|
thuis
Mul bezocht een ver Aziatisch land. Ze begon haar reis in een grote stad. Smog en dampende hitte benamen haar de adem. De overbeladen brommers die in een eindeloze stroom voorbij raasden, reden haar zonder pardon van de sokken - ook als het licht op rood stond. Het leek wel of er geen verkeersregels bestonden. Alles was vreemd om haar heen, maar ze had bedacht dat ze de stad moest leren kennen. Na een half uur wandelen over een stoffige weg plakte haar T-shirt aan haar rug, was ze drie keer bijna overreden en voelde ze zich zo moe dat ze rechtsomkeert maakte. Mul gaf zich gewonnen. Een dag later werd Mul door een vriendelijke taxichauffeur naar haar hotel gereden. Het was midden in de spits; als brullende beesten baanden de toeterende, elkaar snijdende auto's en brommers zich een weg. De taxi belandde op een overvolle rotonde. Toen ze de chauffeur duidelijk maakte dat hij te ver was doorgereden, glimlachte hij ontspannen: no problem. Om vervolgens zonder enige bedenkingen de auto midden op de rotonde in zijn achteruit te zetten. Mul keek verbaasd door het raam. Ze voelde geen angst. Daar, in die taxi, gaf ze zich over aan het land en zijn wonderlijke codes. Ze bleef zich verwonderen, dat wel. Na een maand landde Mul in het rechte, platte land waar ze vandaan kwam. Nadat ze haar koffer door de draaideur van de luchthaven had gemanoeuvreerd, snoof ze onwennig de frisse lucht op. Verderop wachtten de taxi's. |
|
|
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
|||