annemieke schollaardt:
'mijn werk is hetzelfde als verliefd zijn'

3 FM-dj Annemieke Schollaardt gaat hard. Ze maakt furore met het dagelijkse programma Uruzgan.Fm, presenteert vanaf LowLands, doet avond- en nachtradio... Elke kans pakte ze met even veel enthousiasme aan. Niet zo gek dat Annemieke onlangs werd genomineerd voor de Marconi Award, categorie: Aanstormend Talent. Hoe aanstormend kun je zijn, zou je zeggen, maar ze won de prijs net niet. Nu ja, die erkenning komt toch wel. “Het is hollen of stilstaan, maar bij is het eigenlijk altijd hollen.”

“Het is wat, het is wat!” Vrolijk schalt de stem van Annemieke Schollaardt door de ether. Vanuit Afghanistan, waar ze met haar ploeg vanaf Kamp Holland twee weken lang rechtstreeks heeft uitgezonden. Het is al de tweede keer dat ze zich in het oorlogsgebied waagde. Dj Annemieke heeft een geheel eigen stijl, waarmee het onafhankelijke radioprogramma Uruzgan.Fm voor militairen (en het thuisfront) erg populair is geworden. Tegen een militair van de Luchtmacht zegt ze onbekommerd: “Ben je al een keer goed genaaid, niet letterlijk dan?” Bij de aankondiging van het nieuws roept ze met lichte ironie tegen haar collega: “Er gebeuren ook nog díngen in de wereld, hè Wouter?” En tegen Rob de weerman, die ze in Uruzgan voor het eerst in levende lijve ziet: “Ik had gedacht dat je een snor had.”

Haar toon is vrolijk, een beetje: we zijn met z’n allen gezellig op kamp. Het programma is tenslotte bedoeld om de militairen op missie een hart onder de riem te steken. Al gaat ze de zwaardere kant niet uit de weg. Als er doden vallen, is daar aandacht voor. En als er een publieke debat is over het nut van de missie, wordt die discussie net zo goed op de radio gevoerd. Ze trekt zich ook niets aan van strepen of sterren, vraagt rustig aan een kolonel: “Goh, wat doe jij nou eigenlijk precies?”
Annemieke zit nog bomvol indrukken van haar recente reis.

Je zat in Afghanistan in de moordende hitte (rond de 50 graden) vanuit een “uitzendcontainer” radio te maken. Beviel ’t?
“Je went heel snel aan de hitte, ik tenminste. De rest van het team had er meer last van. Het stof is verschrikkelijk, dat wel. Het is een rare gewaarwording om in een oorlogsgebied te zijn. Ondanks dat het kamp er mooi en gefaciliteerd uitziet, en er echt wel moeite is gedaan om het een soort veilig en huiselijk gevoel te geven, blijft het een heel alerte sfeer houden. Als je twee weken komt langs zeilen, is dat natuurlijk een heel ander verhaal dan als je er vier en een halve maand zit.”

Tijdens een van de uitzendingen vertelde je dat je complete “cementblokken” uit je neus viste.
“Ja, ik kon Midden-Afrika daar voelen. En je krijgt bloedneuzen. Maar dat is alleen in het begin, als je er net zit. En je haar, hè? Je haar gaat echt dood. We hebben één zandstorm meegepakt en daarna kun je het gewoon breken. Die meisjes daar lopen af en aan met crèmespoelingen.”

Je was er nu voor de tweede keer en het is, sinds de vorige keer dat je er was, alleen maar gevaarlijker geworden in Uruzgan. Merkte je dat?
“Op papier is dat wel zo, maar zo voelde het niet. Ik had daar een soort overlevingspower. De eerste keer was ik volledig flabbergasted door de hele entourage. Het feit dat iedereen met geweren rondloopt, dat er constant helikopters opstijgen en boven je hoofd vliegen. Dat had ik de tweede keer minder. Ik kon nu veel meer in me opnemen en me ook meer op de mensen zelf richten. En je hebt het belachelijke gegeven dat alles er net even wat mooier uitziet met mooi weer. Vorig jaar waren we er rond Kerstmis, in de blubber en de modder. Als je dan wat militairen aan een tafeltje ziet zitten komt dat een stuk somberder over dan als de zon schijnt.”

Je ben één keer met een helikopter van het kamp afgeweest. Zelfde noemde je dat een “dodemansvlucht”. Slecht bekomen?
“Nee, juist niet. Al realiseerde ik me dat ik het beter niet kon doen en dat de mensen in Nederland dit niet leuk gingen vinden. We kregen de unieke kans om naar een klein kamp van driehonderd man te gaan, waar eigenlijk nooit iemand komt omdat het daar heel afgelegen en gevaarlijk is. Die jongens zijn onze meest fanatieke luisteraars, want ze hebben niets. Toen we landden, ben ik die heli uit gerend. We zijn in totaal drie kwartier aan de grond geweest.”

Lijkt me heftig om als een van de weinige vrouwen tussen al dat gierende testosteron te zitten. De militairen gingen vast kijken hoever ze konden gaan.
“Er wordt wel eens wat testosteron op me gebotvierd, maar dat gaat op een leuke manier. Vlak voordat we vertrokken naar Uruzgan stond er een artikel in het AD over onze tocht, met een enorme foto van mij erbij. Dat artikel bleek dan ergens te hangen in het kamp en mijn burgerlijke staat, single, was omcirkeld. Ik heb ook wel eens een poster tegen het plafond boven een bed zien hangen. Dan weet je dat daar wat sappen worden verspild. Het hangt helemaal af van de manier waarop je erin staat. Ik heb daar eigenlijk schijt aan. Je hebt een compleet militair jargon, met allemaal afkortingen. Ik heb ooit van een collega een lijst gekregen met die afkortingen en die heb ik uit mijn kop geleerd. Ik had ze dus door. Op een gegeven moment zei een militair iets waarvan ik dacht: o, dit heeft een dubbele bodem. Ik zei terug: ‘Nou, dit vind ik dus Kwalitatief Uitermate Teleurstellend’. Dat is dan een nette versie van ‘kut’. Toen hoorde ik echt zo’n gniffel en daarna was het meteen stil. Op die manier heb ik het wel gered.”

Heb je er nooit aan gedacht dat lange, wapperende haar af te knippen, om van de vooroordelen af te zijn?
“No way, ik ben aan mijn haar gehecht. Als ik het afknip, raak ik mijn krachten kwijt.”

Je wilt geen politiek oordeel uitspreken. Word je ontslagen als je het openlijk oneens bent?
“O, nee, absoluut niet. Maar voor het programma is mijn politieke mening totaal niet relevant. Daar blijf ik bij.”

Als kind zie je het simpel: oorlog is slecht. Eigenlijk gaat die kinderlijke logica nog steeds op, vind je niet?
“O ja, ik heb die logica ook nog af en toe. Als ik een militair een legervoertuig zie prepareren met de nodige guns erop en hij begint enthousiast te vertellen hoeveel kaliber die wapens hebben, denk ik: ja, maar die zijn alleen gemaakt om mensen te doden. Ik heb niet altijd zin in om op de radio over al dat geweld te praten, ga het onderwerp soms bewust uit de weg. Dan heb ik het er liever over Saskia die haar mannetje zo mist. Het hoeft niet altijd zwaar te zijn.”

Zo’n militair kamp is behoorlijk primitief. Ga je op vakantie ook kamperen en macaroni koken op een butagasje, of ben je dan meer van de luxe hotels?
“Ik heb nooit echt tijd voor vakantie. Twee jaar geleden ben ik voor het laatst weggeweest. Toen heb ik achter op een motor, met een klein tasje, rondgetrokken door India. Dus ik houd wel van primitief, ja. Ik heb niet het gevoel dat ik vakantie nodig heb. Ik vergelijk mijn werk met verliefd zijn. Ik doe iets waar ik met mijn hele hebben en houden lol in heb, daarom kan ik gewoon door. Ik ben ergens wel moe, maar ik voel het niet. Deze week ook, ik had vier concerten en een nachtuitzending en een festivalletje her en der, dat is gewoon léuk.”

Je hebt iets stoers over je, bent niet zo’n Meisje met hoofdletter. Heb je meer vrienden dan vriendinnen?
“Ik ben eigenlijk best wel een mannen-vrouw, ja. Ik werk ook over het algemeen met mannen. Dat gaat me natuurlijk af. Mannen zijn lekker no nonsense, geen gelul, geen gekift, geen vetes die een half jaar duren. Met vrouwen moet je meer schipperen en met elkaars gevoelens rekening houden. Mijn vriendinnen zijn ook redelijk zoals ik, die zijn niet zo moeilijk.”

Hoe vaak ben je al gevraagd voor tv?
“Hou het maar op nul keer. Ik ben nog niet voor iets gevraagd wat ik interessant vond. Radio is mijn passie, maar een echt muziekprogramma ga ik niet uit de weg, dat vind ik mooi. Al denk ik elke keer als ik mezelf in beeld zie: waaah, verschrikkelijk. Ik heb een enorm rare mond als ik praat, die gaat echt alle kanten op. Bij de radio zet ik een koptelefoon op mijn hoofd en ziet verder niemand me.”

Het snelle leven werkt verslavend. En tijd voor reflectie is er nauwelijks.
“Ik had laatst een week semi vrij en dat vond ik helemaal niks. Ik zat toe te leven naar het moment dat ik weer wat had staan. Het is hollen of stilstaan, maar bij is het eigenlijk altijd hollen.”

Heb je ADHD?
“Nee, maar ik wil wel ADHD voor mijn verjaardag. Geef mij nog maar een sloot energie, dan kan ik nog even door.”

Bevalt het single bestaan?
“Ja. Punt.”

Wat voor man past bij jou?
“Het hoeft van mij niet enorm hoorngeschal en bloemetjes te zijn. Ik wil gewoon kunnen zeggen: dat is kut en dat gaat niet goed en dat vind ik irritant. Dan gooi je dat op tafel en ben je daar weer klaar mee. Ik zie wel eens relaties waarbij mensen naar een paar maanden al zo in elkaar zitten dat ze met z’n tweeën één leven leiden, dat vind ik beangstigend. Ik val op ‘hoofden’: veel inhoud, een eigen visie en, o god, heel veel humor! Ik moet in elk geval onzettend goed met een man kunnen lullen. En ik wil ook een beetje tegen hem opkijken. Als hij geen passie heeft voor wat hij doet, ben ik weg.”

Je lijkt blij met je leven. Heb je talent voor tevredenheid?
“Ik heb een schurfthekel aan klagers, van die types die maar blijven zitten op de bank en verzuchten dat ze nooit ergens komen, of geen leuke vrienden hebben, of hun werk niet leuk vinden. Je doet het zelf. Of je doet het zelf níet. Als je je ervan bewust wordt dat je eigen acties je leven bepalen, word je vanzelf een stuk tevredener. Ik ben blij met de kansen die ik nu heb. Het gaat cool hoor, echt leuk.”

Radio is per definitie vluchtig. Wat je maakt, vliegt door de ether en het is weg. Vind je dat niet jammer?
“Dat vind ik juist het mooie. Het leuke van radio is: je moet. Die plaat loopt af, die microfoon staat open en je moet wat doen. Ik heb ontdekt dat ik dat trek, dat ik dat leuk vind en dat die spanning mij voedt. Ik ben een keer met een microfoon onder mijn kin uit een vliegtuig gesprongen. De instructeur stuurde met twee van die dingetjes. Dan hoor je mij: ‘Nou Hans, dit komt niet heel betrouwbaar over’. Ik zat in een tandemsprong, hè. Ik spring niet in mijn eentje, zo gek ben ik nou ook weer niet.”

(kadertje)

Het beste van Annemieke

Beste plaat: “Rotvraag! Op het moment ‘Love is noise’ van The Verve.”
Beste studio-outfit: “Geen flapmouwen die blijven hangen, en geen schoenen!”
Beste snelle hap (voor je moet werken): “Good old Cup a Soup.”
Beste opening van haar radioprogramma: “Foo Fighters, ‘Best of you’...”
Beste dj: “Eric Corton, Michiel Veenstra, Claudia de Breij.”
Beste reisbestemming: “Toch wel mijn heerlijke rots: Curacao.”
Beste plek om te wonen: “Hartje Jordaan.”
Beste schrijvers: “Zwagerman, De Winter, Roth, Palmen.”
Beste tijdstip van de dag: “Alles ná twaalf uur ’s middags.”

Annemieke Schollaardt presenteert dagelijks Uruzgan.Fm, ondersteund door de Wereldomroep. Ook presenteert ze Weekend DNA (za 20-23 uur) en Nacht DNA (do 01.00 - 04.00 uur), en is ze de vrouwelijke ‘stem’ van 3FM.


 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Viva.