|
halfstok
De trein had geen haast. Hij stond vooralsnog goed, zo geparkeerd langs perron 1. Mul probeerde zich te concentreren op haar boek. De letters deden een stoelendans, vooralsnog zonder winnaar. Een bank verder zocht een meisje van rond de twintig contact met de rest van de wereld. Na drie keer bellen had ze beet. De trein besloot te vertrekken. Zodra het landschap aan Mul voorbij trok, begon het. Reisheimwee. Een onbestemd verlangen naar vroeger en voorbij. Ze had er vaker last van. Het grasland noodde tot mijmeren. Ze voelde zich alleen op een niet onprettige manier, dacht aan de mensen in haar leven en de mensen die eruit verdwenen waren. Sommigen gemerkt, anderen ongemerkt. De meisjes met wie ze vroeger rolschaatsten. De jongens met wie ze ooit dacht voor eeuwig samen te zijn. De studiegenoten met wie ze meer uren in de kroeg dan de collegebanken doorbracht. Ze vormden haar verleden. Samen waren ze Mul, in zekere zin. Ze zou iedereen om wie ze ooit gegeven had bij zich willen houden. Dat ging niet, zover was Mul inmiddels, maar toch. Toen werd het 4 mei en hing de buurvrouw de vlag halfstok. Een welhaast archaïsch gebaar dat Mul kon waarderen. Vanaf een bankje in de gemeenschappelijke tuin bekeek ze het tafereel. Dacht aan haar oude schooltas en hoe die ooit gebungeld had aan de voor de gelegenheid geleende vlaggenstok. Sindsdien had ze nog vaak gedroomd dat ze haar examen niet haalde, al was ze destijds met vlag en wimpel geslaagd. |
|
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
||