 |
'met grote woorden
kom ik hier niet weg'
Anil Ramdas:
India correspondent. Standplaats: Delhi. Keiharde verslaggever? Nou nee. Na een
aardbeving durfde hij, bevangen door schaamte, de rouwende slachtoffers geen vragen
te stellen. "Ik ben een totaal neurotisch type," bekent hij opgeruimd
aan Marie Claire, die hem ontmoet in de Indiase hoofdstad Delhi.
Wat
heeft Anil Ramdas níet gedaan? Hij schreef talloze artikelen, columns,
een aantal goed besproken boeken, hij maakte het tv-programma Het blauwe licht
en werd als kroon op zijn werk 2,5 jaar geleden door NRC Handelsblad als correspondent
naar India uitgezonden. Aan zijn Indiase voorouders heeft hij te danken dat hij
Hindi spreekt (één van de belangrijkste officiële talen) en
Indiaas oogt. Om verwarring te voorkomen: Anil groeide op in Suriname en woonde
vanaf zijn studietijd in Nederland. Een Surinaamse Nederlander met Indiaas bloed,
als je een ingewikkeld etiket wilt plakken.
Zo'n 2,5 jaar geleden was zijn standplaats nog Loenen aan de Vecht, waar hij met
z'n gezin in het laatste huis van het dorp woonde. Nu woont hij in een drukke
woonwijk van Delhi, waar dag en nacht op straat gewerkt, gekookt, overleefd wordt.
Tussen de heilige koeien en de apen die in grote getale de ongeplaveide weg oversteken.
Herrie, stof, de geur van voedsel: geen ontsnappen aan. Is dit de officiële
hoofdstad van India? Jazeker.
Hij beschreef het totale gebrek aan privacy in India: deuren gaan nooit dicht,
het personeel is overal. Een huishouden runnen zonder personeel blijkt ook geen
optie; dat kun je zeker als bemiddelde westerling niet maken. In zijn zucht naar
privacy heeft hij de ramen van zijn kantoor aan huis afgeplakt. Daar werkt hij
het liefst 's nachts als iedereen slaapt. Stilte. Alleen de alerte fluitjes van
de bewakers waarmee ze inbrekers proberen af te schrikken, hoort hij dan nog.
Een Indiase journalist zei ooit: 'Probeer India niet te begrijpen, dat kost je
je verstand'. Ook Anil blijft zich verbazen. Alleen al het verkeer stelt hem voor
raadsels. Waarom dringen chauffeurs massaal voor bij het stoplicht, om vervolgens
níet op te trekken als het groen wordt? Naambordjes, huisnummers? Bestaan
niet in Delhi. En toch vinden chauffeurs uiteindelijk altijd de plaats van bestemming.
Op miraculeuze wijze komt het goed. Ja, dat is misschien wel de meest wijze Indiase
les: uiteindelijk komt het altijd goed.
Anil is anders gaan schrijven sinds hij in India woont, minder intellectualistisch,
redenerend. Dit complexe land vraagt om eenvoudige woorden. Anil: "India
doet er echt toe: het kent enorme armoede en rijkdom, is een kernmacht, heeft
veel politieke invloed. Het is zo'n groot land dat ik de dingen op een kleiner
niveau wil begrijpen. Vanuit Nederland schreef ik met gemak over het 'multiculturele
drama', maar in India lukt het me niet meer om in die termen te denken. Als hier
iets ergs gebeurt, heb je het al gauw over tweeduizend doden - dus spreek ik niet
zo snel meer van een drama. Met grote woorden kom ik hier niet weg, daarvoor is
het land te complex. Hier heb je zoveel culturen, zoveel etnische groepen; hoe
blijft dit land in godsnaam bij elkaar? Je moet een hoge mate van beschaving hebben
om zo samen te leven zonder elkaar de hersens in te slaan. Ondanks de rellen in
het noorden vind ik het redelijk goed gaan. Een mirakel. En hoe dichter ik bij
dat mirakel kom, hoe minder ik het begrijp."
Eén van die kleine mirakels. Bij hem in de straat woonde een jongen die
een ware metamorfose onderging: zijn borstkas groeide met de week, hij liep zelfbewuster,
droeg een petje. Pure ijdelheid? Hij bleek naar een baan als politieman te solliciteren
en trainde om er sterker uit te zien. Per maand verdiende hij 3000 roepies per
maand en hij had 100.000 roepies aan steekpenningen betaald - alles wat hij bezat.
Uiteindelijk heeft hij de baan niet gekregen. Anil: "Wat een ambitie, wat
een droom, wat een tragedie! Er bleek een enorm verhaal achter te schuilen en
zo ken ik er wel duizend."
Het heeft ook met zelfvertrouwen te maken dat hij eenvoudiger is gaan schrijven,
geeft hij na enige aarzeling toe. "Toen ik ging werken bij het NRC voelde
ik me niet echt behaaglijk; ik werd zo weggeplukt bij De Groene Amsterdammer door
de deftigste krant van Nederland en overschreeuwde mezelf. Vervolgens werd ik
ook nog gebombardeerd tot columnist. Met dat fotootje erbij: angstaanjagend. Al
imponerend probeerde ik het slimste jongetje van de klas te zijn."
Hij strooit wel vaker met zelfkritiek; Anil Ramdas vindt zichzelf steeds opnieuw
uit. Hij lacht: "Ik ben het graag met mezelf oneens, anders wordt het leven
saai." Zo beschreef hij vol zelfspot hoe hij eerder dan CNN bij de aardbeving
in Gujarat was (in 2000), maar vervolgens geen rouwende slachtoffers durfde aan
te spreken. Uiteindelijk hobbelde hij achter een piepjonge, Indiase tv-verslaggeefster
aan die wél doortastend vragen stelde. Zij bezocht een plek waar studenten
onder het puin lagen. "Tegen dat meisje keek ik erg op. Jezus, wat knap.
Ze was zo zelfbewust, zo charmant. Ze stapte uit de rijdende auto, pakte haar
perskaart, keek naar de politieman die de plek bewaakte en liep gewoon door. Ik
heb ook zo'n perskaart maar ik kom niet eens op het idee!"
Die ene keer dat hij het probeerde, werd hij onmiddellijk gestraft. In de krant
las hij een berichtje over een Indiase jongen die in het WTC zat op 11 september
en een hartverscheurende e-mail stuurde aan zijn vader: 'The building is on fire
and I don't think there is a way out. So I'm jumping out'. Kom op, zei Anil tegen
zichzelf, bel de vader. "En die man zei: 'Schaamt u zich niet?' - hij bevestigde
wat ik al voelde. Mij ontbreekt het lef om die vragen te stellen."
Anil maakt liever achtergrondreportages dan hard nieuws.
Zo schreef hij over het vergeten dorp Nibsai in Midden-India. De bewoners hebben
geen elektriciteit, geen stromend water en ze doen hun behoeften in het open
veld. Maar ze zijn in Anils ogen wel beschaafd. Z'n definitie van beschaving
is veranderd in India. "Vroeger zou ik het primitief hebben gevonden. Maar
toen ik zelf het veld in moest om mijn behoeften te doen, kwam ik een meisje
tegen uit het dorp dat ook net op het punt stond. Ik had echt met haar te doen,
zoals ze van schrik stokstijf in het veld bleef staan. Toen we elkaar nadien
bij de binnenplaats van het dorp weer tegenkwamen, voelde zij zich duidelijk
zo vernederd. Toen dacht ik: dat kun je alleen voelen als je deep down weet
wat beschaving is. Maar misschien ben ik te mild geweest; als je het westerse
perspectief verlaat, heb je geen houvast meer. Het is voortdurend balanceren.
Want ik haat dat dwepen met het spirituele, die toon van: ik ben zo verknocht
aan India. Als ik zo'n vervuilde westerling in lokale kleding zie die helemaal
weg is van India, word ik gek van woede. Jíj kunt 't je veroorloven,
denk ik dan."
Terug naar de kern wilde hij in India. Is dat gelukt? "Ik was dodelijk nerveus toen ik wegging. Ik sleepte mijn hele familie
mee, maakte mijn kinderen los van de plek waar ze waren geboren. In India heb
ik vaker aanvallen van levensangst dan in Nederland. Hier is het leven zoveel
onzekerder, zoveel gevaarlijker. Er kan een aardbeving komen, je hebt terrorisme,
de oorlog kan uitbreken. Om hier te leven moet je veel moeite doen. Airconditioning
die het niet doet, de waterpomp die dienst weigert: een eeuwig gevecht. Het
strijkijzer gaat drie keer per week kapot, ik word daar helemaal gek van! Ik
ben een ontzettend neurotisch persoon. Laatst zouden we met het gezin een krankzinnige
reis maken, naar Sri Lanka, Thailand en Singapore. Er moest ineens van alles
gebeuren: een reisorganisatie vinden, valuta uitzoeken
Uiteindelijk loopt
zo'n avontuur goed af, min of meer. Maar er komt geen uitgerust persoon terug
van de reis, ik ben dan een totaal wrak. Van reizen houd ik sowieso niet."
Bij deze is het overtuigend aangetoond dat hij meer schrijver dan correspondent
is. "En dan ben ik ook nog reiscorrespondent geweest. Juist ik! Zo'n totaal
neurotisch type."
Liefde en dood, zo omschreef hij de essentie van het leven. Die dood kwam hij
zeker tegen, maar wat hij zag, beviel hem allerminst. "De dood is niks
hier en dat werkt absoluut niet relativerend. Bij de Ganges, de heilige rivier,
zag ik een man op de trap zitten met een lijkje op schoot, gewikkeld in een
doek - zijn negenjarige zoon. Hij kocht een steen, bond die aan het pakketje
vast en liet zich naar het midden van de rivier varen. Hij concentreerde zich
een moment en gooide het lijkje toen zo overboord. Ik heb die man bijna aangevallen!
Hier hield ik totaal op Indiër te zijn. Het gevoel dat het lichaam alleen
een omhulsel is, kan ik niet vatten. En dat wil ik ook niet vatten. Het is het
tegenovergestelde van beschaafdheid."
Journalist, columnist, schrijver, programmamaker en uiteindelijk
correspondent - hij heeft een indrukwekkende carrière opgebouwd. Wat
nu? "Ik weet het bij god niet. In Nederland leek het vanzelf te gaan, nu
vind ik het moeilijk om keuzes te maken. Ik moet bedenken wat ik wil en daar
word ik melancholisch van." Anil schraapt zijn keel, begint een zin, breekt
hem af, kucht. Hij heeft tranen in zijn ogen. "Het vliegt me echt aan.
Wat moet ik gaan doen? Ik wil misschien nog een mooi boek schrijven, maar ik
kan de noodzaak daar ook niet meer zo van voelen. Crisis hè? Ik ben voortdurend
met mezelf in debat, het is echt levensangst."
Ondanks die angst ziet hij de schoonheid van het detail. Hij schrijft de wereld
mooi. "Er is nog nooit zo'n ingewikkeld conflict geweest als in Kashmir
en weet je wat ik doe? Ik maak er een heerlijk sprookje van, met koningen en
krijgers. In Nederland zag ik tien vormen van beschaving en nu ik hier woon,
blijken er wel duizend vormen te zijn. Dat maakt me onzeker. Vandaar dat ik
meer en meer op zoek ga naar het kleine, het vertelbare."
Ook over zichzelf denkt hij steeds kleiner: "Vroeger vond ik mezelf heel
belangrijk, dat heb ik in India snel afgeleerd! Bescheidenheid maakt een groot
deel uit van beschaving. Ik heb zó veel geld en macht in vergelijking
met Indiërs en het enige wat ik heb geleerd is hoe weinig het uitmaakt.
Mijn vrienden in Nederland zeggen ook: 'Wat ben je bescheiden geworden'. Vroeger
had ik het hoogste woord, was ik de leukste van de club. Dat is nu echt veranderd.
Wat niet wil zeggen dat ik een beter mens ben geworden."
|