papa's apparaat

Bij mij in de straat staat een apparaat. Ik loop er dagelijks langs, maar heb nog altijd geen idee waarvoor het dient. Het betreft een soort stellage met een hardplastic stoeltje erop en pal daarboven een bollende plaat, die afloopt tot de grond. Klinkt net zo ingewikkeld als het is. Aan de zijkanten van de stellage zijn dikke touwen bevestigd. Op de bollende plaat zitten ronde uitstulpingen, zoals je die ook op klimwanden ziet.
Onder het apparaat liggen rubberen tegels, wat doet vermoeden dat het hier een speeltoestel betreft. Nimmer een kind in de buurt van het apparaat gesignaleerd, laat staan erop of erin. Misschien omdat het onduidelijk is wat kinderen ermee zouden moeten. Het stoeltje kan niet schommelen en de touwen zitten zo strak dat ook daar geen beweging in is te krijgen. De enige optie zou nog zijn om de bollende plaat te beklimmen met behulp van de ronde uitstulpingen - een riskante onderneming.

Het apparaat staat al jaren lelijk te wezen, in weer en wind. Zonder contact te maken met de bestrating, de gebouwen of de bewoners neemt hij zijn onnodige plek in, alsof hij op een duistere dag vanuit het niets is geland. Hij komt van een verre planeet, een planeet waar ze wellicht wel raad met hem weten.
Ik stel mij zo voor dat de bedenker van het apparaat zo nu en dan naar zijn creatie komt kijken. Op zijn papadag, die al om zeven uur 's ochtends begint en doorgaans maar niet voorbij wil gaan, troont hij zijn kinderen mee. Ja jongens, zo naar McDonald's, nu eerst naar papa's ontwerp kijken . Op een bankje aan de overkant van de straat gezeten stelt hij vast dat geen kind de moeite neemt om ook maar flauwtjes aan een van de touwen te gaan hangen. Bij gierend gebrek aan belangstelling jaagt hij zijn eigen kroost, een bleek jongetje en een pruilend meisje, het apparaat op. Ze doen braaf wat hun wordt gevraagd, die twee, al staat het huilen hen nader dan het lachen. Ze voelen ook wel aan dat de eer van papa en het beloofde bezoek aan McDonald's in het geding zijn. Maar hoe ze op het apparaat moeten klimmen, snappen ze niet. Uiteindelijk tilt hun geïrriteerde ontwerpvader ze zelf maar in het stoeltje, althans één van de twee, want meer kinderen passen er niet in. En die ene, die stoot daarbij ongenadig zijn hoofd, maar daar kan papa niets aan doen, want die onhandigheid hebben ze van hun moeder.

Vandaag liep ik gedachteloos door de straat, tot ik besefte dat er iets was veranderd. Ik stak mijn neus in de wind, spitste mijn oren. Toen wist ik het. Er was leven in het apparaat. Op het hardplastic stoeltje hing een man van midden dertig met een mobiel aan zijn oor luid te bellen. Zijn hoofd raakte het dak. Dankzij de bollende plaat, die het geluid versterkte, kon ik de man woordelijk verstaan. Goede akoestiek, dat moest gezegd. Kelderende aandelen waren het onderwerp van gesprek. "Kut, volkomen kut!" stelde de beller vast.
Onbewogen stond het apparaat erbij. Dat hij nu eindelijk werd gezíen, en nog wel door een slachtoffer van de kredietcrisis, liet hem onverschillig. Kinderen waren ook vandaag niet in zijn buurt te bekennen.








 
 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.