in vertrouwen

"Elke maand vlieg ik met Easy Jet naar de donor toe. Na de inseminatie drinken we gezellig wat en ga ik nog wat winkelen, of naar een museum. De volgende dag ben ik weer thuis"

"De baby was twee pond, een kilo suiker. Onnoemelijk klein, haar armpje was zo groot als mijn wijsvinger. Wanda haalde meteen abgarscore negen en daarna tien, ze was hartstikke levendig en gezond. 'Goed dat het een meisje is, meisjes vechten harder', zeiden de doktoren. Op het geboortekaartje stond: 'geboren in vriendschap'. Daarmee wilde ik aangeven dat de start weliswaar anders was, maar dat mijn dochter ook uit een verbond was ontstaan. Een mannelijke collega stuurde een felicitatiekaart, met achterop de woorden: 'niet vriendschap is de basis van een kind, maar liefde'.

Ik ging serieus aan een kind denken op mijn achtentwintigste. Het was net uit met mijn vriend, ik woonde weer alleen en dacht: wat ga ik verder doen met mijn leven? Ik voelde me vreselijk verdrietig. Hij was mijn grote liefde en dat het stuk ging tussen hem en mij hakte er flink in. Ik had al een aantal relaties achter de rug die niet goed afliepen, dus ik had het wel even gezien met mannen. Ik wilde een eigen bedrijf beginnen, onafhankelijk zijn. Geen baas, geen man, helemaal op mezelf. Vanaf het begin liep mijn communicatiebureau prima. Ik werkte elke dag, elke avond. Tijd voor een bloeiend sociaal leven had ik niet, laat staan voor het aangaan van een relatie. Ik kwam wel eens iemand tegen die ik meer dan leuk vond, maar dan was ik 's avonds verliefd en zat ik de volgende dag gewoon weer vroeg achter mijn bureau. Die man was geen prioriteit, ik heb nooit het gevoel gehad dat ik naar het café moest om er één te ontmoeten.
Ik wilde alleen een kind krijgen. Ik zag er niet tegenop om het alleen te doen, daarin was ik eigenwijs: het ging lekker met mij en ik zag het als een uitdaging. Dat ik geen man had, hield me zeker niet tegen. Ik geloofde in mezelf. Ik had het rustige gevoel dat ik het zelf kon, dat ik deze stap niet met een ander hoefde te nemen. Het klinkt misschien raar, maar ik heb het besluit vrij makkelijk genomen. Bij de consequenties voor het kind stond ik toen nauwelijks stil. Mocht ik het wel een vader onthouden? Zou het problemen krijgen met 'anders zijn', gepest worden op school? En wat nou als het kind op latere leeftijd toch behoefte zou krijgen aan een vader? Ik zag eigenlijk alleen praktische bezwaren. Ik had geen vast inkomen, was niet verzekerd voor een zwangerschapsverlof. Mijn bedrijf liep net lekker, dus het was best een stap. Maar een kind was een levenswens van me, meer dan een carrière.

Een geheim was het niet, wel privé. Als een stel besluit aan kinderen te beginnen bonjourt dat het toch ook niet rond? Ik vertelde alleen aan een paar vrienden en aan m'n familie wat ik van plan was. Bevriende stellen deden lacherig, omdat ze niet wisten hoe ze moesten reageren - niemand in onze omgeving kreeg in die tijd bewust alleen een kind. Vooral de mannen vroegen zich af of het geen vader nodig had, zij stelden de kritische vragen. Mijn beslissing maakte ze overbodig en daar hadden ze het moeilijk mee. Ook mijn vader voelde dat volgens mij zo: wordt de man dan helemaal niet gemist? Mijn ouders vonden het wel jammer, maar dat heb ik pas later ervaren. Toen zeiden ze alleen: 'Het is jouw beslissing'. Ze lieten wel merken dat ik dan ook nooit bij hen aan hoefde te kloppen als het me tegen zou vallen. Ik wilde het zelf en moest het daarom zelf opknappen. Van al die meningen trok ik me weinig aan. Door wat anderen vonden, liet ik me zeker niet leiden.

Zou jij mijn donor willen zijn? Tijdens een etentje vroeg ik het heel direct aan Pieter, een hechte vriend. Ik was toen geen voorstander van de zaadbank, het kind moest terug kunnen gaan naar z'n wortels. Ik vond het een mooie gedachte voor het kind dat Pieter mij dierbaar was. Er zat een gevoel van liefde in, ook al zou ik het alleen grootbrengen. Voorbeelden van hoe ik het moest aanpakken had ik niet, maar ik wist zeker dat ik hem kon vertrouwen. Hij stak zijn hand voor me in het vuur, zou me nooit mijn kind af willen pakken. Pieter reageerde met een lach: 'Meen je dat nou?' We hebben het er niet lang over gehad, ik wilde hem eerst de kans geven om erover na te denken. Een paar weken later praatten we er uitgebreid over. Ik zag voor hem absoluut geen rol in de opvoeding. Geen rechten, geen plichten, ook niet financieel. Mijn enige eis was dat ik aan het kind bekend mocht maken wie de vader was. Ik heb letterlijk gezegd: 'Dat kan betekenen dat het kind met zes jaar voor je deur staat'. Het is onmogelijk om zo'n scenario van tevoren te schrijven.
Naderhand, tijdens een telefoongesprek, zei hij dat hij het graag wilde. We waren het erover eens dat hij afstand zou houden, om te voorkomen dat hij betrokken raakte en wat voor het kind ging voelen. Hij had geen relatie, wilde zelf ook kinderen, maar toen nog niet. Hij deed het voor mij, omdat hij een goede vriendin wilde helpen. Ik geloof ook niet dat ik met hem in zee was gegaan als hij een vader had willen zijn. Van meet af aan heb ik duidelijk gesteld: het is mijn kind, ik zorg er zelf voor, voed het zelf op. Volgende punt: hoe moesten we het aanpakken? Het hele woord inseminatie kende ik niet. Ik wilde het via seks doen - ik had al eens met hem geslapen, dus die vertrouwdheid was er. Na dat telefoongesprek dacht ik: jeetje, nu gaat het echt gebeuren! Ik vond het fantastisch.

Ik had gepland dat ik het kind in mei zou krijgen - ik ben tenslotte een zakenvrouw. Pieter en ik gingen uiteten, naar de film en toen gezellig bij hem thuis een wijntje drinken. We begonnen overduidelijk met een doel te vrijen. Het was spannend om met elkaar naar bed te gaan en het voelde op dat moment alsof er sprake was van liefde. Ik bleef niet slapen, dat vond ik te verwarrend. Direct de eerste keer werd ik zwanger. Ik woonde piepklein, ruilde met genoegen mijn tweepersoonsbed in voor een eenpersoons. De ene helft van het slaapkamertje was voor mij, de andere helft voor de baby. Tijdens mijn zwangerschap bleef ik hard werken - er was geen partner die tegen me zei dat ik rustig aan moest doen. Ik liep zwangerschapsvergiftiging op, levensgevaarlijk voor ons allebei. Het kind kreeg hart-dipjes en ik stierf van de pijn. Bijna ben ik mijn dochter toen verloren. Met zeven maanden werd ze geboren, na een spoed-keizersnee. Wanda lag in de couveuse en ik kon twee weken bij haar in het ziekenhuis blijven. Daarna moest ik weer aan het werk en ging ik zeven weken lang drie keer per dag naar haar toe. Niet alleen fysiek maar ook emotioneel was het zwaar.

Waar is mijn papa? Wanda was twee toen ze dat vroeg. Ze zat in een fase waarin ze alle mannen 'papa' noemde. Van meet af aan ben ik eerlijk geweest. Ik vertelde haar dat Pieter de vader was en dat nam ze gewoon aan. Met drie jaar vroeg ze hoe de kindjes gemaakt werden. Ik legde het haar uit, want we hebben een open relatie waarin we alles bespreken. Ze vroeg ook: 'Hoe ben ik gemaakt?' En ik vertelde dat Pieter zoveel om mama gaf dat hij een zaadje had gegeven.
Naarmate ze groter werd, vond ik het steeds zwaarder worden om alleen de verantwoordelijkheid te dragen. Rond haar zesde verkende ze haar grenzen, zette ze zich af. In een 'normaal' gezin heb je een driehoeksverhouding, kun je je als kind afzetten tegen je moeder en tegen je vader zeggen: 'Ik ga met jou trouwen'. Zij moest het alleen met mij zien te doen. Wanda en ik voerden een fikse strijd. Na een drukke werkdag was ik moe, het kind was moe en 's avonds werd het dan vaak ongezellig.
In die tijd had ze behoefte aan haar vader. Ze zag hem een paar keer per jaar, in principe waren we dan met z'n drieën. Hij bleef bewust afstand houden en Wanda had het daar moeilijk mee. Ze zei: 'Kunnen we niet met z'n allen bij elkaar gaan wonen?' Ik vond dat ingewikkeld, dacht: hier heb ik niet goed bij stilgestaan. Ik legde haar uit dat we geen gezin waren en dat we daarom niet met haar vader konden wonen.
Wanda liep er ook tegenaan dat andere kinderen wel een vader hadden. Er waren meer vriendjes en vriendinnetjes die niet bij hun vader woonden, maar Wanda ging nooit een weekend naar die van haar toe. Als ze de vraag kreeg of ze geen vader had, zei ze: 'Natuurlijk wel, anders was ik er niet geweest!' Ze wilde zich niet onderscheiden, hield het voor zichzelf dat ze een kind was van een bewust alleenstaande moeder uit angst om af te wijken.
En toch heb ik geen moment gedacht: ik had haar geen vader mogen onthouden. Ik heb geen last van een absoluut schuldgevoel. Ik besef heus wel dat de wens van de moeder niet de wens van het kind hoeft te zijn. Mijn dochter heeft hier niet voor gekozen. Daarom schreeuw ik ook niet van de daken dat ik bewust alleen een kind opvoed. De eerste bom-moeders riepen trots 'kijk mij eens!', maar ik probeer mijn kind te beschermen. Ik weet hoe de buitenwereld kan reageren. Dat wil nog niet zeggen dat ik spijt heb van mijn besluit om zwanger te worden van een donor.

Het verlangen naar een tweede kind is altijd aanwezig geweest, alleen durfde ik er niet aan toe te geven. Ik was bang dat nog een zwangerschap fataal zou aflopen - de eerste keer was tenslotte kantje boord. En zou ik twee kinderen wel aankunnen? Ik zag veel meer problemen, was onzekerder dan bij de eerste. Ik kende de valkuilen te goed. Op mijn veertigste besloot ik het rustiger aan te doen. De combinatie van hard werken en alleen een kind opvoeden viel niet mee. Ik verkocht mijn bedrijf, nam me voor om een jaar helemaal voor mezelf te reserveren. Het was de bedoeling om lekker niets te doen, maar tijdens dat sabbatical realiseerde ik me dat ik eindelijk de tijd had om een tweede kind te krijgen. Ik moest wennen aan het idee, dacht er lang over na. Op een dag stond ik onder de douche en wist ik ineens: toch doen. Het kind zou een leuke zus krijgen - Wanda is geweldig met kinderen, een klein moedertje. En ik zou haar reuze plezier doen met een zusje of broertje. Ik wilde het ook voor Wanda, dan zouden we meer een gezin zijn. Met nog een kind erbij ben je niet alleen gefixeerd op elkaar. Ik ben bang dat ik haar te veel op haar nek zit, voel me vaak schuldig. Misschien een beetje egoïstisch, maar ik dacht ook: de tweede keer kan ik vast veel meer genieten.

Pieter wilde niet meewerken aan een tweede. Hij had er geen spijt van dat hij donor is geworden, maar na tien jaar nog een broertje of zusje, dat ging hem te ver. Hij vond de verantwoordelijkheid voor Wanda zwaar. Al hield hij afstand, toch voelde hij dat zij meer van hem verwachtte dan hij kon en wilde waarmaken. Aanvankelijk dacht ik dat ik er dan vanaf moest zien, maar via internet kwam ik in contact met vrouwen die een a-donor hadden, een onbekende. Of een b-donor, waarbij het kind op zestienjarige leeftijd op de hoogte wordt gebracht van zijn bestaan. Misschien was er toch nog een mogelijkheid. Ik ging op zoek naar een medische kliniek - lang niet alle klinieken behandelen alleenstaande vrouwen. Omdat er geen b-donor voor handen was, liet ik me insemineren door een a-donor, al voelde ik me daar niet happy bij. Bij de zesde donatie vroeg ik of er echt geen b-donor beschikbaar was. Toen zei de arts met zoveel woorden: 'U bent veertig, we zien het niet meer zitten met u'. Ik mocht nog drie keer, daarna was het afgelopen. Zo'n inseminatie is al niet echt prettig. Je ligt met ontbloot onderlijf op een behandeltafel, met je benen in van die klemmen. Voor maximaal resultaat werken ze met een eendebek en spuiten ze het zaad via een slangetje rechtstreeks in de baarmoeder. Nu ze zeiden dat ik te oud was, voelde ik me helemaal kwetsbaar. Moest ik mijn eigen vruchtbaarheid gaan bewijzen? Uiteindelijk kwam de kliniek toch met een b-donor op de proppen en van hem werd ik de een na laatste keer zwanger. Groot feest, Wanda ook helemaal blij. Ik voelde me euforisch. Tot ik een miskraam kreeg in de negende week. Tegelijkertijd overleed er een bekende aan het hellp-syndroom - wat vroeger zwangerschapsvergiftiging heette. Stel dat met mij hetzelfde was gebeurd? Dan had ik twee kinderen alleen achtergelaten. Ik besloot om te stoppen.

Het verlangen was toch te sterk. Na een paar maanden moest ik erkennen dat ik een foute beslissing had genomen; ik wilde een tweede kind. Van klinieken had ik mijn bekomst, dus wat nu? Via internet leerde ik een man van 32 kennen, die in Spanje woonde. Met hem heb ik een jaar lang gemaild en we bouwden een leuke band op. Er is een schemerig gebied van mannen die om de verkeerde reden donor worden, sommige zetten wel tachtig kinderen op de wereld. Ze doen het om met vrouwen in contact te komen, of om de seks. Maar deze jongen vertrouwde ik en toen ik opbiechtte dat ik het toch nog wilde proberen, mailde hij dat hij graag donor wilde zijn. Dat ik via een lange omweg weer bij een bevriende man terechtkwam, gaf me vertrouwen. Ik wil het kind als ik tachtig ben nog recht in de ogen kunnen kijken. Wanneer ik willens en wetens de kroeg in was gegaan om een totaal onbekende in bed te krijgen had ik dat niet kunnen verantwoorden. Ik ben uiteindelijk blij dat ik niet zwanger ben geworden van een onbekende donor.
Het gevaar van een bekende is dat hij om het kind kan gaan geven. Daarom ben ik tegen de nieuwe donor weer straight geweest, ik zei : 'Dit wordt echt mijn kind'. Deze keer benaderde ik het zakelijk: ik heb met hem een standaard contract getekend. Daarin staat dat hij het kind een paar keer per jaar mag ontmoeten, als het kind dat zelf ook wil. Verder geen bemoeienis en geen financiële lasten. Ook belooft hij mij minimaal een jaar lang van sperma te voorzien. Via inseminatie, want via seks zal ik het nooit meer doen. Met Pieter was het de eerste keer raak, maar wat als het maanden gaat duren? Dan wordt het geforceerd en gaat het lieve, leuke er wel af.

Elke maand vlieg ik met Easy Jet naar de donor toe. Ik weet ongeveer wanneer mijn eisprong is en doe dan een ovulatietest. Rond dag veertien van mijn cyclus stap ik in het vliegtuig. De donor en ik gaan om de beurt mijn hotelkamer in. Eerst produceert hij in een potje, daarna sluit ik me op en breng ik het zaad zelf met een spuitje naar binnen. De eerste keer werden we er giechelig van - het moment dat ik hem de sleutel van mijn kamer gaf en zei: 'Na u!' Maar nu zijn we eraan gewend. Ik kan uitstekend met hem overweg, heb er een goed gevoel over. Naderhand drinken we gezellig wat en ga ik nog wat winkelen, of naar een museum. De volgende dag ben ik weer thuis.
In het begin verzon ik een smoes voor Wanda. Ze heeft veel verdriet van de miskraam gehad en mag geen valse hoop krijgen. Maar ik was steeds anderhalve dag weg, hoe moest ik dat verklaren? Stel dat er een ongeluk gebeurde en ze vervolgens uit zou vinden dat haar moeder niet de waarheid had verteld? Nu weet ze overal van. Voor zo'n kind is dat heel wat: geen ziekenhuis maar een echte meneer. Masturbatie? Ze weet niet eens wat dat is. Ik leg het accent op het feit dat de donor en ik niet met elkaar naar bed gaan.
Al met al ben ik nu twee jaar bezig en ik ben het punt gepasseerd dat ik moet. Mijn lichaam is veranderd - ik ben geen dertig meer - en dat heb ik geaccepteerd. Ik ga niet door tot mijn 61-ste, het mag geen obsessie worden. Als het lukt om een tweede te krijgen, beschouw ik dat als een cadeautje. En als het mislukt, is dat niet het einde van de wereld. Ik heb dat kind immers al, ik heb Wanda."


 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Marie Claire.