laatbloeier

Het gaat sluipenderwijs. Je slaat er geen acht op. Je wist niet dat het iets was om acht op te slaan. En dan is het zomaar zover. Je bent een laatbloeier.

Ik ben er ook één, tot mijn eigen verbazing. Wat doe je dan? Op zoek gaan naar een verklaring. Gelukkig heb ik er één gevonden. Ik ben van de jaren tachtig. Mijn generatie liep met haar hoofd in een enorme, gitzwarte doemwolk. De bom zou vallen. Het milieu was naar de klote. Hebzucht regeerde de wereld. Je had een eng verschijnsel, dat heette yuppen. Je kon je aan de duivel overleveren en yup worden, of je ging naar de verdommenis, één van de twee. Trouwens, je trad niet zomaar toe tot het yuppendom, dat kon alleen als je een B-pakket had gekozen. Leerde je talen, dan was je verloren. Ik hield van schrijven, dus dat was duidelijk. De werkeloosheid wachtte. Ik toupeerde mijn haar en schreef fuck the future op mijn gescheurde spijkerbroek. We're lost in a forest all alone , zong The Cure, en zo was het maar net. Studenten aan de Kunstacademie kregen college over het aanvragen van een uitkering. Kwestie van genade, want het was nog een heel gedoe met al die papieren. Alles werd alleen maar erger. Dat het op een dag ook weer beter kon gaan, vertelde niemand erbij.

Toen de gitzwarte doemwolk optrok, knepen we elkaar verbaasd in de armen. Hé, jij ook hier. We leven nog. Hoera... geloof ik. Een lange toekomst strekte zich voor ons uit. We hadden alle tijd. We hadden idioot veel tijd. Wat moesten we doen met al die tijd? Studeren. Bier drinken. Voorzichtig eens kijken of we misschien een tijdelijk contract konden krijgen. Een vaste baan was misschien te veel gevraagd, maar een paar uur werk in de week leek ons al heel mooi. Je hoorde ons niet klagen. We waren er nog. We hadden het overleefd.

En toen bulldozerde de volgende generatie over ons heen. Opgegroeid in de jaren negentig. Eerste leasebak onder hun kont nog voor ze waren afgestudeerd. Peinsden zich suf over de vraag of ze er nog een jaartje New York of Londen achteraan zouden plakken. Buitenlandervaring. Was belangrijk. Kwamen met perfect Amerikaans/Brits accent terug. Bouwden netwerk op. Begonnen internetbedrijven. Werden miljonair. Waren na de crash weer miljonair af. Gaf niet. Tweede carrière. Consultant. Maakte niet uit in wat. Adviseerden een eind weg. Vroegen tweehonderd euro per uur. Kregen ze ook nog. Wie zo'n hoog honorarium vroeg, moest er wel verstand van hebben.
Wij, de jaren-tachtigers, keken ernaar met open mond. Of eigenlijk keken we eerst heel lang niet en toen we eindelijk keken, was het te laat. We reden een tweedehands auto, voor een buitenlandbeurs waren we te oud, een netwerk hadden we niet, de internethype bleek voorbij en een tweede carrière als consultant konden we ook vergeten, aangezien onze eerste carrière nog moest beginnen. Zij bloeiden vroeg, wij laat - of helemaal niet.

Ik vergeet er nog één ding bij te zeggen: ik vind ze aardig, de jaren-tachtigers. Niet zo zelfverzekerd. Niet zo blasé. Niet zo doelgericht. Niet zo haastig. Ze kijken met een zekere verwondering om zich heen. En ze herkennen elkaar onmiddellijk. Al worden de haren tegenwoordig keurig gekamd, je weet binnen vijf minuten hoe laat het is. Jaren-tachtigers spreken elkaars taal. Hé, jij ook hier. We leven nog. Hoera... geloof ik. Daarna nemen we een biertje. Op de toekomst. Of wat daar nog van over is.  

 

 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.