de vreters

Zachtjes knagen ze zich een weg. Eerst knabbelen ze aan je tenen, je handen, je huid. Als ze eenmaal binnen zijn, eten ze zich een weg naar je hoofd. Dan wordt het waarlijk gevaarlijk.

Ik heb het over de Vreters.

Vreters doen zich anders voor dan ze zijn. Ze lachen hun knaagtandjes bloot en kronkelen zich in bochten. Je intuïtiemeter slaat rood uit zodra ze in de buurt komen, maar je wilt niet onredelijk zijn. Je denkt dat je de Vreter eerst een kans moet geven. Dit is een vergissing. Een simpele test voldoet: wat gebeurt er in geval van oorlog? Over dat antwoord hoef je niet lang na te denken. Je hebt de Vreter immers herkend. De oorlog is nog niet uitgebroken of hij meldt zich bij de NSB.
Ik heb ooit een jaar lang onder een Vreter gewerkt.
Ik bleef, want zo gemakkelijk wilde ik me niet gewonnen geven.
Uiteindelijk zou het recht zegevieren, daar was ik van overtuigd. Dat wilde ik geloven.
De Vreter knaagde zich een weg.
Ik bleef, want de overige collega's waren zo leuk.
Ze hadden slechts één minpunt: het duurde eindeloos voor ze de Vreter ontmaskerden. "Ja, jij mag haar nu eenmaal niet," susten ze met een glimlach.
Misschien overdreef ik. Misschien viel het allemaal wel mee. Misschien had ik me vergist. Op de momenten dat ik dat dacht, zette ze haar tanden in mijn vlees. Daar ligt het talent van de Vreters: ze weten precies wanneer ze toe moeten slaan.
Ik bleef, want het werk was inhoudelijk interessant.
Ik bleef, want anders zou haar slechte gedrag beloond worden.
Er waren wel duizend redenen om te blijven en maar één om weg te gaan.

Na een jaar werd de Vreter op staande voet ontslagen. Gerechtigheid? Ja. Was het die tijd en energie waard? Nee. Vreters verspreiden niet alleen een nare sfeer, ze knagen ook aan je waardigheid. Ik voelde me slecht als ik me weer eens boos over haar maakte. Ze had zich een weg naar mijn hoofd gegeten. Zo werd ik zelf ook een Vreter. Nou ja, bijna.

Voortaan stel ik mezelf de oorlogsvraag. Als het antwoord verkeerd uitpakt (NSB-er), ben ik weg. Op het moment zelf voelt dat als opgeven. Ergens vind ik nog steeds dat ik ertegen moet kunnen, al weet ik uit ervaring dat ik daar niets mee win. Maar als ik me eenmaal uit de voeten heb gemaakt verliezen die gedachten hun kracht. Dan voel ik me enkel opgelucht.

Dit is dus een afscheid. Dag klein klein Vretertje met je scherpe tanden. Niet meer knabbelen en knagen hoor.
Foei.
Wat zeg je, hoor ik dat goed?
Nou nou, het is toch wat.
Heb je nu alweer honger?

 
 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.