De nieuwe Siska Mulder - Na Delphine

de magie van het ja-woord

Trouwen? Journaliste Siska Mulder riep altijd heel hard: niets voor mij. Desondanks moet ze bekennen dat ze geroerd een traantje wegpinkt als twee geliefden elkaar het jawoord geven en betrapt ze zich zelfs op de gedachte 'ik wil ook!'. Marie Claire verdiept zich in de onmiskenbare magie van het huwelijk: «Waarom het aloude, versleten sprookje vertellen, waarvan het eind - en ze leefden nog lang en gelukkig - op z'n minst discutabel is?»

Op het balkon van het paleis verschijnen een prins en een prinses. De zon schijnt alsof het zomer is en de wind voert duizenden gouden linten mee. Gracieus waaien ze van de Amsterdamse Dam naar de Nieuwe Dijk, over de hoofden van de menigte. De prins kust op 2-2-2002 rond 2 uur de prinses; mijn vriendinnen en ik juichen uitzinnig, dansen op onze tenen om linten uit de lucht te vissen - als kostbare relikwieën verdwijnen ze in de handtasjes. We staan verbaasd over de opwinding die zich van ons meester maakt. Wat gebeurt hier?

Een paar dagen geleden haalden we nog onverschillig de schouders op. Willem-Alexander vonden we een flapdrol van de bovenste plank, de vleesgeworden Hollandse polderprins die geen koning zou worden vanwege zijn kwaliteiten maar enkel vanwege zijn erfrecht. En Maxima? Tja, ze leidde ooit een flitsend leven in New York, met een snelle carrière, een ordinaire zonnebril en een sigaret tussen haar vingers. Dat gaf ze allemaal op om met de polderprins te kunnen trouwen en tot in de lengte der dagen lintjes door te knippen. Dubieus. Dus dat we juichen als het prinselijk paar kust, valt allerminst te wijten aan monarchistische gevoelens. De onvermijdelijke conclusie dringt zich op: we dansen op onze tenen omdat hier twee mensen van elkaar houden en dat (zo'n moment vraagt om plechtige taal) bezegelen met een huwelijk.

Trouwen?! Wij, moderne prinsessen met een eigen carrière, een eigen adresboek en een eigen naambordje vinden dat toch een volkomen achterhaald verschijnsel? Jazeker, en toch lachen we dolgelukkig naar elkaar - wat een romantiek - en mimen ongegeneerd (de gêne komt pas later): «Ik wil ook!» Voor de goede orde, we voelen niet het verlangen om WA te kussen ten overstaan van het Nederlandse volk (spaar ons!) met zijn sabel de bruidstaart doormidden te hakken (genade!) en voor de rest van ons leven naast hem wakker te worden (alsjeblieft!), maar geven, onder invloed van dé kus, toe dat we willen trouwen met onze eigen prins.

Daar sta ik dan, dolgelukkig op de Dam, terwijl ik officieel 'trouwen niets voor mij' vindt. Dit plotselinge verlangen naar het huwelijk kan ik niet verklaren. Ik geloof graag in sprookjes, verlies me in een film als Amélie , waarin de dromer het wint van de realist. Maar waarom het aloude, versleten sprookje vertellen? Waarvan het einde - en ze leefden nog lang en gelukkig - op z'n minst discutabel is. Eén op de drie stellen leeft tegenwoordig weliswaar steeds langer, maar zo ongelukkig dat de scheiding uiteindelijk wordt aangevraagd. Amélie verzint tenminste haar eigen verhaal. (Zij kust haar kikker tot prins na een lange zoektocht, maar daar eindigt het sprookje dan ook mee. Geen keurige trouwjurk met satijnen pumps voor Amélie maar een knallende rok en grove schoenen. Ook zonder ring aan haar vinger kan zij gelukkig worden met haar zelfverkozen ware.)

Net als Amélie heb ik toch genoeg fantasie om een modern sprookje te verzinnen, inclusief happy end? Over een prinses die met haar vriendinnen garen van goud spint, terwijl haar prins thuis wacht met de erwtjes. Of over een prinses die giechelend besluit de kikker in de kasteelvijver níet tot prins te kussen, maar lekker te laten kwaken tot in den eeuwigheid. In het aloude huwelijkssprookje is de prinses pas compleet als de prins de ring aan haar vinger schuift. Zijn we anno 2002 nou niet een beetje te zelfredzaam en te zelfbewust voor dit poedersuiker-geluk?

Ter illustratie een trouwscène uit het echte leven. Locatie: een zaaltje met tl-balken en verslapte ballonnen aan het plafond. Het uitzicht: de zich rechtende ruggen van bruidspaar Ellen en Henk - vanaf een plastic zetel horen ze een lied aan met een merkwaardig metrum. De voormalige studiegenoten die het met overgave brengen, hebben voornamelijk zélf veel plezier. Ze zingen uit volle borst en behoorlijk vals van Ellen in haar wilde jaren en hoe zij nu Henks kinderen zal baren. «Vroeger tien vriendjes, nu heeft zij haar Henk. Voor altijd samen, wat een geschenk!» Al drie kwartier duren de stukjes en speeches, het einde lijkt nog lang niet in zicht. De zaal is voor een klein gedeelte gevuld met vrienden en vriendinnen, de rest van het gezelschap heeft het grijze haar in de krullers gezet c.q. de pijp gepoetst voor deze speciale dag. Mijn moeder - ook zij is samen met m'n vader uitgenodigd door de vriendin van lang geleden - fluistert, met een blik op het bruidspaar: «Zie jij jezelf daar nou zitten?» Als ik terug fluister van 'nee houd op zeg' antwoordt ze tevreden en iets te hard: «Dacht ik al!»

(Hoe het verder ging. Rond half één maakten de vers gehuwden zich op voor vertrek, reisden m'n ouders opgelucht af en dook ik met een paar oud-klasgenoten de kroeg in om de benauwenis weg te drinken. Rond sluitingstijd rolden we er weer uit, elkaar bezwerend voor altijd ongetrouwd te blijven.)

Toegegeven, zo oubollig als hierboven hoeft 'de dag van je leven' niet te worden. Maar wie trouwt, bewandelt een gebaand pad. De cijfers liegen er niet om: vorig jaar werden 83000 huwelijken gesloten. Mannen zijn gemiddeld begin dertig als ze trouwen, vrouwen eind twintig. Je kunt jezelf wel voorhouden dat je onconventioneel bezig bent als je het jawoord geeft in het circus om vervolgens op olifanten richting de feesttent vol vuurvreters en buikdanseressen te hobbelen, maar in de kern is de officiële verbintenis tussen twee mensen iets van alle tijden en dus per definitie conventioneel. Bovendien, hoe anders dan anders ben je als je het verlangen om op een originele manier te trouwen deelt met duizenden anderen? Witte jurk, corsage, receptie, de verplichte dans met schoonpapa, het gevreesde ABC ('de A is van Apart, dat zijn jullie zeker...'); enerzijds is de gedachte dat je kunt trouwen zonder al die verplichte, knellende rituelen verleidelijk. De stap wordt daardoor minder beladen. Anderzijds, waarom zou je nog trouwen als je de traditie negeert? Het is net alsof je daarmee wel een huwelijk aangaat, maar vervolgens alles doet om het te ontkennen.

Laat ik te raden gaan bij een bruid in spe die eenzelfde manier van leven en denken heeft. Annemieke van Twuijver trouwt binnenkort. Zij vindt het ritueel belangrijk, maar kiest níet voor een traditioneel huwelijk. «Trouwen wordt al zo lang gedaan, daardoor krijgt het een enorme kracht,» zegt ze. «Rituelen hebben een functie. Zoals je een begrafenis nodig hebt om echt afscheid te nemen, zo is het huwelijk belangrijk om een begin te markeren. Bij Shakespeare vinden huwelijken altijd in de lente plaats. Dat vind ik zo symbolisch! Tegelijkertijd is het een bezegeling van wat je samen hebt. Maar hoe je dat verder invult, maakt niet uit. Op een begrafenis kiest ook iedereen z'n eigen vorm: of je nou koffie met cake serveert of wijn met hippe hapjes, als je maar afscheid neemt. Voor een bruiloft geldt hetzelfde. Zo'n trouwerij met een receptie vol nare tantes, een bruidstaart en een peper- en zoutstel als cadeau lijkt me vreselijk. Ik wil een strandfeest geven met bitterballen en bier. Tegelijkertijd houd ik het oude ritueel van trouwen in de kerk in ere. Wat ik mooi vind, is dat je een heilig verbond sluit. Of je nou christen, moslim of heiden bent. Het klinkt een beetje EO-achtig, maar het huwelijk heeft voor mij een sacrale kracht.»

Ook Renate Willink, sinds twee jaar getrouwd, grabbelde de oude rituelen bij elkaar waar ze zich fijn bij voelde en liet de rest zonder pardon achterwegen. Ze weigerde zich aan de stijve etiquette te houden; liet een dj spelen tijdens haar trouwerij in plaats van een bandje, serveerde geen stijf diner maar wijn, hompen brood en Paturain aan lange tafels. Ze droeg wel een traditionele witte jurk met sluier. «Ik heb gedacht over roze of paars, wilde zelfs nog in het mini gaan. Maar uiteindelijk heb ik gekozen voor de code die iedereen begrijpt. Je bent als bruid het kleutertje dat van de trap komt. Je hebt brandweermannen, verpleegsters en bruidjes; iedereen kent het uniform. Zelfs kinderen van twee snappen al wat je voorstelt in je witte jurk. Daarom wilde ik ook een bruidstaart met poppetjes erop; nog zo'n simpel ritueel dat iedereen begrijpt en herkent.»

Opmerkelijk genoeg dacht Renate Willink ook altijd dat het huwelijk 'niets voor haar' was. Ooit schreef ze zelfs vastberaden op een bierviltje: 'hierbij verklaar ik dat ik nooit zal trouwen'. Haar vriendinnen waren getuigen toen ze deze plechtige belofte deed. Tien jaar later waren diezelfde vriendinnen getuigen op haar bruiloft. Wat heeft Renate doen zwichten? «Toen Anton en ik verliefd werden, was het meteen groots, serieus. Ook hij wilde nooit trouwen, was zes jaar samen met z'n vorige vriendin zonder er ooit over te denken. Hij vroeg mij al na drie maanden. We waren in Italië op vakantie en hij had een volstrekt geloofwaardige smoes om even weg te gaan. Tot mijn eigen verbazing zei ik grappend, uit het niets, tegen hem: 'Als je de ring gaat halen, moet ie wel van goud zijn'. Ik vóelde het. Een fractie van een seconde keek hij me aan en op dat moment wist ik zeker dat hij me ging vragen. Dat is de magie van het huwelijk: iets hogers en groters waar je niet helemaal bij kunt. Met Anton wilde ik wél trouwen omdat ik nog nooit iemand was tegengekomen die zoveel voor me betekende en voor hem gold hetzelfde. We hadden het verlangen om aan iedereen te laten zien dat we van elkaar hielden. En we wilden elkaar erfgenaam maken. Je kunt ook gewoon naar de notaris gaan en een feest geven, maar dat heeft toch niet de lading van een huwelijk.»

Renate kon zich vroeger niet voorstellen dat het wat uitmaakt of je getrouwd bent of niet. Inmiddels is ze tot een andere conclusie gekomen: «Anton en ik hadden al wel een paar keer samengewoond met anderen, maar we waren nog nooit met een ander getrouwd geweest. Het huwelijk geeft onze relatie daarom iets extra's, hoe kinderlijk dat ook klinkt. Bovendien dwingt het je om na te denken over je relatie. Wil ik dit echt? Ga ik de rest van mijn leven door met deze persoon? En je gaat na wie er verder belangrijk voor je zijn; ik moest bedenken wie m'n getuigen werden, wie we wilden vragen voor het dinertje vooraf. Wat ik mooi vind, is dat vrienden en familie zich van hun beste kant laten zien. Ze zeggen in het openbaar wat ze voor je voelen, hoe ze je relatie zien. Wanneer spreken mensen om je heen nou uit dat ze van je houden? Je zou ook een andere moment kunnen kiezen om dat te doen, maar dat gebéurt niet. Blijkbaar is het huwelijk nog altijd de enige vorm die we daarvoor kunnen bedenken.»

Renate had veel stress voorafgaande aan de bruiloft; het was een gigantische organisatie, de jurk moest twee keer over en sommige vriendinnen lieten het op het laatste moment afweten. Genoeg om de beslissing te betreuren, zou je denken. Renate: «Waar ben ik mee bézig? Dat heb ik me vaak afgevraagd. Ik bouwde voor mezelf een sprookje, raar eigenlijk. En toch vond ik de dag zelf overweldigend. Toen ik de trap afdaalde in mijn witte jurk straalde er zoveel liefde en vrolijkheid van de gasten af dat het gewoon te veel was om in één keer te bevatten. Griezelig groot, maar heerlijk. Het leven kent niet zoveel hoogtepunten van zichzelf, die moet je maken! Het is goed om voor jezelf momenten te creëren waarop je boven jezelf uitstijgt. Dus waag af en toe een stap, hoe eng dat ook is, bijvoorbeeld door te zeggen: we gaan trouwen. Het huwelijk heeft me geleerd dat je het leven moet vieren.»

Renate's verhaal begeestert, maar de angst voor het gebaande pad zit diep. In wezen ben ik bang dat als ik eenmaal die ring aan mijn vinger heb, ik slechts een vingerhoed verwijderd ben van poepluier, labrador, stationcar en vinexvilla. Leven zoals iedereen, doen wat de buurvrouw doet, ooit heb ik met mezelf afgesproken: dat nooit! Als twintiger kon ik nog achteloos zeggen dat ik een vriend-je had; met die verkleinde vorm hield ik de schijn hoog van een tijdelijk, charmant accessoire dat ik elk moment weer van de hand kon doen. In werkelijkheid was ik zo verliefd dat het accessoire een eervolle plek kreeg op de schoorsteenmantel, maar ik maakte mezelf met succes wijs dat morgen alles anders kon worden. Niet omdat ik ongelukkig was met mijn vriend(je) - integendeel - maar omdat ik houd van het gevoel dat de toekomst open ligt. Tegenwoordig luidt het antwoord dat ik een vriend heb als men ernaar informeert, waarmee ik erken dat er voor hem en mij niet alleen een tegenwoordige maar ook een toekomstige tijd is. Had ik vroeger last van gêne (ik wilde bovenal zelfstandig en vrij zijn!), nu geeft het eigenlijk best een goed gevoel om wereldkundig te maken dat ik serieus met een geliefde samen ben. Ik spreek nog steeds niet in de wijvorm en ben dat ook voor de toekomst niet van plan, maar ben wel trots op het feit dat m'n vriend en ik al zes jaar lang gelukkig zijn. Hij en ik hebben een leven samen en weten er iets moois van te maken! Nu dat volledig onderkend en op waarde wordt schat (ook door hem), is de stap om te trouwen dan nog wel zo groot?

Het huwelijk is in principe voor de eeuwigheid, dat maakt het extra moeilijk om die stap te nemen. Ja natuurlijk, scheiden kan altijd, maar het streven is om een huwelijk te laten slagen, anders kun je het echt net zo goed laten. Renate Willink: «Er komt inderdaad druk te staan op je relatie, maar wie zegt dat dat erg is? In een crisis zul je langer volhouden door de gedachte: wij zijn getrouwd, dit moet slagen. Getrouwde stellen gaan minder snel uit elkaar, dat is bewezen. Dat je meer je best doet, is alleen maar goed. Anton en ik zijn bewuster samen omdat we hebben gekozen voor de eeuwigheid.»  

Blijft de vraag: waarom moet je per se voor de buitenwereld ja zeggen tegen elkaar? Een bruiloft heeft iets exhibitionistisch: kijk mij eens gelukkig zijn. Kun je dat gevoel niet beter bescheiden voor jezelf houden? «Inderdaad, verstandelijk zou je denken: we houden van elkaar en dat is genoeg,» zegt Annemieke van Twuijver. «Maar nee, het is dus níet genoeg. Ik ken genoeg stellen die nooit uitspreken dat ze van de ander houden. 'Dat weten we toch zo ook wel', zeggen ze dan. Maar het is belangrijk om het hardop tegen elkaar te zeggen. Als stel word je een economische eenheid, je bent vrienden, deelt een huis; allemaal heel alledaags. Ik vind het mooi om het voor één keer boven het alledaagse uit te tillen, met iedereen die je lief hebt eromheen. Het huwelijk is groter dan jezelf, dat maakt het zo magisch.»

Misschien moet ik niet langer vechten tegen de magische kracht van het huwelijk. Ik geloof in het vieren van verjaardagen, van kerst en oudjaar. Daarin kies ik ook m'n eigen vorm: geen envelop met geld maar 29 verrassingscadeaus voor de 29ste verjaardag van m'n vriend, geen gevulde kalkoen met kerst maar een Italiaans diner met vrienden. En oud en nieuw wordt niet met oliebollen maar met gamba's gevierd. Zo maken eigentijdse rituelen het leven bijzonder. Waarom dan niet een huwelijk vieren op je eigen manier? Misschien kan het wél: de geschiedenis laten spreken zonder oubollig orkestje, witte jurk, bruidstaart en sherry op de receptie. En voel je met dj, knalrood pak, dim sum en cava uit 2002 net zo goed de magie van lang geleden.

Naschrift . Gisteravond ging m'n vriend door z'n knieën. Met zijn grote, blauwe ogen keek hij me aan. «Liefje...»

Ik voelde het gewicht van de geschiedenis, de vrouwen uit het verleden die mij voor gingen, ja zeiden, de ring aan hun vinger droegen. In een flits zag ik de eerste koude kus in de sneeuw, hij en ik op een Italiaanse veranda met de laagstaande zon in het gezicht, zijn tranen toen ik het uitmaakte (voor twee dagen). En nu, na zes jaar, dit moment. In die paar seconden ging een leven samen aan me voorbij en wist ik ineens zo zeker dat... Nee toch, frommelde hij daar cliché maar o zo heerlijk een ring tevoorschijn?

«Deze is van jou,» zei hij en reikte een gouden ring aan. Niet voor aan m'n vinger maar voor in m'n oor - ik was 'm al weken kwijt.

En ze leefden nog lang en gelukkig.


 
 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Marie Claire.

 
Bestel Na Delphine bij Bol.com