|
bizar
De boot meerde aan voor mijn deur. Gelach. Ploppende kurken. Door de openstaande ramen hoorde ik de stemmen van de watergangers, die steeds luider klonken, alsof ze zichzelf moesten overtuigen van de feestelijkheid. Zes mannen, twee vrouwen, beloerde ik. Ik vroeg me af wat ik zou doen als ze me zouden uitnodigen op hun dichtbevolkte boot. Zeggen dat ik een midzomergriep had. Dat ik van de blauwe knoop was. Dat ik over een uur aan mijn avonddienst moest beginnen. Wat voor dienst? Iets heroïsch. Zuster op een ziekenhuisafdeling voor terminale patiënten. Brandweervrouw. Nee, te heet met dit weer. Zuster dan toch. Maar gelukkig vroegen ze me niet. Ze bleven stug in hun boot zitten, op harde houten bankjes. Kinderen die schipper speelden. Ik ben de kapitein. Nee ik. Jij matroos, ik kapitein. Straks wisselen we. Een van de vrouwen voerde het woord. Ze had een lach in haar stem, alsof ze een langgerekte mop vertelde. "Ik had een beetje gegoogled," zei ze. "Want wat weet je er eigenlijk van? Maar het zag er wel betrouwbaar uit. Ik dacht: dat zit wel goed. Zuid, hè? Ik wilde het al heel lang en ik had zoiets van: nu doe ik het. Een week voor de operatie heb ik het mijn ouders verteld. Mijn vader bleef er zowat in, die heeft een paar dagen niet tegen me gepraat. Zijn kleine meisje, het idéé." Er hing een vraag in de lucht. De vraag drukte zwaar, zoals het onweer dat elk moment kon losbarsten. Iemand liet nog een kurk ploppen. Er werd geproost, glas tegen glas. |
|
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
||