![]() |
dertig dagen eco Dag 1 Vandaag begint mijn eco leven. Voor de tweede keer. Ik ben een schaap dat van de kudde is afgedwaald. Dat ooit, als klein meisje, milieubewust leefde, maar eenmaal volwassen haar ecologische roots verloochende. Mijn vader en moeder fietsten naar de winkel, schreven op kringlooppapier, lieten nooit onnodig lichten branden of water lopen en gooiden bananenschil & koffiedik op de composthoop. Ik herinner me hoe mijn vader en ik naar een buitenwijk van onze woonplaats fietsten om batterijen weg te brengen - het depot bleek gesloten, zodat we pas de volgende dag de chemische pelgrimstocht konden volbrengen. Sinds ik op mezelf woon, houd ik me aan de basisregels (papier scheiden, geen chemisch afval in de prullenbak, niets op straat gooien), maar wint het gemak steeds vaker van de principes. Ik walg van de bio-industrie, ril van bespoten groente en word boos van de berg onnodig afval - die ik mede veroorzaak. Dus moet ik wat doen. Met dat eenzame bakje ecologische champignons in mijn winkelmandje of dat sporadische bezoek aan de groene slager kom ik er niet. Om dit besluit kracht bij te zetten geef ik voor 96 gulden uit in de natuurvoedingswinkel. Normaal gesproken werp ik lustig potjes en pakjes in mijn kar zonder te letten op wat het kost. Maar tijdens deze milieubewuste winkelsessie denk ik twee keer na voor ik een pakje pijnboompitten (f 6,98) of een fles vruchtensap (f 4,98) aanschaf. Tja, biologische producten zijn dertig tot vijftig procent duurder dan 'gewone' levensmiddelen. Principes zijn prijzig. Als ik de winkel binnenstap, valt mijn oog op een dreadlocks-figuur in versleten zwart die uitgebreid de pakken meel bestudeert. De klanten stralen uit dat ze sinds de introductie van de tuinbroek de mode niet meer op de voet volgen. Ik dacht dat de clientèle inmiddels wel wat meer yup, hip en randstad was. Bij het verlaten van de winkel staart de dreadlock nog steeds (of opnieuw?) dromerig naar de pakken meel. Dag 3 Als mijn vriend een plakje rookvlees op zijn brood doet, hoor ik hem mompelen: «Wat is dit voor dode hond?» Ja liefje, zo ziet vlees zonder kleurstof er nou uit. Bedorven. Net zoals filet americain van nature niet oranje is en kalfsvlees evenmin wit. Mestkalveren krijgen vaak kunstmatige melk met een opzettelijk laag ijzergehalte, waardoor ze bloedarmoede ontwikkelen. Dat maakt het vlees zo bleek. Gelukkig worden steeds meer zogenaamde rosé-kalveren gefokt (roder vlees, geen bloedarmoede). Kalveren krijgen het überhaupt steeds beter: in 2008 is het kistkalf officieel verboden en nu al leeft tachtig procent van hen in groepen. Je kunt expliciet vragen naar rosé kalfsvlees bij de gewone slager. Bij de groene slager is het meestal niet te koop, vanuit de filosofie dat je dieren niet zo jong mag doden. Stom dat we trek krijgen van een kunstmatig gekleurd lapje, terwijl we natuurlijk ogend vlees onsmakelijk vinden. Als je je over die dode kleur - tja, het beest ís tenslotte dood! - heen zet, smaakt het prima. Ook idioot: de romige eco karnemelk van de natuurwinkel doet me rillen. Als ik die voor het eerst drink, krijg ik een visioen van een emmer vol schuimend, roomboterig vocht, met een enorme uier erboven. Iets té natuurlijk; doe mij maar melk die naar fabriek smaakt. Dag 5 Wat weet ik weinig. Vandaag lees ik dat je lampen beter in de vuilnis- dan de glasbak kunt gooien, omdat er metaal in zit. Behalve spaarlampen, die horen bij het chemisch afval. Nagellak valt daar weer niet onder. Waarom heb ik me hier niet eerder in verdiept? Ik stort me op folders, boekjes en websites. Verwarrend wat je onder eco precies verstaat. Samengevat: in de biologische landbouw worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dieren krijgen biologische voeding zonder antibiotica, hebben de ruimte en kunnen naar buiten. Biologische voeding en vlees herken je aan het Eko keurmerk (geschreven met een K, ik kan er ook niets aan doen). Biologisch dynamische boeren gaan nog verder: ze streven naar een kringloop van eigen voer en mest, zodat de aarde niet wordt uitgeput. Kernwoord: duurzaam. Hun groenten en fruit worden verbouwd op grond waar ook de laatste restjes bestrijdingsmiddelen uit zijn verdwenen, dus je kunt zeggen dat deze producten nog 'schoner' zijn. De biodynamische methode is door de antroposoof Steiner ontwikkeld - de zijige verhalen over de stand van de maan laat ik aan me voorbij gaan. Biologisch dynamische producten, BD voor ingewijden, herken je aan het Eko- én het Demeter keurmerk. Voor de duidelijkheid: als ik het in dit dagboek over eco heb, bedoel ik biologisch en niet biologisch dynamisch. Ik concentreer me op potjes en pakjes met alleen het Eko keurmerk. Lijkt me vooralsnog verantwoord genoeg. Vlak voor sluitingstijd ren ik, helemaal op de hoogte, nog snel de natuurwinkel binnen. Bij de kassa wil ik een jongen met slechts één pak rijst in zijn mandje voor laten gaan. Hij slaat het aanbod vrolijk af: «Ik heb alle tijd.» Zou ik over een maand ook zo ontspannen zijn? Dag 8 Mijn vriendin Alicia heeft een dochtertje gekregen! In haar grote tweepersoonsbed ligt een aandoenlijke kabouter nieuwsgierig rond te kijken. Alicia lacht verliefd naar dit natuurwonder. Lijkt me niet het juiste moment om het luierprobleem aan te kaarten: «Wist je dat een groot deel van de afvalberg uit poepluiers bestaat?» Ze wil nu vast niet weten dat een baby gemiddeld vierduizend papieren luiers verbruikt (= zes tot twaalf bomen). En dat jaarlijks 750 miljoen luiers bij het afval belanden. Katoenen luiers zijn trouwens niet per definitie milieuvriendelijker. Als je ze heet wast en in de droger gooit, zijn ze zelfs slechter voor het milieu dan wegwerpluiers. De doemdenkers die geen kind willen omdat ze de wereld te slecht vinden, zouden ook omgekeerd kunnen redeneren: een kind is te slecht voor de wereld. De aardbol krijgt er immers een milieuvervuiler bij. Zelf behoor ik (nog) niet tot deze categorie doemdenkers, maar ik weet bijna zeker dat ik geen kinderen wil. M'n vriend twijfelt. Als we een wel-of-geen-kinderen-gesprek voeren, gooi ik mijn nieuwe argument in de strijd: «Een baby is niet eco!» Dag 11 Omdat ik geen tuin heb en planten bij mij spontaan het loodje leggen koop ik elke week een bos verse bloemen. Daar krijg ik een groen gevoel van. Alhoewel, als ik nu naar mijn kleurige tulpen kijk, zie ik een vaas vol gif. Volgens een medewerker van Milieu Centraal proberen telers wel om minder pesticiden te gebruiken, maar is dat met exportbloemen lastig, omdat die aan strenge eisen moeten voldoen. Vaak worden ze in kassen gekweekt, wat veel stroom kost. Zaterdag bezoek ik de Boerenmarkt, waar je veldbloemen kunt krijgen die buiten zijn gekweekt, met een minimale hoeveelheid bestrijdingsmiddelen. Ze ogen alsof ze door je kleine nichtje zijn geplukt en ieder moment het loodje kunnen leggen, maar blijven verrassend lang goed; ik zeul er een middag mee rond en toch staat deze bos een volle week. De boeren brengen zelf hun vers-van-het-land etenswaren aan de man. Bij de eerste kraam wind ik me, vol randstad-stress, nog op over hun trage tempo, bij kraam drie begin ik hun landelijke rust prettig te vinden. Ze vinden het helemaal niet erg als je minuten lang aarzelend met een knol in je handen staat, of slechts twee sinaasappels aanschaft en die met dubbeltjes betaalt. Met passie vertellen ze over hun vers geteelde rabarber, of hun geitenkaasje met basilicum. In een lagere versnelling is winkelen veel leuker. En beter voor het milieu: hun biologische waar is niet over grote afstand vervoerd met vervuilende vrachtwagens, maar heeft ± tien kilometer afgelegd. Ik neem me voor elke week naar deze markt te gaan. Tikje overmoedig? Dag 14 Het salaris is gestort en oude mechanismen zijn niet gemakkelijk uit te roeien. «Winkelen,» schreeuwt een stem in mijn hoofd. En daarna: «Matigen!» Ik peper mezelf in dat voor de productie van een katoenen T-shirt alleen al 150 gram pesticiden nodig is. Om mijn geweten te sussen (jij vuile consument...) ga ik naar de milieuvriendelijke Awareness winkel in Amsterdam. Daar vind je een ruim assortiment ruwzijden gewaden, 'ruimvallende shirts' en een eenzaam paar stoffen gympjes. Op een kast met wollen kleding wordt vermeld dat enzymen uit papaja en suikerbiet zijn verwerkt die 'inwerken op de wol'. Boven een rek met jacks is een wollig schaap afgebeeld (of is het een lama?) ten teken dat ze diervriendelijk zijn geproduceerd. «Als ik het van jonge mensen zou moeten hebben, had ik het de afgelopen acht jaar nooit gered,» zegt de eigenaresse koeltjes, als ik informeer of ze ook jongere (= hippere) kleding in de aanbieding heeft. «Ik verkoop waar de klant om vraagt.» Alsof ze wil zeggen: denk maar niet dat ik een idealist ben. Wanneer ik enthousiast vraag of ze van de Kuyichi spijkerbroek heeft gehoord - bijna helemaal eco geproduceerd én hip - zegt ze minzaam: «Dat merk moet zich eerst nog bewijzen.» Haar klanten zijn over het algemeen over de vijftig, met natuurlijk grijs haar. In de twintig minuten die ik vergeefs naar iets van mijn gading snuffel, verkoopt ze al twee lila linnen jurken («ze zitten heerlijk»). Op de vloer vind ik een leuk roze, vilten tasje. Heb ik een tas nodig? Nee. Milieubewust leven betekent ook: minder consumeren. Toch nog een goede daad gedaan vandaag. Dag 17 Een vriend brengt me thuis met de auto. De wagen is lekker koel, door de airconditioning . «Wist je dat...,» begin ik een gezellige milieu anekdote. Maar hij is zo trots op zijn nieuwe lease-auto met klimaatbeheersing dat ik hem het weetje bespaar: een airco verhoogt het brandstofgebruik met zo'n tien procent (volgens de heldere, mooie site van Milieu Centraal). Om milieuvriendelijk te winkelen maak ik zelf flink wat fietskilometers. Ik kan ook via het net biologische boodschappen doen. Eko Direct schakelt een fietskoerier in die ze nog dezelfde dag bezorgt. Je moet voor minimaal vijftig gulden bestellen en betaalt bovenop de winkelprijs 2,5 procent van het totaalbedrag. Handig voor als ik in een luie bui ben. Dag 18 Denk niet dat je straffeloos een banaan kunt eten. Geel en onschuldig? Vergeet het. Aan de pisang kleeft bloedt. Ik heb het niet van mezelf; een medewerkster van Platform Biologica draagt dit opwekkende nieuwtje aan. Zij vertelt dat het rijpingsproces van bananen wordt versneld door er plastic overheen te leggen. Dat waait in de Midden-Amerikaanse rivier, waar zeldzame schildpadden in het plastic zwemmen en stikken. Dus is het zaak biologische bananen te eten: die rijpen natuurlijk, zonder het gewraakte plastic. (Toen ik een kennis een banaan zag verorberen zonder zichtbaar Eko keurmerk schoot er «moordenaar» door me heen.) Egocentrisch dacht ik alleen aan mijn eigen gezondheid als ik bespoten fruit at, maar ik kan niet langer onwetendheid veinzen. Als ik nu naar een banaan grijp, kijk ik recht in de droeve ogen van een stervende schildpad. Welke misdaden heb ik nog meer op mijn geweten als ik een druif, een ui of een spruitje eet? Liggen de fruitschaal en het groentenvak vol met silent killers ? Om paranoïde van te worden. Soms heb ik de laffe neiging om als een struisvogel te opereren en m'n hoofd in het zand te steken. Dag 19 De muur in de slaapkamer heeft sinds gisteren een dieppaarse kleur. Helaas is ook verf op waterbasis niet onschadelijk. Kwasten mag je dus niet uitspoelen onder de kraan; je kunt ze beter in een potje water schoonmaken en dat water laten verdampen. De opgedroogde verf die achterblijft, gaat bij het gewone afval. M'n vriend vindt dat de slaapkamer nog één ding mist: een waterbed. Mij lijkt het niets, al had ik nooit goede argumenten. Nu wel. Zo'n onding verbruikt 1000 à 1500 kWh per jaar. Ter vergelijking: een koelkast neemt genoegen met gemiddeld 480 kWh per jaar. Mijn huis staat al vol genoeg met milieubedreigingen. Als je eco wilt leven loop je er onherroepelijk tegenaan dat de mens per definitie milieuvervuilend is. Elke verpakking die ik weggooi, drukt me met de neus op de feiten. Ik lijk wel lid van de groene kousen-kerk: de mens is van nature zondig. En ik had me nog zo voorgenomen om er een vrolijk dagboek van te maken. Dag 20 Ik ben, moe van mijn verantwoorde leven, boos bij Burger King naar binnen gestampt. Normaal gesproken neig ik nauwelijks naar frituur & vet, maar op dag 20 bestel ik tot mijn eigen verbazing een dubbele Whopper. Na verorbering knaagt niet langer de honger maar het schuldgevoel - een blad vol troep verdwijnt in de prullenbak. Hoe staat het met de koeien die voor deze uitzinnige snack zijn gestorven? En hoeveel regenwoud is gekapt om ze te laten grazen? Vandaag wil ik het niet weten. Dag 22 Net belt een bezorgde vriendin: «Ken jij nog een vis die een goed leven heeft gehad?» Een nieuwe bio-industrie is in opkomst; vissen als forel, paling en zalm (alleen in het buitenland) worden steeds vaker gefokt. Ze zitten dicht op elkaar, kunnen daardoor niet in scholen zwemmen en er is geen goede controle op wat ze te eten krijgen. Wat wordt aan het visvoer toegevoegd? Een gefokte vis met Eko of 'wild' keurmerk bestaat nog niet. Alleen als je een vis eet die enkel in de natuur voorkomt, zoals haring of zeeduivel, weet je zeker dat hij niet gefokt is. En daar valt weer van te vrezen dat hij, via het water, PCB's (chemische afvalstoffen) heeft binnengekregen. Kiezen uit twee kwaden. Wat mij op de vraag brengt: waarom eet ik eigenlijk biologisch? Voor m'n gezondheid of om het milieu te sparen (en daarmee ook de dieren)? Ik vind beide even belangrijk, denk ik. Biologische producten zijn trouwens niet gezonder dan 'gewone', volgens een onderzoeksgroep van het ministerie van Landbouw. Theoretisch is de kans kleiner op besmetting met bestrijdingsmiddelen en antibiotica. De kans op bacteriële infecties en verspreiding van lintwormen is groter. Hier staat nog weinig onderzoek tegenover. Wat nou als op een dag toch een schadelijk effect wordt ontdekt dat de wetenschap over het hoofd heeft gezien? Eco voelt veiliger, ook al zijn er geen harde bewijzen. Daarmee heb ik het vissen-dilemma nog niet opgelost. Nu ik zo weinig mogelijk vlees eet, bestel ik juist vaker vis. Als dat ook al niet meer mag, wordt het me te lastig. Dus negeer ik de kans om dioxine binnen te krijgen en houd ik me vast aan de ontzettend gezonde vetten die in vis zitten. In geval van gevangenschap: de geknechte zalm verdient even veel compassie als de kip (of andere dieren met voeten). En toch heb ik minder medelijden met hem. Het eco leven is niet eerlijk. Vanavond staat er forel op het menu. Dag 25 Mijn dag begint blij. Europees Commissaris Fischler oppert in de Volkskrant dat we «richting een meer marktgeoriënteerde dier- en milieuvriendelijke landbouw» moeten. Terwijl de EU tot nu toe juist een zo groot mogelijke productie stimuleerde. Gelukkig begint de politiek ook in te zien dat de intensieve landbouw en veehouderij geen toekomst meer hebben. De Nederlandse commissie Wijffels doet lang verwachte hervormingsvoorstellen: dieren mogen (levend) maximaal acht uur worden vervoerd en ze krijgen meer ruimte. Boeren die hun koeien in de wei laten lopen, ontvangen een beloning. De commissie vindt dat het milieu te veel wordt belast. Landbouwminister Brinkhorst heeft beloofd het rapport uit te voeren en neemt nu ook het woord duurzaamheid in de mond. Hij voorspelt het einde van de bestaande veehouderij en streeft naar tien procent biologische boeren in 2010 (nu is dat ± één procent). Dit gaat de goede kant op. Dag 26 De eco inzinking is definitief overwonnen. Honderd procent milieuvriendelijk leven lukt nou eenmaal niet. Als ik er voor de helft in slaag, is dat ook oké. Ik merk dat ik me beter voel sinds ik mezelf toesta om compromissen te sluiten. Van het schuldgevoel dat in het begin van de maand met elke volle vuilniszak groeide, heb ik gelukkig niet zo'n last meer. Nu ik weer blij om me heen kijk, ben ik ontvankelijk voor positief nieuws: Nederlanders kopen dit jaar een vijfde meer voedingsmiddelen met milieu-keurmerk dan vorig jaar. Steeds meer supermarkten verkopen biologische producten. Albert Heijn heeft al 230 eco artikelen in het assortiment en introduceert binnenkort biologisch snoep en 'broodvarianten'. AH - goed voor 75 procent van de bio-omzet onder de supermarkten - heeft aangekondigd binnen enkele jaren alleen nog levensmiddelen verkopen die vrij zijn van bestrijdingsmiddelen. Ik heb honger. Sushi laten bezorgen? Verleidelijk. Maar nee, daar komt te veel afval van: plastic verpakking, bakjes wasabi, houten eetstokjes en papieren servetten. Laat ik een blik carrot and parsnip soup opwarmen, van Marks & Spencer. (Die winkel heeft een klein eco assortiment, prachtig kringloop verpakt.) Dag 28 Katten zijn helaas geen vegetariër. Een alerte vriendin sms-t: 'eco voer gesignaleerd!'. Het bezoek aan de groene winkel is weer een belevenis. Een klant (broek met afritsbare pijpen, windjack, uitgegroeid henna-haar) haalt haar pinpas traag als een schildpad door het apparaat, dat natuurlijk dienst weigert. De caissière: «Het moet echt een stuk sneller. Nee, nog sneller!» Waar is deze vrouw geweest al die tijd? Leeft ze normaal van de ruilhandel? Voor f 3,50 per blikje krijgt kater Leen een biologisch leven. Het vlees dat erin verwerkt is, komt van dieren die het goed hebben gehad en biologisch voer hebben gegeten zonder antibiotica. Leen schrokt zijn eerste eco portie enthousiast naar binnen. Omdat het zo compact is - geen gelei te bekennen - heeft hij er minder van nodig. Dag 30 De eerste maand van mijn ecologische restyling zit erop. Het knagende schuldgevoel dat met elke volle vuilniszak groeide, heb ik onder controle. De groenen kousen-kerk keer ik definitief de rug toe. Ik wil een bewust én vrolijk leven leiden. Nog steeds gooi ik verpakkingen in de vuilniszak, maar minder dan voorheen, omdat ik sober verpakte producten koop. Plastic tasjes weiger ik, maar ik neem er één aan als ik mijn boodschappentas ben vergeten. De douche laat ik niet meer lopen voor het uitkleden (om me te verzekeren van warm water), maar ik ga soms wel in bad. Ik heb geen auto of rijbewijs, maar als m'n vriend er sporadisch één leent, maak ik geen bezwaar. Kleine daden tellen: een handwasje in plaats van een halve trommel wolwas, aluminiumfolie hergebruiken, een stenen kopje ter vervanging van een plastic bekertje. Ik probeer vooral te minderen - schoenen, kleren, apparaten, alles - want ik ben geschrokken van wat ik consumeer. Een eco heilige ben ik niet. Ik doe mijn best. Hopelijk neemt mother nature er genoegen mee. bronnen: de Dierenbescherming, de Eko gids, Platform Biologica, Milieu Centraal, de Volkskrant, 100% Natuur - Lifestyle van Lynda Brown (uitgeverij Kosmos-Z&K) |
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
|