|
de diepte in
Ik begin er al een beetje aan te wennen. Aan geïnterviewd worden in plaats van zelf te interviewen. Wat nooit helemaal went, is m'n eigen antwoorden teruglezen. Het staat er niet zo als ik het gezegd heb. Of wel, maar dan komt het toch verkeerd over. O! Het leed dat ik onbedoeld moet hebben aangericht met m'n eigen stukken. Dan ook niet zeuren nu. Hoofd omhoog en dapper voorwaarts, is het devies. Als Hans, verslaggever bij een provinciale krant, zich begin november meldt, reageer ik dus enthousiast. Weliswaar begint Hans zijn mailtjes consequent met 'beste Saskia', maar dat kan de beste overkomen. En wanneer hij het een groot probleem vindt om vanuit de provincie naar Amsterdam te komen voor het interview, begrijp ik dat best. De nieuwe winkeliersvereniging, een revolutionaire vuilnisophaalmethode, een eerbetoon aan de conciërge van de scholengemeenschap: het moet allemaal in de krant en wie kan dat beter verslaan dan Hans? In mijn gedachten ben ik bij Hans. Die ligt natuurlijk wakker. Die kan niet slapen. Hans ligt te woelen in zijn bed, want het schijnt dat ze in de goddeloze hoofdstad je auto inbreken vanwege een afgekloven appel op het dashbord, dat je er met geen mogelijkheid kunt parkeren en mocht het geluk je ten deel vallen van een vrije parkeerplaats, dan kun je alleen betalen met chip en Hans is de code kwijt van de chip en bovendien: hoe declareer je dat bij de baas? Rond kerst is Hans eruit: het wordt een mail-interview. Zijn vragen zitten vol tikfouten en het vraagteken zelf heeft hij niet kunnen vinden op zijn toetsenbord, maar wat wil je? Rond Kerstmis is het natuurlijk topdrukte op de redactie van de lokale krant: haperende kerstverlichting, het plaatselijke zangkoor haalt geld op voor het goede doel, het aantal hulp-kerstmannen blijkt ook dit jaar weer toegenomen... Twee dagen later ontvang ik het stukje van Hans, dat hij typeert als een portret. De vragen zijn verdwenen, evenals mijn antwoorden. Die heeft hij verknipt, drastisch verbouwd en gelardeerd met vlotte o-ja-zekers en nou-dat-zit-zo's. Het uitroepteken weet hij wel te vinden op zijn toetsenbord, getuige het veelvuldige gebruik ervan. Lengte: 350 woorden. Mijn naam is goed geschreven, dat moet ik hem nageven. |
|
|
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
|||