collega

Mul had vroeger een roemruchte collega. Er waren vakgenoten die afwisselend rood aanliepen en wit wegtrokken van bewondering als ze vernamen dat Mul nog met hem had gewerkt.
Collega schreef interviews voor het tijdschrift waarbij ze destijds beiden in dienst waren en dat viel nog niet mee. Diep denkwerk ging vooraf aan het schrijven van een stuk, dat zag je aan de rimpel die een permanente plek had veroverd tussen zijn wenkbrauwen. Ga maar na: de voorbereiding van het vraaggesprek alleen al kostte hem minstens drie weken. Na het afnemen van een interview kwam Collega steevast de redactie op met de woorden: "Dit wordt niks." De geïnterviewde werd afwisselend getypeerd als een "hol vat" en een "ongelooflijke klootzak" - in het laatste geval was er ruzie ontstaan, wat gemiddeld één op de drie keer gebeurde.
Als Collega met zijn schrijversblik de werkvloer betrad, week de rest van de redactie fluisterend uiteen. Dreunend sloeg Collega de deur van de speciaal voor hem ingerichte stilteruimte achter zich dicht - schrijven in het rumoerige bijzijn van zijn collega's was schier onmogelijk. Daar, achter die deur, werd gewerkt aan het ultieme interview. Het interview dat alle andere interviews overbodig zou maken. Als het stuk ooit het levenslicht zou zien, want zijn pennenvruchten konden zelden de toets der eigen kritiek doorstaan.

De arbeidsproductiviteit van Collega was dan ook historisch laag. Geen van zijn leidinggevenden waagde het hem met nederige taakjes lastig te vallen als het lezen van prints, of het inkorten van alinea's. Voor dat dagelijkse redactiewerk had hij immers collega's. Bovendien kon elke onregelmatigheid, elke verstoring van het ritme de uiteindelijke voltooiïng van het lang verwachte meesterwerk verstoren.
Wanneer het interview alsnog in de prullenbak belandde omdat het niks werd en ook nooit wat zou worden, zuchtten zijn collega's bewonderend; aan zulke genadeloze zelfkritiek herkende je de echte schrijver. Eindeloos gesmeek resulteerde er met een beetje geluk in dat Collega het artikel steunend en vloekend weer uit de prullenbak viste. Minzaam verleende hij dan alsnog toestemming om de tekst te publiceren, daarbij luid dreigend dat zijn naam uit de credit moest verdwijnen, waarna de hoofdredacteur eraan te pas moest komen om hem ervan te overtuigen dat zijn naam boven het stuk essentieel was voor de goede naam van het blad.

De reputatie van Collega groeide gestaag. Nam mythische proporties aan. Tot het onvermijdelijke gebeurde. Een concurrerend blad sloeg toe: of Collega alsjeblieft voor hen wilde komen werken. Collega weigerde. Waarop de directie hem hoogstpersoonlijk een topsalaris, een auto van de zaak en extra vakantiedagen bood om hem over de streep te halen. Morrend ging Collega akkoord, op voorwaarde dat hij zo lang over een interview kon doen als hij zelf noodzakelijk achtte.
Toen Collega zijn vertrek aankondigde, waren zijn collega's in alle staten. Wat moesten ze zonder hem? Hoe vonden ze ooit een vervanger die ook maar in de buurt kwam van zijn onaantasbare briljantie? Gloedvolle afscheidspeeches waren zijn deel. Met een klein lachje rond zijn mond liet Collega de overvloedige lof die over hem werd uitgestrooid op zich neerdalen.

Het is nu vijf jaar geleden dat Collega zijn collega's verliet. Nog altijd wacht men in spanning op zijn eerste publicatie in het concurrerende blad. Er wordt gefluisterd dat zijn interview in wording van een ongeëvenaard niveau is.

 

 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.