|
olifanten langs de weg
Mul raakt verwikkeld in een discussie. En die gaat over kunst. Haar discussiepartner is een vrouw die in de veronderstelling verkeert dat een koophuis, een leaseauto en een pensioenregeling zekerheid verschaffen. Haar autosleutels liggen op tafel. Kunst in de openbare ruimte is haar een doorn in het oog. Kunst langs de weg, daar gruwt ze van. En dus roept ze: "Waarom moet die lelijke rommel van mijn belastingcenten worden betaald? Daar ben ik tegen!" Mul begint altijd een beetje te suizebollen als het woord 'belastingcenten' voorbij komt. Vreemd, vindt ze, dat kunst zoveel agressie kan oproepen. Belastingverhoging, identiteitscontrole, politie te paard, voetbalwedstrijden: dat de mens daar agressief op reageert, kan ze nog net begrijpen. Maar dat kunstwerken langs de weg je woedend maken, nee, daar kan ze niet bij. Mul heeft altijd gedacht dat kunst het leven mooier maakt. Ze moet denken aan de enorme stenen olifanten langs de snelweg in de buurt van Lelystad. Als ze voorbij rijdt, groet ze ze altijd even. Mul zegt: "Je hoeft ook niet alle kunst mooi te vinden, dat is een misvatting." Mul vervalt in gepeins. Ze bedenkt een theorie: van alles waar de kunsthater geen controle over heeft, wordt ze zenuwachtig. Kunst ontregelt, ontroert, provoceert, brengt haar in verwarring en dat is niet de bedoeling. Zij houdt zich liever vast aan het idee dat ze het leven onder controle heeft. Ze verlangt naar rechte wegen, glad asfalt, duidelijke borden die in de juiste richting wijzen. Mul denkt dit allemaal, maar ze zegt het niet. Mul zegt: "Goh, het is al half vijf." |
|
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
||