robson

Als de lijkkist van Robson Roque da Cunha (38) naar zijn graf wordt gedragen, komt de schreeuwende menigte op begraafplaats Irajá in beweging. De beginzin van het krantenartikel blijft sluimeren. Robson. Hoe zou het met hem zijn? Ik heb al lang niet meer aan hem gedacht.

Robson woonde bij mij in de straat. Woest krullend haar en een brutale, donkerbruine blik. Anders dan andere kinderen. Ze zeiden dat hij geadopteerd was. Ik was een beetje bang van Robson en meed hem zoveel mogelijk. Ook mijn broertje bleef liever uit zijn buurt. Helaas meldde Robson zich geregeld aan de deur om met hem te spelen. Hij durfde geen nee te zeggen. Niemand durfde nee te zeggen tegen Robson.

Op een dag stond Robson in de achtertuin. Onverschrokken keek hij me aan: waar was mijn broer? Die zat verstopt in de garage, iets wat ik pas prijsgaf nadat hij me aan een prikkeldraadbehandeling had onderworpen. Robson en mijn broertje gingen naar binnen om te spelen, terwijl ik op mijn rolschaatsen over de stoep bolderde, ver van de kwelgeest vandaan.
Toen ik thuiskwam, stond mijn kamerdeur open. Binnen vlokten de lange blonde haren van mijn pop Eline over de vaalblauwe vloerbedekking. Het nagelschaartje lag ernaast. De dader heeft zich nooit gemeld, maar iedereen wist wie het gedaan had.
De volgende keer dat Robson aanbelde, wilde mijn broertje niet aan de deur komen. Toen heeft mijn moeder maar tegen hem gezegd dat hij beter met iemand anders kon gaan spelen.
Tijdenlang durfden mijn broertje en ik nauwelijks langs het huis van de belager te rolschaatsen. Bange blikken werpend schoten we voorbij. Het zonnescherm was altijd naar beneden en wierp een vaaloranje licht. We konden niet zien wat daar binnen gebeurde. Niet veel goeds, vermoedden wij.

Met Robson Roque da Cunha (38), de Braziliaanse bandiet, is het niet goed afgelopen. Doodgeschoten door een rivaliserende bendeleider. Hoe zou het Robson zijn vergaan? Hij moet nu ongeveer even oud zijn als z'n naamgenoot.
Ik blader verder. In het sportkatern lees ik dat turner Jeffrey Wammes, die een jaar geleden nog herstelde van twee gebroken enkels, derde is geworden bij de wereldbekerwedstrijden op het onderdeel sprong. De kop luidt: Wammes derde bij sprong in Cottbus. Wammes. De enorme pluche hond van mijn beste vriendinnetje. De lievelingsknuffel met wie we hele dagen doorbrachten. Haar oudere zus was een gemeen exemplaar dat het bestond Wammes over te gooien met een kompaan. Vergeefs probeerde ik hem te redden. Arme Wammes.

Maar dat is weer een ander verhaal.

 
 
 

 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.