|
hans wiegel: "niet kakelen maar eieren leggen!"
Het CV van Hans Wiegel is zo lang dat je er draaierig van wordt. Het erelid van de VVD bleek vanaf het begin van zijn carrière een raspoliticus. Tegenwoordig is hij voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland en daarnaast commissaris bij diverse bedrijven. Een dagje lummelen, dat wil nog net lukken, maar daarna gaat hij weer snel aan het werk. Hans Wiegel dénkt er niet over om met pensioen te gaan. "Laatst werd mij gevraagd of ik al aan het afbouwen was. Toen zei ik: 'Daar heb ik geen tijd voor'."
In alle vroegte staat Hans Wiegel (63) elke morgen naast zijn bed. Hij is direct klaarwakker. In zijn onderbewuste dwarrelen zinnen en ideeën, voor zijn speeches en artikelen. Rond half zeven neemt hij plaats achter zijn bureau. Hij schenkt zichzelf een kop koffie in en selecteert een klein sigaartje. Hij legt een paar witte vellen papieren récht op zijn bureau. En dan komt het. Anderhalf uur werkt Wiegel geconcentreerd door, in die tijd verzet hij bergen. Daarna is hij leeg en gaat hij wandelen, door weer en wind. Tijdens het lopen denkt hij na over de lijn van zijn verhaal, of verzint hij een grap. De beste invallen waaien vanzelf zijn hoofd in, tijdens de wandeling.
Zijn redenaarstalent heeft hij gekregen. Je moet woekeren met je talenten, vindt hij. Dus als hij een verhaal houdt, al is het maar een piepkleine speech voor een onnozel gezelschap, dan maakt hij er wat van. Ach, denkt Hans Wiegel dan, ik doe die mensen een plezier. Spreken vergelijkt hij met een cabaretvoorstelling. Gortdroge kletspraat, daar heeft niemand wat aan. Klinkt misschien raar, maar de mensen komen toch voor de gezelligheid. Ze zijn een avondje uit. Dus die willen wat horen. Hij houdt van het spel, strooit gul met oneliners en grappen. Gaan de mensen tenminste tevreden naar huis.
De keer dat hij onvoorbereid een toespraak hield, zal hem nog lang heugen. Hij moest als jong kamerlid (27 jaar) spreken op het eiland Goeree Overflakkee. Wiegel dacht: ze willen gewoon het algemene kletsverhaal horen. Over hoe het gaat met de VVD en wat er moet gebeuren in het land. De voorzitter kondigde hem aan: "De heer Wiegel zal nu voor ons spreken over de ruímtelijke ordening!" Het jong kamerlid dacht dat hij door de grond ging, maar zei tegen zichzelf: jongen, broek ophijsen. Dus sprak hij veertig minuten over de ruimtelijke ordening, terwijl hij er nauwelijks iets van wist. Na afloop was hij uitgeput, dat wel. Hans Wiegel is inmiddels 36 jaar ouder, maar laat nog altijd flink van zich horen.
Nederland staat sinds de moord op Fortuyn en Van Gogh behoorlijk op zijn kop. U heeft zich vooralsnog niet in het publieke debat gemengd. Voelt u het kriebelen?
"Jawél! Ik zal zeggen wat ik ervan vind en dan zal ik ook proberen te zeggen hoe ik vind dat de regering dit zorgelijke vraagstuk moet aanpakken. We gaan veel lomper in Nederland met elkaar om dan vroeger. Denk maar aan de situatie dat er iemand plotseling op straat wordt neergeslagen. Dat noemen ze zinloos geweld, rare kreet trouwens. Het gebeuren van de laatste tijd heeft dat natuurlijk nog wat geaccentueerd hè, de moord op Fortuyn, de moord op Van Gogh. Ik vind: de laatste tijd ligt de nadruk zeer op de onveiligheid en de terreurbestrijding. Sommigen deinzen niet voor geweld terug. Maar als je spreekt over de islam en over mensen die Mohammedaan zijn, mag je de situatie nooit en te nimmer zo voorstellen dat daarmee iedereen die de islam aanhangt, onverdraagzaam is en geweld nastreeft. Dat vind ik verderfelijk."
Kunt u de term 'vrijheid van meningsuiting' nog horen?
"Nou, je mag in dit land zeggen wat je wilt, behoudens je verantwoordelijkheid voor de wet natuurlijk, maar je hóeft niet alles te zeggen. Zeker toen ik in de politiek zat, heb ik af en toe stevige teksten gesproken, maar nooit en te nimmer teksten die anderen persoonlijk hebben gekwetst. Dus uit mijn mond zul je dat soort termen niet horen. Bewust opmerkingen maken om anderen te kwetsen, waarom zou je dat doen? Dat is contraproductief en ook niet verdraagzaam. Ik zie daar de zin dus totaal niet van in."
De huisarts kan wel uit het ziekenfonds, wat u betreft. Dat is een ferme uitspraak.
"Ik kan het uitleggen. Kijk eens, als je het ziekenhuis in moet voor een zware operatie moet je daar natuurlijk voor verzekerd zijn. En dat kost gigantisch veel geld. Maar als je weet dat je een bezoek aan de huisarts zelf moet betalen, dan denk je als je je grieperig voelt: zal ik naar de dokter gaan, of ah... laat ik het nog twee dagen aanzien. We moeten een beetje spaarzaam omgaan met de zorg."
U wilt dat burgers de rekening zien, zodat ze beseffen wat de zorg kost.
"Ja, mijn vereniging is tig jaar bezig geweest om gedaan te krijgen dat op het recept dat op zo'n doosje pillen zit - wat voor medicijnen het ook zijn - te schrijven hoe duur dat is. Mensen hoeven het vaak niet eens te betalen omdat ze daarvoor verzekerd zijn, maar dan krijgen ze tenminste een idéé van de kosten. Dat gaat nu gebeuren, eindelijk."
Critici zeggen: als de huisarts niet meer vergoed wordt, melden patiënten zich direct bij de spoedeisende hulp van het ziekenhuis.
"Als die truc wordt uitgehaald moet je bij de spoedeisende hulp ook een betaling vragen."
U bent niet bang dat zieke mensen met weinig geld denken: ik ga maar niet naar de huisarts of het ziekenhuis, want ik kan het niet betalen.
"Dan verklaar je mensen voor onnozel. Als je je ziek voelt, gá je naar de dokter."
U bent allergisch voor ingewikkelde procedures en regelgeving, of heb ik het mis?
"Mijn standpunt is inderdaad: niet kakelen maar eieren leggen. Ópschieten! Aanpakken! Zeker toen ik in Den Haag minister was, kreeg ik tassen vol spullen mee naar huis. Nou, als je echt al die spullen leest, neem je geen enkele beslissing meer. Liever dertig besluiten waarvan er twee niet goed zijn, dan maar acht besluiten. Ik stond er als minister bekend om dat ik razendsnel besluiten nam. Alle argumenten wegen en dan: boem."
De gemiddelde Nederlander begint spontaan te gapen als hij het woord gezondheidszorg hoort. Kunt u uitleggen waarom de zorg zo belangrijk is?
"Wanneer je niks mankeert, houd je je er ook niet mee bezig. Maar als je een keer zelf ernstig ziek wordt, of iemand in je omgeving - je vrouw, je kind, je moeder - dan besef je wat een groot goed de gezondheidszorg is. En dan wil je ook dat alles uit de kast wordt gehaald om te zorgen dat degene die je lief is weer beter wordt. In zo'n situatie hoef je mensen echt niet uit te leggen hoe belangrijk die gezondheidszorg is. Het blijkt ook uit allerlei onderzoek. Als je mensen vraagt wat het belangrijkste in hun leven is, dan staat een goede gezondheidszorg hoog op de prioriteitenlijst."
Een goede gezondheid, bedoelt u.
"Natuurlijk, maar dat betekent ook dat je zo goed mogelijk geholpen wilt worden als je ziek bent. Je wilt niet alleen een kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorg, maar ook zo min mogelijk wachttijden. En je wilt dat het personeel in het ziekenhuis een beetje aardig en beleefd is, dat hoort er allemaal bij."
Wat viel u het meest op aan de wereld van de gezondheidszorg toen u voorzitter werd?
"Dat het zo'n gesloten wereld is. De mensen die ín de gezondheidszorg werkzaam zijn, kennen elkaar allemaal heel goed, maar de buitenwereld kennen ze nauwelijks. Als ik op elke uitnodiging voor een symposium ja zou zeggen, zat ik vier dagen in de week te luisteren naar dingen die ik over veertien dagen weer ergens kan horen. Dus houd op met die onzin! De luiken moeten veel meer open. Er is veel zorg en angst voor concurrentie. Waarom? Van concurrentie wordt een maatschappij vaak beter, je wordt er veel meer toe gebracht om het zo goed mogelijk te doen. In de zorg zijn veel veranderingen tegengehouden. Ik was een jaar of vier voorzitter toen de gedachte op kwam om privé-klinieken op te richten voor speciale dingen: staaroperaties of knieën. Nou, dat kon allemaal niet, dat was een tweedeling in de zorg. Vier jaar later moest het juist worden bevorderd. Veranderingen in deze wereld gaan langzaam. Huppekee!"
In 2003 zei u: "Ik houd Balkenende aan zijn woord, de wachtlijsten moeten over twee jaar verleden tijd zijn." Dat is de minister-president niet gelukt.
"Nee, maar de wachtlijsten zijn wel veel korter. Het is alleen de vraag hoe het de komende jaren zal gaan. De regering heeft de financiële teugels weer aangetrokken. De mensen in dit land worden steeds ouder en de kosten van de gezondheidszorg zijn met name in de laatste jaren van iemands leven heel hoog. De vergrijzing zal aanzienlijk toenemen; de kosten voor de gezondheidszorg zullen dus ook verder stijgen. Wanneer je als regering probeert om echt de deksel op de pan vast te schroeven dan zul je zien dat de wachtlijsten langer worden."
Wat voor beleid zou u voeren als u nu minister van Volksgezondheid was?
"Mijn opvatting is: laat mensen zelf beslissen waar ze hun geld aan besteden. Er is niks op tegen dat ze geld opzij zetten voor hun eigen gezondheid. Dat ze als ze een jaar of 75 zijn hun huis hebben verkocht en een appartement kopen waar ze ook de zorg kunnen krijgen die ze nodig hebben. Wat dat betreft moet er veel meer dynamiek komen. Dat begint nu op gang te komen en ik verwacht dat dat zeer gaat toenemen, de komende tien jaar."
Bejaardentehuizen zijn over dertig jaar een achterhaald verschijnsel.
"Dat denk ik ook. De mensen die weinig eigen centen hebben, hebben recht op goede verzorging, dat moet blijven. Uiteraard. Maar de meeste mensen die nu een jaar of 57 zijn, hebben straks een heel behoorlijk pensioen. De kinderen zijn het huis uit en de hypotheek is afgelost. Zij denken vooruit. Zij willen in die jaren daarna behoorlijk wonen en een goede verzorging hebben. Je hebt hele gekke, aparte initiatieven. Ik sprak laatst iemand die had samen met zeven vrienden besloten om een mooi appartementengebouw te bouwen. Ze wilden ook een echtpaar in dienst nemen waarvan de man het gras maait en de auto kan rijden, en de vrouw een verpleegkundige achtergrond heeft. Dát soort dingen!"
Lijkt dat u zelf ook wel wat, te zijner tijd?
"Als ik rond mijn tachtigste geen zin meer heb om het gras te maaien, zou ik best met een stel goede vrienden iets willen kopen, ja. En dan de boel goed regelen."
U vindt werken leuk.
"En vooral een heleboel dingen tegelijk doen. Ik ben commissaris bij verschillende bedrijven en heb soms twee, drie vergaderingen op een dag. En die stukken moet je ook van tevoren hebben gelezen. Dat is echt pezen. Soms ben ik dan wel eens moe. Maar als we weer een paar stevige besluiten hebben genomen, zit ik 's avonds laat heerlijk achter in de auto een sigaar te roken."
Nooit klachten gehad van het thuisfront?
"Als ik wel eens twee dagen thuis ben, zegt mijn vrouw: 'Ga weg, ga iets doen!'. Mijn vrouw runt haar wijnhandel. Een mooie oude zaak, een topzaak. Ze is elke dag aan het werk, zit vaak tot 's avonds laat achter de computer. Dan lig ik meestal al in bed, want ik ben niet zo'n avondmens. Nee, ik vind af en doe een dag niksen heerlijk. Maar als ik zo'n twee dagen niks heb, dan word ik niet lekker."
Veel mensen van uw leeftijd brengen de tijd door met een beetje golfen, een beetje...
"Vreselijk! Laatst sprak ik iemand die zei tegen mij: 'Ik moet nog zeven jaar'. Ik vroeg wat hij bedoelde. Hij zei: 'Over zeven jaar ben ik 58 jaar en dan kán ik eruit'. Toen dacht ik: jeetje man, je bent 51 jaar en je houdt je al bezig met wanneer je met pensioen gaat. Dat is toch erg?"
Ik zie u niet met pensioen gaan.
"Absoluut niet. Je moet natuurlijk het geluk hebben dat je gezondheid behoorlijk blijft, dat je je verstand bij elkaar houdt en dat je werk doet dat je leuk vindt. Als je in de bouw werkt en je staat op de steiger, dan heb je het met 57 jaar wel gezien. Dat is echt hard werken. Laatst werd mij gevraagd of ik al aan het afbouwen was. Toen zei ik: 'Daar heb ik geen tijd voor'."
|