| vies woord
Zich schamen. Ik schaam me. Schaamte. Schaamte schaamte schaamte. Mul raakt in het woord verstrikt. Ze vindt het een beetje vies.
Mul schaamde zich vroeger vreselijk. Ze had er werkelijk een dagtaak aan. Toen ze klein was, schaamde ze zich voor de manier waarop haar vader zijn neus snoot (scheepstoetergewijs), voor de gezonde stappers aan haar voeten (Piedro) en voor de poster tegen de neutronenbom die haar moeder op het raam had geplakt (ban de bom!).
Vreemd genoeg schaamde ze zich vooral voor dingen waar ze niets aan kon doen. Zo fietste ze ooit van school naar huis. Het was winter. Ondanks de ijzige kou weigerde Mul de wanten te dragen die haar moeder voor haar had gekocht. Liever koud dan kinderachtig. Onderweg passeerden haar drie onbekende jongens. Ze waren een stuk groter dan Mul en lachten te hard. Eng. Een van hen had een lege melkfles in zijn hand, die hij onverwachts in haar richting gooide. De fles scheerde rakelings langs Muls hoofd en spatte uiteen op het wegdek. Scherfjes landden op haar handen. Hevig geschrokken fietste ze door. Ze was zo verkleumd dat ze pas na enige tijd merkte dat haar linkerhand bloedde. Ze veegde de rode druppels weg. Muls hand klopte van de pijn. En haar hoofd van schaamte. Ze vertelde niemand wat er was gebeurd. Het was een geheim tussen haar en haar linker hand.
Nog altijd kan Mul niet goed benoemen waar dat schaamtegevoel vandaan kwam. Ze vond het vreselijk iemand te zijn naar wie onbekende jongens graag flessen gooiden. Ze zag zichzelf fietsen: zo'n stomme Mul dat ze een fles naar haar hoofd verdiende.
Mensen die zich schamen, zijn zich hyperbewust van zichzelf, peinst Mul. Het is alsof ze zichzelf voortdurend filmen met een videocamera en het beeld kritisch evalueren. Kijk nou hoe ze met haar been wiebelt, hoe ze zit te spelen met haar pen, hoe ze lacht terwijl er niets te lachen valt.
Op die koude middag had ze met liefde het beeld willen wissen dat ze in de ogen van de baldadige jongens zag. Althans, het beeld dat ze meende te zien. Ze kwam geen moment op het idee dat haar fietsbanden het eigenlijke doelwit waren. Dat het misschien helemaal niet uitmaakte wie daar op dat moment fietste.
Mul is inmiddels grotendeels over de schaamte heen gegroeid. De videocamera staat meestal op pauze. En als ze zich ervan bewust is dat ze wiebelt, friemelt of lacht om niets zegt ze tegen zichzelf: wat geeft het eigenlijk?
Niks toch. Nou dan. Maar toch.
Als Mul naar het littekentje op haar linkerhand kijkt, laait de schaamte weer op. Dan schaamt ze zich voor de schaamte. Het blijft een vies woord.
|