|
beer
Zo vaak komt het niet voor dat ik romanpersonages tegen het lijf loop. Maar tijdens een strandwandeling - bij Bergen aan Zee, ik kan je de plek zo wijzen - is het dan toch zover. Daar heb je hem, geen twijfel mogelijk. Beer. Beer is een hond, maar ook een mens. Hoe dat precies zit, doet Helga Ruebsamen uit de doeken in het titelverhaal van de verhalenbundel Beer is terug. De vrouwelijke hoofdpersoon gaat naar het dierenasiel om een kameraad uit te zoeken, waar zij zich laat rondleiden door een beeldschoon meisje. Daar vindt zij haar waardeloze dode echtgenoot terug, gereïncarneerd als hond. Echt waar, lees maar: ‘Pijnlijk getroffen keerde ik me om en zag hoe ze haar poezelige vingertjes met nagels als oranje schelpen een voor een liet aflikken door een pikzwart ondier, dat haar verslond met zijn glanzende ogen. (...) De herkenning raakte mij als een blikeminslag.’ Sindsdien bezie ik honden met andere ogen. Wandelend op het strand van Bergen aan Zee pik ik ze er zo uit. In een opgefokte boxer, met zijn kwijlende bek en wanhopig kwispelende stompstaart, herken ik de boosaardige buurman van vroeger. Hij kwam ons achterna als we één stap op zijn tuinpad zetten - wat we natuurlijk toch deden, met een siddering van angstig genot. Vroeger zou ik het zielig vinden, maar nu begrijp ik best waarom zijn bazin hem aan zo’n enge wurgketting heeft gelegd, zodat hij naar adem happend voorthijgt. In de hysterische Jack Russell die zich heeft vastgebeten in een stuk hout, zie ik meester Bruinink, mijn sadistische leraar van de lagere school, die er genoegen in schiep om kinderen aan hun haren het klaslokaal uit te slepen. Mijn haar was lang, dat trok lekker. Zijn bazin houdt het stuk hout extra hoog en laat hem bungelen tot hij er bijkans in stikt.
|
|
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
||