het witte moment

De beste momenten zijn niet roze maar wit. Hoe dat zit, daar kom ik zo op. Theatermaakster Annemarie Prins vertelde in Zomergasten over haar held Samuel Beckett. Ik wil best van haar aannemen dat de man briljant was, maar ben zelf nooit in de ban geraakt. Op mijn zeventiende las ik Waiting for Godot . Te jong om het op waarde te schatten, ongetwijfeld. Destijds was ik er snel klaar mee. Echt, ik snapte 'm. Ken je die van Godot die zou komen? Nou, die kwam dus niet hè. Metafoor voor het leven. Ja heus, ik snapte 'm. Ongetwijfeld ben ik van de verkeerde generatie. Dat moet het zijn. Misschien dat ik de schoonheid van zijn taal inmiddels enorm kan waarderen nu ik wat meer leesvlees heb ontwikkeld.

Beckett had een aardige theorie, die Annemarie Prins met klem kwijt wilde. De mens is een gewoontedier, aldus de toneelschrijver. En wanneer een gewoonte wegvalt, hebben we de neiging om er een nieuwe gewoonte voor in de plaats te stellen. Zolang we die nieuwe gewoonte nog niet hebben ontwikkeld bevinden we ons in het duister. Pure angst komt er dan vrij. Ontwrichting is het gevolg. Juist dan kan het witte moment ontstaan, zoals Beckett dat noemt. Het moment waarop je iets moois, iets nieuws, iets van waarde maakt dat je nog niet eerder had bedacht. Kunst, zo je wilt.

Ik heb er altijd last van als ik na een reis op de plaats van bestemming kom. Dan val ik met een luide bons tussen twee gewoontes in. Er zit een kakkerlak onder het bed. De badkamer ruikt verdacht. Het laken voelt klam en naar oude man. Op het plafond zit een rode vlek - het zou zomaar bloed kunnen zijn. Ik probeer te wennen door mijn koffer open te klappen, een kledingstuk aan een haakje te hangen, een schrijfboekje op het wiebelige tafeltje naast het bed te leggen. Ik probeer me te vermannen. Een kakkerlak, nou en. Kom op, die badkamer valt best wel mee. Dan maar slapen zonder laken. Zal wel ketchup zijn, op de muur. Maar het wil niet lukken. Ik voel me ontheemd. Ik wil naar huis. En vraag me af waarom ik dit ook alweer zo nodig moest van mezelf, op reis naar zo'n eng land, ver van alles wat me vertrouwd is. Ergens weet ik het antwoord wel, maar dat wil me niet te binnen schieten als ik in dat klamme hotelbed naar de vlek op het plafond staar, mijn plas ophoudend omdat ik niet daar de wc durf, terwijl ik me afvraag of dat wat ik aan mijn voet voel knabbelen, een kakkerlak is.
En toch heeft Samuel Beckett gelijk, het is ergens goed voor. Niet voor niets schreef ik twee boeken in de periode tussen twee gewoontes in. Mijn debuutroman Zus maakte ik in Kaapstad en mijn nieuwste boek Doof ontstond in Los Angeles. Losgerukt uit mijn vertrouwde omgeving voelde ik me zo verdomd alleen dat ik van pure ellende mijn laptop openklapte. Als een razende schreef ik een manuscript. Eenmaal terug in Nederland heb ik aan beide boeken nog lang geschaafd, maar de grote uitbarsting van creativiteit vond daar plaats, op het witte moment.

Een vreemde onrust heeft zich al schrijvend van me meester gemaakt. Ik voel ineens de dringende behoefte om een exotische bestemming te googlen. Zoektermen: klam en kakkerlakkerig. Waarheen de reis zal gaan, daar heb ik nog geen idee van. Maar ik weet wel dat Waiting for Godot meegaat in mijn koffer.








 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.