onderhoudsgevoelig

Er zijn veel dingen in het leven om bang voor te zijn. Kernwapens, flitspalen, hondsdolle boxers, bedorven oesters; als je erover nadenkt, begrijp je mensen die hun huis niet meer uitkomen ineens een stuk beter.
Ik ben bang voor werkmannen. Schuilen heeft geen zin, want ze komen bij je thuis. Mijn angst uit zich in een krampachtige beleefdheid. Ik kan de juiste toon niet vinden, bied koffie aan op de verkeerde momenten en krijg ze met mijn geïnteresseerde vragen nooit zover dat ze doen waarvoor ze zijn gekomen. En dat is niet handig als je een cv-ketel hebt die er tien keer per jaar de brui aan geeft, bij voorkeur midden in de winter. In eerste instantie kies ik dus voor optie: 1 blijven hopen dat de ketel zich op wonderbaarlijke wijze vanzelf herstelt. 2 koud te blijven douchen onder het mom: goed voor de bloedsomloop. 3 met elektrische kacheltjes en gebreide truien van mijn oma de zomer af te wachten.

Helaas is een ijskoud huis op den duur zo ongezellig dat ik mijn angst wel moet overwinnen. Het begint al met het bellen van de firma die ketels repareert. Vooraf oefen ik het gesprek. In die fictieve conversatie maak ik de telefoniste op vriendelijk-assertieve wijze duidelijk dat het volstrekt achterhaald is om in deze 24-uurs economie van klanten te verwachten dat ze hele dagen thuis op de monteur zitten te wachten.
Het eindigt ermee dat ik lafjes akkoord ga met een wachtmarge van minimaal zes uur. Dus zit ik om half acht (koud) gedoucht en aangekleed klaar voor het geval dat mijn adres als eerste wordt aangedaan. Wat nooit zo is, behalve die ene keer dat ik had besloten om de wekker op de gewone tijd af te laten gaan. Toen rinkelde om drie over half acht de bel, waarna ik in blinde paniek poogde me in een noodtempo aan te kleden en te fatsoeneren.

Maar goed, dat was eens. Normaal gesproken komt de werkman zo rond half vijf ’s middags binnen gestapt. Ik ben dan compleet opgefokt en heb in mijn hoofd hele gesprekken gevoerd waarin ik hem laat weten dat ik wel wat beters te doen heb dan op hem te zitten wachten. In werkelijkheid leef ik met hém mee in plaats van andersom. Meestal is het de schuld van een collega dat hij zo laat is. Zo wist werkman Ron te melden dat zijn collega Jeffrey wegens hyperventilatie onverwacht naar huis was gegaan. Uit de manier waarop hij zijn wenkbrauwen optrok, kon je opmaken wat Ron daarvan dacht.
Het is vast een vooroordeel, maar ik ging er ook vanuit dat hyperventilatie alleen onder zittende beroepen voorkomt. Zo’n gezonde Hollandse jongen die met z’n handen werkt, maar ondertussen wel in een boterhamzakje moet blazen... ik kreeg het beeld niet helemaal rond. “Goh,” zei ik tegen Ron, “wat vervelend dat je nu al dat werk in je eentje moet doen.” Dat was Ron geheel met me eens.

Zo’n cv-ketel is een gecompliceerd apparaat, dat moet je niet onderschatten. Zeker de mijne, die door werkman Melvin ooit werd getypeerd als ‘onderhoudsgevoelig’. Mocht de werkman al in staat zijn om het probleem te lokaliseren, dan blijkt hij het te vervangen onderdeel niet bij zich te hebben. Vervolgens blijft hij urenlang weg om het te halen. Is het na vieren, dan begint hij er sowieso niet meer aan en wordt het morgen. Wanneer dan? Tussen half acht en half drie.
Het voordeel is dat ik mijzelf heb leren kennen, ook geen sinecure tenslotte. Mijn cv-ketel en ik, wij lijken op elkaar, zoveel is mij inmiddels wel duidelijk. Toen ik laatst de vraag kreeg om mijn karakter kort te typeren, had ik mijn antwoord klaar. Ik ben onderhoudsgevoelig.







 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.