de kleine dingen

Mijn oma doet open. Ze heeft haar verjaardagspak aan. Het is een blouse met een rok en een bijpassend sjaaltje, chique knopen ook. In haar woorden heet dat een pak. Nog niet zo lang geleden stond mijn opa naast haar in de gang. Met welluidende stem riep hij dan: "Ach, wat een eer. Een bezoek van mijn oudste kleindochter."
Verderop schuifelt een oude man. Hij hangt een beetje voorover en lijkt me niet te zien of te horen. Al zijn concentratie heeft hij nodig om met het karretje dat hij altijd sytematisch heeft geweigerd zijn stoel te bereiken. Ik treuzel in de gang om hem niet in verlegenheid te brengen. Mijn oma snelt vooruit om een meubelstuk te verschuiven, anders blijven de wielen van het karretje steken. Rollator. Naar woord. Niet aan denken.

Nog niet zo lang geleden las mijn opa de koran van achteren naar voren. In het Arabisch, jazeker. Hij deed er een jaar over, als ik het mij goed herinner. Elke dag een stuk. Ook herlas hij de grote filosofen. En tien dikke delen in het Duits van een taaie theoloog die zelfs in de theologische wereld als onleesbaar wordt beschouwd. Een kennis had dat ook verkondigd: "Die man is onleesbaar." Zoiets moet je tegen mijn opa niet zeggen. Die bewijst het tegendeel en wel in rap tempo.
De meest belezen taxichauffeur van Amsterdam bracht mijn opa onlangs naar het ziekenhuis. Kant, Hegel, ja, dat las de taxichauffeur graag. Hij zei: "Als mijn dienst erop zit, ga ik lekker in bed liggen om te lezen." Mijn opa vond het fijn om eindelijk weer eens iemand te spreken die wist wie Kant en Hegel waren.

Nog niet zo lang geleden vertelde mijn opa verhalen die ik al kende. Goede verhalenvertellers mogen dat, in herhaling vallen. Anders waren ze ook nooit zo goed geworden. Het verhaal moet aangescherpt, verfraaid, her en der een beetje bijgebogen. Zo wordt het langzamerhand legendarisch en kunnen we zeggen: ach ja, weet je nog. De canon van mijn opa, ik zou hem te boek moeten stellen. Jammer dat mijn geheugen niet zo goed is als dat van hem.

Mijn oma helpt hem in zijn stoel. Er is een moment waarop hij wankelt. Dan zit hij. Scheef.
Mijn oma en ik praten. Ze vertelt dat ze alle dagen van de week moet wachten. Op de thuishulp. Op het alarm voor mijn opa dat bezorgd wordt. Op de man die de zonneschermen komt bevestigen - al is het december en schijnt de zon niet. Ze leidt een leven voor twee. En ze ziet er als een berg tegenop.
Mijn opa zegt weinig. Hij heeft al zijn energie nodig om rechtop te zitten en voorover te buigen, zodat hij het glas gingerale kan pakken dat mijn oma voor hem heeft klaargezet.

Als ik aanstalten maak om te vertrekken, loopt mijn oma vooruit naar de gang. Mijn opa weet op te staan uit zijn stoel. Afscheid nemen, dat doe je in stijl. Ik kus hem op de wang. Dag opa. Op de valreep vertelt hij een verhaal: "We wandelen elke dag naar het park, je oma en ik. Daar zitten we dan op een bankje. Eerst nog in de zon, maar die schijnt nu niet meer. Daarna wandelen we weer terug."
Het is stil. Hij staat wankel maar rechtop. Mijn opa zegt: "Het zijn de kleine dingen."

 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.