snelkookpan

Mul moest denken aan de snelkookpan. Die werd ooit gepresenteerd als een geweldige uitvinding. De pan stoomde en borrelde dat het een lieve lust was. Nu hoorde je er niemand meer over.
Hoe zat dat ook alweer met die pan, peinsde Mul. Vroeger zou ze naar een woordenboek grijpen, nu tikte ze 'snelkookpan' op internet in. Aha. Het kookpunt lag in de gewraakte pan op 118 graden in plaats van 100 graden, waardoor het eten dat je erin bereidde in eenderde van de tijd gaar werd. Het nadeel was wel dat alle groentes en aardappelen een uniforme smaak kregen. Alleen aan vorm en kleur kon je nog zien of je met sperciebonen of bloemkool van doen had.
Ook de hersenen van Mul bevonden zich de laatste dagen in een snelkookpan. Door de hitte stonden ze onder hoge druk, waardoor alle gedachten naar elkaar gingen smaken. Bah.

Ze vroeg zich af hoe lang het wachten was op een inzicht dat uitnodigde tot verder denken. Vooralsnog moest ze het doen met een traag malend reptielenbrein dat niet verder kwam dan simpele observaties. Wat is het warm. Ik heb honger. Waar heb ik mijn zonnebril nou gelaten. Piet Vroon zei ooit: "De geest weet niet wie de geest is." Ach ja, Vroon, wat een inspirerende geest. Tragisch geëindigd, dat ook. Hij kon uitzonderlijk helder redeneren over de psychologie van de mens, maar dat weerhield hem er niet van zelf door te draaien tegen het einde van zijn leven. Van gevierd wetenschapper en publicist gleed hij af naar verguisde, uitgekotste charlatan. Uiteindelijk pleegde hij zelfmoord. Mul zag hem laatst nog langs de rivier wandelen in een herhaald interview dat Martin Simek voor de RVU ooit met hem hield. Vroon droeg een uitzonderlijk lelijke jas van suède met bont en van die Peruaanse stukken stof ertussen. Zijn snor sloeg geel uit. Hij vertelde dat zijn voormalige schoonmoeder ooit over hem had gezegd: "De man heeft mooie ogen, maar de lange bovenlip van een SS-er." Sindsdien liet Vroon zijn snor staan.
Toen hij opsomde wat zijn leven de moeite waarde maakte, vergat hij zijn kinderen te noemen. Denken, dat was wat hij kon, en heel hard werken. Op de overige terreinen van het menselijk leven leek hij zich niet erg thuis te voelen. Aan het eind van het programma vroeg Simek hem weg te lopen langs de oever, terwijl de camera hem volgde. Ook zonder dat beeld kwam de totale eenzaamheid van Vroon wel over.

Zo surften Muls hersenen van snelkookpan naar Vroon en terug. Ze vroeg zich ook nog af wie ze was - kort maar hevig. Toen ze het raam opende en de lauwe wind haar vanaf het water in het gezicht blies, vervloog deze gedachte. Het werd tijd voor een boterham met pindakaas en sambal. Droog en brandend als de hitte zelf.    

 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.