ijs met frambozen

Het mooiste van weggaan is dat je ook weer terug kunt keren. Vorig jaar verbleef ik vier maanden in Los Angeles. Een stad met zoveel energie en verbeeldingskracht dat je er vanzelf mee besmet raakt; in een noodtempo schreef ik mijn nieuwe boek, de literaire thriller Doof. Ik kon simpelweg niet meer stoppen met schrijven. Onvermijdelijk werd 't een filmisch boek, daar in die filmische stad. Wat er zo geweldig is aan LA? Autorijden over de zesbaans freeway. De nieuwste films zien in een bioscoop zo groot, dat alle bioscopen van Amsterdam er met gemak in passen. Om twaalf uur 's nachts ijs met verse frambozen eten bij de Pinkberry - dé sociale ontmoetingsplaats. Angelino's zijn aanstekelijk vrolijk, waardoor ik permanent met een grote glimlach op mijn gezicht rondliep. En het is er - o heerlijkheid - altijd mooi weer. Al gauw spelde ik de woningadvertenties in de LA Times (hoge huren, maar aanbod genoeg) en fantaseerde ik zo'n 23 uur per dag over een permanente verhuizing naar Los Angeles. Het thuisfront begon zich zorgen te maken. Of ik nog wel terugkwam? En zo ja, of dat voor 2020 was?

Toen gebeurde er iets vreemds. Het begon me op te vallen dat je in LA op de raarste tijden in de file staat, zelfs op zaterdagavond, omdat iedereen uitgaat met de auto. Ik had ineens geen trek meer in ijs om twaalf uur 's nachts. Films kijken in een vrieskist bleek niet al te bevorderlijk voor de gezondheid. (De bioscoop-airco stond loeihard.) En ik kreeg rsi in mijn kaken van het glimlachen. Ik verlangde naar fietsen over de gracht, naar een bruin café, naar een kleinschalig filmhuis! Ik wilde wel weer eens een marktkoopman horen kankeren op Job Cohen en de politiek in het algemeen. Een degelijke plensbui op mijn kop, daar tekende ik voor. Het liefst kreeg ik die plensbui op mijn kop tijdens een fietstocht over de gracht, op weg naar mijn favoriete filmhuis (en daarna het café), terwijl ik een marktkoopman passeerde die kankerde op Job Cohen en de politiek in het algemeen. Och, als dat toch eens zou kunnen.

Stel nou, mijmerde ik, dat de autobanen van LA werden omgebouwd tot fietspaden, de ijssalons tot bruine café's, de megabioscopen tot filmhuizen, stel dat de vrolijkste Angelino's aan het kankeren sloegen en zelfs het weer zich aan mijn wensen aanpaste. Stel stel stel dat LA zou veranderen in mijn favoriete stad.
Tja, dan nog haalt Los Angeles het niet bij Amsterdam. Nu snel naar buiten, want het regent.

Deze column verscheen eerder in dagblad De Telegraaf.

 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.