Slipping away

Toen ze de fans naar het stadion zag stromen dacht Mul er even over rechtsomkeert te maken. Bierbuiken en te klein gekochte concert T-shirts gingen nu eenmaal niet goed samen. Er was ook een vrouw met een kuikenkapsel; het had precies die donkergele, naar oranje neigende tint en stond in hysterische plukjes omhoog. Vers geverfd voor het concert, vermoedde Mul. Overal om haar heen staken wellustige monden hun tong naar haar uit. Ze was op weg naar the Rolling Stones.

De bewaker bij de draaipoortjes van het stadion gooide haar plastic waterflesje subiet in de prullenbak. Waarom? Dat glas niet mocht, viel nog als veiligheidsmaatregel te verkopen. Maar met zo'n flesje als dit kon je niemand kwaad doen. Het was natuurlijk de bedoeling dat je een kaart kocht bij de automaat (minimaal tien euro), om vervolgens een piepklein bakje Spa blauw aan te schaffen voor een maximaal bedrag. Van plastic.
De meeste van de kaartautomaten waren kapot of leeg. Leve de vooruitgang. Mul wachtte lang voor een automaat die volgens een medewerker elk moment kon worden bijgevuld. Dat duurde tien minuten. "They call it commercial," aldus een Amsterdammer achter haar tegen zijn Amerikaanse vriend. Toen kwam er een meisje in uniform dat de kaarten alsnog met de hand verkocht.

Mul ging met de kaart in de volgende rij staan voor een biertje en overdacht de logistiek. Als zij het voor het zeggen had, zou ze de hamburgers niet aan hetzelfde loket verkopen als de drank. Dicht opeengepakt duwde en trok de massa. Pukkels werden gespannen steenpuisten. Overgewicht werd lillend vet. Transpiratie werd gutsend zweet. Het eindeloze wachten ging Mul op een berg in India heel wat makkelijker af dan in een overvol stadion in Nederland. Ze moest maar snel weer op reis.

Toen ze eenmaal hoog in de Arena op een plastic kuipstoeltje in het rond keek, overviel een grote tevredenheid haar. Het dak was dicht. Knus. Overal in het stadion knipperden lichtjes. Het bier stond aan haar voeten. Keith Richards was uit een boom gevallen en had het toch maar mooi overleefd.
Twee rijen voor haar zat een man met een zuurstofslangetje in zijn neus, dat met pleisters was vast getaped. De botten van zijn knokige rug staken door zijn T-shirt heen. Hij had het kleine, donzige achterhoofd van een pasgeboren baby.    

En het concert. Ja, het concert! De beentjes van Mick Jagger bogen diep door, als boomtakjes in de wind. Charlie Watts drumde onverstoorbaar als altijd, met die typerende bijna-glimlach op zijn gezicht. Keith Richards had een extra sjaal om zijn gegroefde kop gebonden en maakte een overwinningsgebaar met zijn vuisten. Je zag dat hij het naar zijn zin had. Hij beloofde het publiek dat hij voortaan uit de buurt van bomen zou blijven. Traditiegetrouw bracht hij Slipping away , Muls favoriet. Guess it's just another dream that's slipping away . De eerste keer zong hij bomen in plaats van dromen.

Mul stelde zich het stadion voor vanaf grote hoogte. Een verlicht stipje in het heelal. Rollende stenen. Een stel oude rockers dat niet van ophouden wist.
We leven, dacht ze. Over honderd jaar zijn we allemaal dood, maar nu leven we. De man met het slangetje leefde misschien nog heel kort. Mul moest af en toe naar hem kijken. Bij Honky Tonk Women ging hij staan. Hij was erbij. En hij bleef tot het eind.

 
 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.