|
junglewetten
"Ik ga je zo verlaten," zei Mul tegen Aanstaande. Zo had Mul het nog niet bekeken. Zij ervoer rommel als een natuurlijk gegeven. Rondslingerende kleren, schoenen of mandjes met schone was deden haar vertrouwd aan, als familieleden met wie ze een huis deelde. Toen ze Aanstaande net kende, probeerde ze hem ervan te overtuigen dat rondslingerende krantenknipsels heel gezellig waren en stapels boeken op de vloer het huis karakter gaven, maar daar was ze wegens gebrek aan succes mee opgehouden. In gedachten liep ze naar de werkkamer om de mandjes met was te lijf te gaan. Mul begon te vouwen en maakte wiebelige torentjes van onderbroeken. Mul haalde zich Aanstaande voor de geest als kleine jongen. Zijn moeder droomde van één grote leefgemeenschap. Het idee was dat ze alles met elkaar zouden delen, volgens het heersende hippie-ideaal. Hoe zou 't met het buurmeisje zijn afgelopen, mijmerde Mul. Was ze in de goot beland, verslaafd geraakt aan drugs of aan foute mannen, in een poging te ontsnappen aan de harde junglewetten van de wereld? Of was ze uitgegroeid tot een egoïstisch, inhalig wijf, ter compensatie van al het waterspeelgoed dat ze in haar leven was misgelopen? Mul liep naar de gang en keek op de klok. Vriendin wachtte en ze moest nog kaartjes halen voor de film. Ze schoot in haar jas. |
|
|
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
|||