buurman op vakantie was. Acht dagen Kreta. Of Lesbos, daar wilde hij vanaf zijn. Wat was nu een week op een mensenleven? Hij sleepte de kasten weer de schuur in. Dat moest dan maar. Met zijn verjaardag kreeg hij geen boeken, maar een fiets. De fiets had twaalf versnelling en glom hem tegemoet. Hij voorzag een nieuw leven, met lange fietstochten door de natuur. Goed beschouwd zoveel gezonder dan vissen. De fiets paste niet in de schuur. Roest loerde op het glimmende frame, klaar om toe te slaan. De kasten moesten weg, er zat niets anders op. Zo reed hij op zijn verjaardag met een gehuurde boedelbak naar de vuilstort. De kasten kregen een waardige rustplaats. Diezelfde dag reed hij vol verjaardagsenergie naar Ikea om een Billy te kopen. Een tijdelijke oplossing. Nu hij dan toch een boedelbak had gehuurd, kon hij net zo goed van de gelegenheid gebruik maken. Jammer dat het die dag begon te regenen, anders had hij de kast lekker buiten in elkaar kunnen zetten. Vanuit het huis staarde hij in het schemerdonker naar de schuur. Hij verheugde zich nu al op het weekend. Dan zou hij zijn handen laten wapperen. Het ideale moment om de Billy te monteren. Wat zou hij nu eens doen. Fietsen? Vissen? Nee. Te koud. Monter greep hij een boek van de stapel tegen de muur. Vanavond ging hij eens lekker een avondje lezen. |
|
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
||