alles mag

Las Vegas is geweldig en vreselijk tegelijkertijd, precies zoals Mul het zich herinnert. Negen jaar geleden was ze er voor het eerst. Parijs is afgebouwd sindsdien, de Eiffeltoren stond de vorige keer nog in de steigers. En Venetië is verrezen uit het zand, waar toeristen zich in gondels laten rondvaren en dineren aan het San Marcoplein. De airconditioning op het plein geeft een aangenaam briesje, zoveel prettiger dan de plakkerige warmte van de Italiaanse variant. Wat was er eerder, de waterstad in het noorden van Italië of de waterstad in de woestijn? Mul kijkt naar boven om de lucht te zien, om íets te zien wat werkelijkheid is, maar zelfs de wolkenhemel is nep.

Het casino slurpt gokkers op als een afvalverwerkende machine. Wanneer je eenmaal binnen bent, kom je er nooit meer uit. Een roltrap brengt je vanzelfsprekend naar de ingang, maar de uitgang is met geen mogelijkheid te vinden. Tijd bestaat niet in het halfduister van het casino, er is nergens een klok te vinden. Het blijft er nacht, ongeacht hoe laat het is. De flikkerende lichtjes en het oorverdovende geluid van de gokkasten maken je duizelig. De gokkasten hebben een onverzadigbare honger, ze roepen om dollars, nog meer dollars.

's Ochtends vroeg zitten de bejaarden al klaar om de machines te voeren, een literbak in hun hand. Popcorn, denkt Mul, maar het zijn klinkende munten. Keurige dames en heren zijn het, vooral dames, met kort gepermanent haar, lichtroze bloesjes en witte schoenen. Smetteloze, ongebruikte schoenen die één loopje per dag maken, van de hotelkamer naar de gokkast. De bejaarden zitten met snoeren aan hun machine vast. Aan de snoeren zitten pasjes die registreren hoeveel ze vergokken. Hoe meer ze de machine voeren, hoe meer eten en overnachtingen ze gratis krijgen. Eigenlijk zijn de bejaarden geld aan het verdienen met elke munt die ze vergokken. Mechanisch gooien ze de quarters achter elkaar naar binnen, de routiniers voeren twee machines tegelijkertijd. Ze kijken er niet blij of verdrietig bij, ze kijken neutraal voor zich uit. Ze doen hun werk, iemand moet het doen. Ze zijn er dag en nacht.

Buiten brandt de woestijnhitte gaten in de dag. Daar drinken de toeristen om elf uur 's ochtends margarita uit een plastic Eiffeltoren die boven hun hoofd uit groeit. En als ze geen zin meer hebben in Parijs, gaan ze in een groen decor op een motor rijden die geen meter vooruit komt, terwijl een machine stoom blaast die hun haar stoer naar achteren waait. Ze krijgen een filmpje mee voor later.
De vrouwen zijn dik en dragen gebloemde jurken. De mannen dragen korte broeken waar dunne, witte benen onderuit komen. Ze hebben hun sportsokken hoog opgetrokken. Ze houden de hand van de dikke vrouwen stevig vast, alsof ze bang zijn te verdwalen. Dit is een stad voor kinderen, begrijpt Mul. In Las Vegas kunnen de kinderen spelen met machines die licht geven en verrassingsdrankjes drinken uit de Eiffeltoren en varen in een bootje. Vroeger zeurden ze net zo lang tot ze op de motor mochten die voor het winkelcentrum stond, de motor die begon te bewegen als je er een dollar ingooide. Soms zei hun moeder nee, dat was vervelend. Maar nu mogen ze zo vaak als ze willen. Misschien dat ze daarom hun kinderlijke verbazing verloren hebben. Als alles mag, is het niet leuk meer.

 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.