gek

Mul bracht een bezoek aan de dierentuin. Het was maandag. Lekker rustig, meende Mul. Ze stond in de rij voor de kassa. De gedachten kwamen en gingen als fladderende vogels. De dunne mond van minister Verdonk. De grote handen van gorilla's. Remco Campert die ooit zei: de tijd duurt één mens lang.
Voor haar stond een jongen met een helm op zijn hoofd. Hij had een dun, gebogen lichaam en zijn polsen waren net geknakte takjes. Zijn kledij kwam dicht in de buurt van wat je een pyjama zou noemen. De man naast hem rookte een shagje en had piercings in elke mogelijke lichaamsopening. Het duurde even voor Mul begreep dat hij geen patiënt was, maar als begeleider optrad. De jongen met de helm sloeg nu zijn armen om de gepiercde begeleider heen. Routineus liet die zich omhelzen. Het was eigenlijk meer vastklampen wat de jongen deed. Roerloos stond hij zo tegen de begeleider aan. Zou hij het beangstigend vinden om naar de dierentuin te gaan, of juist zo fijn dat hij van slag raakte?
De twee waren met een groepje dat voor de helft bestond uit geestelijk gehandicapten en voor de andere helft uit begeleiders. In de tijd dat ze in de rij stonden, omhelsde de jongen met de helm zijn begeleider drie keer. Het begon al te wennen.

In de dierentuin waren nog veel meer geestelijk gehandicapten. Vroeger zou je zeggen: gekken. Eigenlijk was dat helemaal niet zo'n onaardig woord. Mul dacht zelf wel eens dat ze gek was, maar dan zonder kwijl. Er waren ook veel bejaarden in de dierentuin. Zij werden rondgereden in karretjes. Lusteloos hingen ze in hun stoel. Hun verzorgers rolden energiek van kooi naar kooi en riepen: "Kijk toch eens, de ááápen!" Of: "Waar is de leeuw nou gebleven?" De oude mensen staarden onverstoorbaar in het niets. Later zou een verzorger in het krantje van het tehuis schrijven dat het bezoek aan de dierentuin een groot succes was geweest. Eén van hen parkeerde de rolstoel die ze voortduwde in de brandende zon en begon luid mobiel te bellen. "Ja, we zitten nu bij de olifanten, maar we komen zo die kant op. Oké, doei!"
In het dagelijks leven zag Mul zelden een bejaarde of een gek. Ze waren allemaal diep weg gestopt.

Het apenverblijf kwam in zicht. Verheugd boog Mul af. Even later staarde ze recht in het gezicht van een enorme gorilla. Er zat alleen een glazen wandje tussen. Dieren maakten hun pasgeboren jong vaak dood als het iets mankeerde, ze gingen er op liggen tot het stikte. De oppergorilla kauwde op een tak. Zijn kleine oogjes schoten heen en weer. Mul kon zich niet aan de indruk onttrekken dat ze in de gaten werd gehouden.

Op weg naar de uitgang kwam ze de jongen met de helm weer tegen. Hij hink-stap-sprongde naast zijn begeleider, daarbij vervaarlijk heen en weer zwaaiend. Het groepje met patiënten en begeleiders bewoog zich voort in een rommelige lijn - hard ging het niet. Bij de richtingaanwijzers hielden ze halt. Toen zetten ze koers naar het apenverblijf.

 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.