halfstok

De trein had geen haast. Hij stond vooralsnog goed, zo geparkeerd langs perron 1. Mul probeerde zich te concentreren op haar boek. De letters deden een stoelendans, vooralsnog zonder winnaar. Een bank verder zocht een meisje van rond de twintig contact met de rest van de wereld. Na drie keer bellen had ze beet.
"Hé! Ik was nog even benieuwd hoe je het gehad had verder, met Koninginnedag."
(...)
"Ja gezellig! Lekker staan dansen op het Rembrandtplein. Helemaal top."
(...)
"Ik was op een gegeven moment gewoon gestopt met drinken. Ik moest steeds naar de wc, weet je wel. Ik werd er helemaal gek van. Ik had zoiets van: dan maar niet."
(...)
"Ben je aan het eten of zo?"
(...)
"O ja, gezellig. Zalm, of wat?"
(...)
"Hé, maar misschien kunnen we binnenkort nog wat afspreken. Gewoon iets gezelligs. Dus ik dacht, ik bel even..."
(...)
"Lijkt me leuk. Doen we samen gezellig dodenherdenking of zo. Toch?"
(...)
"Ja, is goed. Hé, zie je snel. Eet smakelijk. Doei!"

De trein besloot te vertrekken. Zodra het landschap aan Mul voorbij trok, begon het. Reisheimwee. Een onbestemd verlangen naar vroeger en voorbij. Ze had er vaker last van. Het grasland noodde tot mijmeren. Ze voelde zich alleen op een niet onprettige manier, dacht aan de mensen in haar leven en de mensen die eruit verdwenen waren. Sommigen gemerkt, anderen ongemerkt. De meisjes met wie ze vroeger rolschaatsten. De jongens met wie ze ooit dacht voor eeuwig samen te zijn. De studiegenoten met wie ze meer uren in de kroeg dan de collegebanken doorbracht. Ze vormden haar verleden. Samen waren ze Mul, in zekere zin. Ze zou iedereen om wie ze ooit gegeven had bij zich willen houden. Dat ging niet, zover was Mul inmiddels, maar toch.
Mensen waren eigenlijk altijd onderweg, peinsde ze. Van huis naar werk naar supermarkt naar huis naar bioscoop naar kroeg naar huis en dan de volgende dag, met lichte varianten, weer. Alsof het zin had. Het was van een aandoenlijk optimisme. De rest van de reis staarde Mul uit het raam met het boek op haar schoot. Het belmeisje zocht haar mobiele adresboek af, maar kreeg geen gehoor.

Toen werd het 4 mei en hing de buurvrouw de vlag halfstok. Een welhaast archaïsch gebaar dat Mul kon waarderen. Vanaf een bankje in de gemeenschappelijke tuin bekeek ze het tafereel. Dacht aan haar oude schooltas en hoe die ooit gebungeld had aan de voor de gelegenheid geleende vlaggenstok. Sindsdien had ze nog vaak gedroomd dat ze haar examen niet haalde, al was ze destijds met vlag en wimpel geslaagd.
Mul hief haar gezicht naar de laatste zon van de dag. Nog een paar uur, dan begon de dodenherdenking. Ze zag het belmeisje door de stad zwerven, op zoek naar bondgenoten om samen stil mee te zijn. Zou ze haar telefoon uitzetten als het eenmaal acht uur was?
Mul bekeek de vlag nog eens goed. Blauw, wit, rood. Hij hing verkeerd om.

 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.