kuiken

Deze column gaat over een kuikentje.

Dat zit zo. Onlangs zag ik de documentaire We feed the world en nu word ik geplaagd door beelden van kuikens. Een biokuiken in gevangenschap kruipt als vanouds uit een ei, maar daar is alles mee gezegd. Tot zover de natuur, de rest is winstmaximalisatie.

Laten we het kuiken Dirkje noemen. Als Dirkje nog een bevrucht ei is, komt ze in een broedmachine terecht, die nog het meeste weg heeft van een reusachtige oven. Exit broedende kip. (Ja toch? We hadden toch ooit geleerd bij biologie dat de kip het ei uitbroedt?) Dirkje zal haar moeder bij leven nooit ontmoeten. Die vreet zich ondertussen dood in een hal barstenvol soortgenoten, gedicteerd door haar genetisch gemanipuleerde boulimia.

Op een dag barst het ei van Dirkje en alle duizenden en nog eens duizenden kuikens om haar heen. Voor de goede orde: slachtkippen lijken nauwelijks meer op kip. Het zijn vettige wezens met spaarzame veren, hun vel te strak over hun vlees gespannen. Plofkippen die van onder niet eens weten dat ze van boven kip zijn.
Maar kuikens!
Kuiken zijn nog altijd kuiken. Precies zo geel, pluizig en onschuldig als in een prentenboek.

Zodra Dirkje wordt geboren hoort ze een oorverdovend gepiep, veroorzaakt door haar panische, op elkaar gepropte mede-kuikens. Van schrik begint ze zelf ook te piepen. Nu treedt er een machine in werking, efficiënter dan de natuur zelf. Dirkje en consorten komen op een lopende band terecht, die met een rotgang de over elkaar struikelende, naar adem happende kuikens vervoert. De lopende band gaat halverwege stijl naar beneden - maar net niet zo hard dat ze het leven laten. Waarna ze door een soort sluis gaan die me nog het meest doet denken aan de lopende band bij de bagagecontrole op Schiphol.
Sommige dingen moet je gezien hebben voor je weet dat ze waar zijn.

Er loopt op deze aardbol minstens één mens rond die dit systeem heeft bedacht. Die serieus heeft berekend hoe je de band zo kunt afstellen dat zoveel mogelijk kuikens per minuut levend van de ene kant van de fabriek naar de andere worden vervoerd.
Dirkje weet waarschijnlijk niet wat haar gebeurt en ook niet dat het beter kan.
Toch moet ik aan haar denken als ik met mijn winkelkarretje langs het vleesvak rol. Wanneer er niemand kijkt, mompel ik besmuikt: "Dag Dirkje, houd je taai." Ik word nou eenmaal wat sentimenteel als oud & nieuw nadert, laten we het daar maar op houden. Zo neem ik afscheid van 2005, in gesprek met een kipfilet.

 

 
 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.