 |
het leven volgens aaf brandt cortius
Columniste Aaf Brandt Corstius timmert flink aan de weg, met haar dagelijkse column in ‘NRC Next’ en optredens in ‘De wereld draait door’. Maar bij Aaf thuis gaat het over heel andere dingen. Over de liefde, bijvoorbeeld, en over haar moeder, die jong overleed. Maar ook over verregaande klunzigheid: “Dingen zoals rijbewijzen, daar heb ik oprecht moeite mee.”
“Wil je nog een beetje cake?” vraagt Aaf. Ze houdt visite bij haar thuis, aan tafel. Met knusse, gebloemde kopjes en thee uit een gietijzeren pot. Daar komt Zus de kamer binnentrippelen. Poes, drie maanden oud, de dappere van de twee. Broer zit onder het bed en komt er voorlopig niet onderuit. “Ja moppie, ga maar lekker rondlopen,” zegt Aaf bemoedigend.
Het ‘Handboek voor de moderne vrouw’, dat ze samen met Machteld van Gelder schreef, is af. Een naslagwerk over het leven, van moeilijke ouders, geslachtsziektes tot de juiste garderobe - mooi geïllustreerd door Machteld. Favoriet blijven de mijmeringen van Aaf, die regelmatig terugkeren in het boek. Over fundaverslaving, de sportschoolblik en de vergeefse pogingen om een stijlvol persoon te worden. De mooiste levensles: ‘Een van de allermoeilijkste dingen in het leven, vinden wij, is doorzetten en niet opgeven. Wie ooit leerde schaatsen met zwakke enkels weet wat we bedoelen.’
Je kent Aaf van haar dagelijkse column in ‘NRC Next’. En van haar optredens in ‘De wereld draait door’. “Weet je,” zegt Aaf, “ik ga niet meer tijdens de uitzending denken dat ik een onderkin heb of te veel met mijn hand onder mijn kin zit. Ik wil gewoon lekker zitten, zoals thuis.” Zij is altijd de eerste om er een dosis zelfspot tegenaan te gooien, maar een beetje Carrie Bradshaw is ze toch wel. Succesvol columniste, immers, en wonend in de grote stad. Al wil het niet echt lukken om bevallig een column op bed te schrijven in een bijpassende babydoll. Eén keer geprobeerd, beviel helemaal niet. Dan toch maar gewoon aan een bureau.
Werk, liefde... het gaat Aaf in alle opzichten voor de wind en daar lijkt ze zelf nog altijd een tikje verbaasd over. Na een slechte relatie van vier jaar met de beroemde-schrijver-van-wie-we-de-naam-niet-zullen-noemen, kwam Gijs, twee jaar geleden. En durft Aaf zomaar te denken dat dit wel eens kan blijven. Ze ziet een groot gezin voor zich, met z’n allen aan tafel - komt misschien doordat ze zelf een (jongere) broer en zus heeft. En dan zelfgedraaide spaghetti serveren, al kan ze dat helemaal niet. Nou ja, het gaat om het idee.
Je doet aan medisch googlen, begreep ik uit het boek. Volgens mij ben jij een onvervalste hypochonder.
“Ja, dáár moet ik eens voor geholpen worden, in plaats van voor al die kwalen die ik denk te hebben. Elk keer als ik iets voel, ben ik bang dat ik wat heb. Ik vrees altijd voor kanker, dat is ook omdat het in mijn familie nogal veel voorkomt. Ik heb wel eens een knobbeltje in mijn borst gevoeld. Toen hoopte ik dat de huisarts zou zeggen dat er niets aan de hand was, maar hij stuurde me door naar het ziekenhuis. Allemaal onderzoeken; ik moest een punctie en toen nog een punctie. Bleek het gewoon een opgezet kliertje te zijn. Ik heb het gewoon te veel om me heen gezien, dus ik ben niet zo zeker van mijn zaak. Mijn moeder is heel jong overleden. Ze was een jaar ouder dan ik nu ben toen ze stierf. Ik denk wel eens: dan zou ik nu bijna doodgaan. En zij had nog drie kinderen ook. Ik kan me niet voorstellen hoe dat is. Zo erg, het ergste wat er kan gebeuren.”
Je was zes toen ze stierf. Kun je je haar nog herinneren?
“Vrienden en familie hebben een boek over haar gemaakt, dus dat heb ik nog. Ik weet niet of die herinneringen aan haar echt van mij zijn, of dat ze me zijn verteld. Ik zie haar voor me, zoals ze bij de deur stond wanneer we gingen slapen. Ik weet zeker dat ik dat nog weet. Ze ging op dertien december dood en op vijf december heeft ze nog Sinterklaas met ons gevierd. Uit het ziekenhuis, op de bank en weer terug naar het ziekenhuis. Dat heeft indruk op mij gemaakt. Ik heb haar tijden heel weinig gezien. Wij, de kinderen, zijn denk ik één keer op bezoek geweest in het ziekenhuis, maar verder wilde ze absoluut niet dat wij haar ziek zouden zien. We zijn ook niet naar haar begrafenis geweest, dat wilde ze niet. Of mijn vader wilde het niet. Dat weet ik eigenlijk niet precies. Ik hoor nog wel eens van mensen dat de begrafenis zo mooi en geweldig was. Dan denk ik: ja, waarom wás ik daar niet?”
Wist je destijds dat ze ging sterven?
“Nee, dat wist ik echt niet. Ik zag haar steeds niet omdat ze in het ziekenhuis lag en ineens was ze dood. Wat is het verschil precies? Dat snapte ik als kind helemaal niet.
Zij heeft er überhaupt niet met iemand over gepraat, dus al helemaal niet met ons. Ze heeft ook geen afscheidsbrieven aan ons geschreven. Ze was zo’n levenslustige vrouw, ze wilde er niet aan dat ze dood ging. Ik wil juist altijd alles benoemen, vind dat je altijd over alles moet praten. Maar ja, zij ging erg jong dood en was ook geen type om zielig te doen, dus ze praatte er niet over.”
Lijk je uiterlijk op je moeder?
“Als ik mensen tegenkom die haar van vroeger kenden, schrikken ze soms een beetje; ‘hè, je bent net je moeder’. Dat vind ik leuk, want ik wil graag op haar lijken. Ik zie haar nog steeds als een vrouw van dertig, maar ze zou nu al in de zestig zijn. Als ik moeders van anderen zie, vind ik ze enorm oud. Maar die van mij was nu ook zo oud geweest. Voor mij blijft ze altijd slank en met heel mooi haar. De herinneringen die mensen aan haar hebben zijn zo florissant dat ze bijna te engelachtig wordt. Ik vind het al zo erg dat ze dood is en dan is er ook nog een engel van me afgenomen. Een tijd geleden heb ik aan mijn vader gevraagd of ze wel eens ruzie hadden. ‘Natuurlijk’, zei hij toen. Dat vond ik wel lekker om te horen.”
Er wordt altijd automatisch gedacht dat je je schrijftalent van je beroemde vader hebt - ook columnist. Maar misschien heb je het wel van je moeder.
“Als ik mijn moeders oude brieven lees, denk ik dat zij meer in mijn stijl schrijft dan mijn vader. Ik heb haar pen, haar manier van praten. Mijn vader is heel productief en zeikt nooit over een deadline of writersblock, hij dóet het gewoon. Dat heb ik van hem geleerd.”
Je columns zitten vol zelfspot. Een aangename eigenschap. Maar het heeft ook iets veiligs, dat: ik kluns ook maar wat door het leven. Als je niet te veel van jezelf verwacht, doen anderen dat ook niet.
“Dat is waar. Columnisten die alleen maar aan zelfspot doen, vind ik niet zo leuk. Je moet ook eerlijk zijn. Maar ik ben echt een heel verschrikkelijke kluns. Dingen zoals rijbewijzen, daar heb ik oprecht moeite mee. Ik heb ook geen evenwicht; als ik yoga doe, val ik gewoon om. Sommige dingen kan een mens gewoon niet. Na een jaar rijles had ik het nog zó niet onder de knie. En ik heb echt heel veel rijlessen gehad. Ik kon mezelf wel blijven frustreren, maar ik dacht dat ik dan beter op gitaarles kon gaan. Dat is leuker en daar leer ik ook van.”
Je bent stiefmoeder van een zevenjarige tweeling. Eerlijk gezegd vind ik jou iemand om ook zelf kinderen te krijgen.
“O gelukkig. Ik vraag me altijd af of ik een goede moeder zou zijn, omdat ik geen voorbeeld heb. Ik ben wel een goeie ‘stiefmoeder’, denk ik inmiddels van mezelf. Ik houd zoveel van kinderen, dat heb ik altijd al gehad. Ik ben zo’n idioot die op de eerste avond tegen een man zegt: ‘Ik wil tien kinderen’. (Schatert.) Je moet daar niet geheimzinnig over doen tegen elkaar. Als die man geen kinderen wil, dan is het gewoon klaar. Ik zou fulltime moeder kunnen zijn - alhoewel, nee, ik heb veel ambitie. Maar ergens denk ik: zo’n Zweeds huis met tien kinderen en een geit en een paard en tachtig poezen en dan de hele dag vuurtjes stoken - ja.”
Een hoofdstukje in het ‘Handboek’ heet: waarom val ik niet op aardige mannen? Ben je zelf ook in de verkeerde-mannen-val getrapt?
“O ja. Als ik al iemand tegenkwam – ik ben ook lang vrijgezel geweest – was het altijd de verkeerde, dus ik had eigenlijk nooit een leuke relatie. Ik viel op mannen bij wie het allemaal om hen draait. En ik ben daar heel geschikt voor, want ik ben met mijn vader opgegroeid, die ook nogal op zichzelf gericht is, en ik ben bereid om veel te doen voor iemand. Dat is een lieve eigenschap, alleen maak je je leven kapot. Mijn ex was gewoon van alle kanten slecht nieuws. Ik was echt diep ongelukkig. Gijs is anders, bij hem voel ik me juist heel veilig en gelukkig.”
Ben op Gijs gevallen omdat hij een tegenhanger is van die foute exen?
“Ik ben dolblij dat hij zo is. Door hem ben ik ook heel huiselijk en gezellig geworden. Hij heeft mijn halve huis ingericht, want dat kan ik helemaal niet goed. Hij is ook heel grappig, hoor, en kritisch. Ik bedoel: hij is niet alleen maar een verzorgende teddybeer.”
Was er een punt waarop je weigerde nog langer ongelukkig te zijn?
“Ik dacht dat ik zwanger was van mijn toenmalige vriend en toen zei hij: ‘Nou, zoek het maar uit met dat kind’. Toen wist ik dat ik niets meer met hem te maken moest hebben. Ook omdat ik het kind wel wilde, maar niet met hem - en dat wist ik al na één dag nadenken. Ik dacht er serieus over na om abortus te plegen. Ik wilde niet een kind dat zo’n vader heeft, want dat vind ik gewoon gemeen voor het kind. Uiteindelijk bleek de zwangerschapstest niet te kloppen. Maar daarna heb ik het uitgemaakt.”
In het ‘Handboek’ hebben jullie het over relatieverslaving. Leed je daar zelf ook aan?
“Ik was verslaafd, ja. Je weet dat het slecht voor je en toch ga je ermee door. Net als met drugs. Je kunt niet stoppen want je bent verslaafd, niet alleen aan de leuke dingen, maar ook aan de lows. Als je depressief bent over je werk, of je woning, kun je dat allemaal op je relatie afschuiven. ‘Ik woon in een heel klein huis, want het gaat zo slecht met mijn relatie en daarom kan ik niet genoeg geld verdienen’. Het is een smoes om je leven niet vooruit te laten gaan. Ik zag uiteindelijk in dat ik wel de hele tijd over mijn toenmalige vriend kon blijven zeiken, maar dat ik ook van hem af kon gaan en kijken hoe mijn leven dan zou verlopen. En het is dus duizend keer leuker geworden, kan ik feitelijk vaststellen.”
Weet ik nu wie je bent?
“Nou nee, maar dat weet je toch nooit.”
Aaf begint hard te lachen. Dan gaat de telefoon, het is Gijs. “Hé schat!” roept Aaf verheugd. Zus huppelt ondertussen onbevreesd door de kamer. En Broer? Die laat zich nog altijd niet zien.
(kader)
Het beste van Aaf
Beste boek: “Een boek van Astrid Lindgren: ‘Karlsson van het dak’.”
Beste columnist: “Dave Barry, een Amerikaanse columnist.”
Beste voedsel tijdens het schrijven: “Boterham met boerenkaas.”
Beste drankje: “Er moet altijd een pot thee naast de laptop staan.”
Beste tijdstip van de dag: “Dat wisselt. Nu, in de herfst, is het nog de ochtend.”
Beste recente moment: “Zomaar gaan wandelen door de stad met heerlijk weer, met Gijs, en spontaan beland in een heel lekker Italiaans restaurantje.”
‘Het handboek voor de moderne vrouw’ van Aaf Brandt Corstius en Machteld van Gelder (uitgeverij Podium) ligt nu in de winkel
|