met je armen wijd

Toen Mul wakker werd, wist ze dat het een waardeloze dag zou worden. Er was geen speciale reden voor, het was gewoon zo. Op de bank liggen zweten onder een synthetische slaapzak, meer verlangde ze niet van deze dag. Het probleem was dat ze naar een verjaardag moest.

Mul sjokte blootvoets door het huis in een rafelige badjas. Nu ze de verjaardag moest afbellen begon ze zich ziek te voelen.
Ergens in de diepte zeurde een stem: "Je stelt je aan."
Mul probeerde de stem tot zwijgen te brengen, maar die sprak onbekommerd voort.
"Jaha," zei de stem. "Nu krijgen we dit circus weer."
"Welk circus?" vroeg Mul en schopte met haar blote voet tegen de muur. Dat deed pijn.
"Het zwak, ziek en misselijk circus," zei de stem. "Ook wel bekend als ongekend zelfmedelijden."
"Noem het zelfhaat," mompelde Mul. "Dat komt dichter in de buurt. Mijn arme moedertje is jarig en nu laat ik haar in de steek."

Om die laatste zin moest ze zachtjes snikken, al was de omschrijving wat overdreven. Mul had een kleine maar flinke moeder die zo hard liep dat ze iedereen achter zich liet. Als Mul met haar moeder wandelde, praatte ze het grootste deel van de tijd tegen een rug.
Ook daar moest ze om snikken.

Mul sjokte blootvoets door het huis in een rafelige badjas. De tranen lekten op de grond als de kruimels van Kleinduimpje.
"Wat is er?" vroeg Aanstaande, die haar passeerde in de gang. Hij pakte de rafelige rand van haar badjas vast. Dat voelde vertrouwd.

"Heb ik het allerleukste koppie?" vroeg Mul naar de bekende weg.

Ze hield van het woord koppie. Toen ze net verliefd waren, nam Aanstaande het woord hoofd nog wel eens in de mond, maar hij had al snel ingezien dat dat een heilloze weg was.

"Ja," zei Aanstaande. "Je hebt het allerleukste koppie."
"Zweer het," beval Mul.
"Ik zweer op het hoofd van je moeder dat je het allerleukste koppie hebt."

Daar kwamen de tranen weer.
"Ik ben slecht," snikte Mul. "En ik ben ziek. Ik kan niet naar de verjaardag."
"Nou, dan ga je niet," zei Aanstaande. "Duik maar lekker in bed, ik bel wel af."

Daar had Mul nu al de hele dag naar verlangd. Naar iemand die tegen haar zei: duik maar lekker in bed. Nog voor ze de slaapkamer had bereikt, droomde ze ervan om met haar armen wijd in een ledikant op de groei te liggen, een afgesabbelde teddybeer zonder naam aan haar zijde. In de zekerheid dat er vanzelf redding kwam, in de vorm van een vertrouwd gezicht en een warmgemaakte fles. Het leven was soms gewoon te ingewikkeld.

Mul kroop in bed en strekte zich uit met haar armen wijd. Ze raakte de randen net niet.

 
 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.