junglewetten

"Ik ga je zo verlaten," zei Mul tegen Aanstaande.
"Tijdelijk dan hè?"
Mul ging met een vriendin naar de film.
"Ruim je de was op voor je weggaat?" vroeg Aanstaande. "De werkkamer lijkt anders zo op een washok."

Zo had Mul het nog niet bekeken. Zij ervoer rommel als een natuurlijk gegeven. Rondslingerende kleren, schoenen of mandjes met schone was deden haar vertrouwd aan, als familieleden met wie ze een huis deelde. Toen ze Aanstaande net kende, probeerde ze hem ervan te overtuigen dat rondslingerende krantenknipsels heel gezellig waren en stapels boeken op de vloer het huis karakter gaven, maar daar was ze wegens gebrek aan succes mee opgehouden.
Sindsdien ruimde ze op goed geluk her en der wat op.

In gedachten liep ze naar de werkkamer om de mandjes met was te lijf te gaan. Mul begon te vouwen en maakte wiebelige torentjes van onderbroeken.
Zelf had ze altijd dingen te doen die op dat moment belangrijker leken dan opruimen of schoonmaken. Als ze moest kiezen tussen het lezen van een boek dat mogelijk een diepe waarheid of een mooie zin bevatte, en het leegruimen van een mandje met was, vond zij die keuze niet zo moeilijk.
"Morgen is alles weer vies," mompelde Mul, terwijl ze een onderbroek op de stapel legde. "En anders volgende week wel."
De onderbroeken leken even te spartelen, voordat de stapel vertraagd omviel.

Mul haalde zich Aanstaande voor de geest als kleine jongen. Zijn moeder droomde van één grote leefgemeenschap. Het idee was dat ze alles met elkaar zouden delen, volgens het heersende hippie-ideaal.
Daar dacht de driejarige Aanstaande anders over. Hij rangschikte zijn speelgoed systematisch op een plank aan de muur en bewaakte die met zijn leven. Er bestond een foto van Aanstaande als peuter onder de douche, met al zijn waterspeelgoed krampachtig in zijn armen geklemd. Daarnaast stond zijn druipnatte buurmeisje met lege handen, huilend.
Mul kon het beeld van deze kleine despoot niet rijmen met de lieve, gulle man die hij geworden was. Misschien kon Aanstaande juist uitgroeien tot een vrijgevig persoon omdat hij wist hoe de wereld werkte.

Hoe zou 't met het buurmeisje zijn afgelopen, mijmerde Mul. Was ze in de goot beland, verslaafd geraakt aan drugs of aan foute mannen, in een poging te ontsnappen aan de harde junglewetten van de wereld? Of was ze uitgegroeid tot een egoïstisch, inhalig wijf, ter compensatie van al het waterspeelgoed dat ze in haar leven was misgelopen?

Mul liep naar de gang en keek op de klok. Vriendin wachtte en ze moest nog kaartjes halen voor de film. Ze schoot in haar jas.
"Liefje, ik ga," riep Mul.
Door de geopende deur van de werkkamer zag ze nog net de wasmandjes. Ze was tot halverwege het eerste mandje gekomen.
Mul zuchtte diep. Ze had gedaan wat ze kon.

 
 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.