|
televisieheimwee
Wat wil jij later worden, jongetje? Het jongetje dacht na. Astronout, dat leek hem wel wat. Maar laatst was hij bij zijn vriendje in de straat te logeren en toen had hij om elf uur ’s avonds naar huis gebeld; of z’n moeder hem wilde komen halen. Een astronout met heimwee, niet handig. Ook overwoog hij het beroep van brandweerman, maar sinds zijn grote broer hem had verteld dat het heel heet werd in een brandend huis twijfelde hij. Hij was één keer in het zuiden van Spanje op vakantie geweest en daar bleek het heel heet. Beviel niet. Het jongetje wist het antwoord! Hij wilde later saitkik worden. Dat was een mooi beroep. Je hoefde er niet veel voor te doen én je kwam op televisie. Zijn vader had hem uitgelegd wat het was, saitkik. Je moest dan samen met een tv-presentator aan tafel zitten en gasten ontvangen. Dan kon je boos doen, of gemeen, of grappig, of raar. Dat leek het jongetje niet zo moeilijk. Hij was het allemaal wel eens, boos, gemeen, grappig en raar. Nee, waarschuwde z’n vader, je moet kiezen. En van allemaal een beetje dan, probeerde het jongetje. Dat mag niet, zei z’n vader streng. Dat heet ‘genuanceerd’ en dat willen ze niet hebben bij de televisie. In het kader van het zelfstandig leren moest het jongetje een werkstuk maken. Hij koos de saitkik als onderwerp. Hoofdstuk één heette: Waarom ik saitkik wil worden. Hoofdstuk twee heette: Het sneeuwbaleffect. En hoofstuk drie heette: De geschiedenis van de saitkik. Z’n moeder hielp met zoeken op internet. Het was op de Nederlandse televisie allemaal begonnen met ex-voetballer Jan Mulder, die bij de talkshow Barend & Van Dorp kwam mopperen. Jan Mulder was namelijk een boze saitkik. Als hij flauw werd van de borrelnoten op tafel en altijd maar weer diezelfde koppen, zei z’n moeder, mocht hij ook gewoon boos kijken. Of weglopen, nog beter. Dat heette een herkenbaar imago. Het jongetje wilde dat ook wel, een imago. Volgens zijn moeder werd je daar goed rijk mee. Voor zijn werkstuk moest het jongetje iemand interviewen. Dus interviewde hij zijn oom Ton, die wist te vertellen dat je vroeger wel eens zenuwachtige mensen op televisie zag. Ze gaven niet meteen antwoord, hakkelden zelfs een beetje en begonnen soms zo hard te zweten, zei oom Ton, dat er geen poederdoos tegenop kon. Tegenwoordig kon je op televisie hoogstens dóen alsof je zenuwachtig was. O ja, begreep het jongetje, imago. Oom Ton knikte tevreden.
|
|
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
||