|
mul in india (1)
Aan mijn onbekende lezer,
Dit toetsenbord werkt niet, ik moet erop rammen als een bootwerker. Ik zit nu tussen de pelgrims en de heilige koeien, bij zee. In Gokarna, een kustplaats in het zuiden van India, Kijk maar op de kaart als je zin hebt. Raar land, India. Lekker eten (belangrijk). Ben momenteel vegetarisch, zodat ik in elk geval de chronisch zieke salmonellakip niet op mijn bord tref.
Mijn toestand is ontspannen te noemen. Dat moet ook wel, want alles duurt eeuwen en niets werkt. Blijven glimlachen en schuddebollen met het hoofd is het devies, net als de Indiërs doen, dan komt alles goed. Nu ben ik uitgeput van het gehamer op de toetsen. Zoals Aanstaande het internetcafé ongevraagd adviseeerde: "Ik zou zeggen, investeer eens in een nieuw toetsenbordje." In een volgend leven, denk ik. Zolang je karma maar goed is.
*
Gisteren dacht ik erover om een vliegtuig naar huis te nemen. Aanstaande ziek (overgeven), ik alleen in een stinkend dorp vol stinkende sadhu's, stinkende koeien en enorme stinkende koeienvlaaien, vers gelegd. Een sadhu doet er alles aan om heilig te worden, houdt daarvoor dertig jaar zijn arm in de lucht, of hangt ondersteboven in een boom zonder eten of drinken. Aan zijn persoonlijke hygiëne besteedt hij iets minder aandacht. In Nederland komt hij ook voor, alleen denkt de Hollandse sadhu dat hij Jezus is.
De straten zijn hier onverhard en stoffig. Elke ochtend vormt zich op de hoofdweg een file van jeeps. De pelgrims verdienen een vermelding in het Guiness Book of Records in de categorie 'zoveel mogelijk pelgrims in één jeep'. Van heinde en ver komen ze naar Gokarna om de Hindu goden eer te bewijzen. Na een slapeloze nacht over hobbelige wegen slaan ze, vers aangekomen, een zwarte doek om de lendenen en begeven ze zich vol frisse moed naar de tempel.
Indiërs zijn niet zo bezig met het femomeen: hoe houd ik mijn leefomgeving schoon? De heersende mentaliteit is eerder: waarom zou ik het opruimen als ik het ook gewoon op straat kan smijten? Kakken doen ze overal, net als de koeien. Ons hotel kijkt uit op een idylische lagune waar geregeld een pelgrim neerhurkt om de natuur zijn werk te laten doen.
Koeien zijn al minstens even heilig als sadhu's hier, maar niemand kijkt naar ze om. Bij gebrek aan beter eten ze plastic, waar ze ziek van worden. Ze zijn angstaanjagend mager, op hun uitpuilende buiken na. Ook stieren zwerven hier gewoon over straat, ze zijn te sloom om zich iets van de kleur rood aan te trekken. Ik zou de koeien willen redden, maar verder dan een bemoedigend klopje op de flank kom ik niet. Had ik maar heilige kracht.
|

|