|
de anti-mobielen
Toen de mobiele telefoon zijn intrede deed, besloot ik er voor één keer niet tegen te zijn. Tot dan toe had ik tegen elke vorm van technologische vernieuwing verzet gepleegd.
Zo klemde ik mij bij de grote opmars van de pc zo lang mogelijk vast aan mijn elektronische typemachine. (Een fraai staaltje techniek.) Het was dat ik geacht werd mijn verhalen op een floppy aan te leveren, anders had ik nu nog met carbonpapier gewerkt. De pc bleek de ideale uitvinding voor een schrijver in de dop, dat moest ik na verloop van tijd wel toegeven.
Was ik eindelijk gewend aan het fenomeen Word Perfect (WP), stapte de werkende wereld over op Word. Waar dat nou weer voor nodig? Wie zei dat nieuw beter was dan oud? Ik, achteraf dan. Want Word bleek wel degelijk beter dan WP. Het idee dat ik ooit nog met die onhandige WP-codes had gewerkt kwam me een paar maanden later al bizar voor.
De magnetron? Een technologisch staaltje vol straling waar je eten ongezond snel in gaarde. Ik had mijn fijne oventje van Moulinex, dus waarom zou ik..? Tegenwoordig heb ik een combi-magnetron die werkelijk alles kan. Alleen al vanwege het dagelijkse opwarmen van de melk (1 minuut) voor in de cappuccino zou ik hem niet meer willen missen.
Toen een bijzonder hippe vriendin haar eerste Nokia tevoorschijn trok, bedwong ik dus mijn trekkende wenkbrauwen. Weliswaar geneerde ik me plaatsvervangend als het onbekende object van de vriendin begon te rinkelen of te piepen, maar mijn ratio vertelde me dat ik vast baat zou hebben bij deze nieuwe uitvinding. En inderdaad zeg, wat geweldig, zo'n telefoon die je overal mee naartoe kunt nemen. Inmiddels ben ik aan mijn derde Nokia; de vorige twee heb ik nostalgisch bewaard.
Ben ik even blij dat ik me nooit heb aangesloten bij het leger mopperende anti-mobielen. Een groot deel van hen hoor je overigens niet meer, simpelweg omdat ze inmiddels zijn overgegaan tot de aanschaf van het gehate apparaat. Hoogstens hoor je ze nog verontschuldigend mompelen dat ze enkel een bescheiden prepay-abonnementje hebben en dat alleen voor noodgevallen.
Het versleten argument van de anti-mobielen: 'ik wil niet altijd bereikbaar zijn'. Nog één keer: DAN ZET JE JE MOBIEL TOCH UIT! Laatst trof ik weer een vrouw die op overige vlakken bijzonder intelligent is - ze was vóór haar veertigste hoogleraar geworden, dus echt dom kan ze in elk geval niet zijn - maar op technologisch gebied koppig was blijven steken in het stenen tijdperk. Nee, ze had geen mobiel want ze wilde niet bereikbaar zijn. Toen ze aan de late kant was voor onze afspraak, belde ze vanaf een vaste lijn naar mijn 06 - ik was al onderweg. Toch handig dat één van ons twee mobiel bereikbaar was. Hoe vaak ik al niet mijn mobiel aan een anti-mobiel heb uitgeleend omdat die even naar huis wilde bellen...
De anti-mobielen lijken te denken dat de draagbare telefoon hen zal regeren zodra ze er één in hun tas hebben. Het monster zal gaan rinkelen en nooit meer zwijgen, hoezeer ze ook smeken om stilte of rust. Het is angst om de greep te verliezen, zoals ik ooit bang was dat de pc, het nieuwe tekstverwerkingsprogramma of de magnetron met mij aan de haal zouden gaan.
Het tegenovergestelde blijkt waar. Er zijn veel factoren in mijn leven waar ik geen controle over heb, maar mijn mobiel valt daar nou net niet onder. Mijn Nokia 6136 doet precies wat ik zeg. De enige die regeert over mijn mobiele telefoon ben ik zelf. Ik zet hem aan en uit wanneer ik wil. Bellen doe ik alleen als ik zin heb. En als ik niet gestoord wil worden breng ik hem tot zwijgen. Ik zet mijn trouwe kameraad overigens liever op 'stil' dan helemaal uit. Zodat ik toch even kan kijken wie er gebeld heeft.
|

|