ik word ouder
nou en?

Er was een tijd dat je 35 jaar hopeloos oud vond. Maar op een dag ben je zelf zomaar ineens halverwege de dertig. How did that happen? En hoe nu verder? We kunnen moeilijk eeuwig voor jong & hip doorgaan. Behalve physiek onhaalbaar is dat veel te vermoeiend - en we hebben onze slaap al zo hard nodig. Schrijfster Siska Mulder (zelf net 36) ziet de grote levensvragen op zich afkomen.

Levensvraag 1: oud, wat is oud?

Toen ik tien jaar was, vond ik mensen van achttien oud. Dat waren Volwassenen die alles mochten wat ik niet mocht. Op mijn achttiende mocht ik eindelijk alles en vond ik mensen van dertig oud. Dat waren Volwassenen die alles zeker leken te weten. Op mijn dertigste vond ik mezelf oud en wist ik nog steeds niets zeker. Dus ja, wat is oud?
Ik heb me heel lang niet volwassen gevoeld omdat ik me bij dat begrip zo weinig kon voorstellen. Volwassenen waren voor mij mensen die niet twijfelen aan zichzelf, die niet langer nieuwsgierigheid tonen omdat ze menen dat ze wel zo'n beetje weten hoe de wereld in elkaar zit. Kortweg leek volwassenheid me een ziekte die je beter niet kon oplopen. Wanneer je eenmaal 35 bent, kun je jezelf niet meer wijsmaken dat je later, ooit, misschien volwassen wordt. Als je het halverwege de dertig nog niet bent, wanneer dan wel? Niets treuriger dan vrouwen die geforceerd jong doen omdat ze bang zijn oud te worden; als iets oud maakt, is dat het wel. Onlangs las ik een artikel over de digitale generatie, waartoe je blijkt te behoren als je van 1980 of later bent. 1980! Oké, daar val je als 35-jarige overduidelijk buiten - terwijl ik van mezelf vind dat ik best aardig met digitale apparatuur om kan gaan. (Maar ja, dat vinden mijn ouders ook sinds ze niet alleen een mobiele telefoon bezitten, maar die ook af en toe aanzetten.) Ik heb het artikel helemaal uitgelezen, wat maar weer eens bewijst dat ik niet van de digitale generatie ben. Die had inmiddels al lang weggezapt uit gebrek aan concentratievermogen.
Gewetensvraag: kun jij jumpen ? Waarmee ik niet de Engelse vertaling van in de lucht springen bedoel, maar de dansvorm. En zo ja, kun je die dans ook opvoeren in het openbaar, zonder het gevoel te hebben dat je jezelf danig belachelijk maakt? Ik ben inmiddels op het niveau dat mijn buurjongetje Bert mij moet demonstreren hoe jumpen in zijn werk gaat. (Bert is buitengewoon goed en ik kan je een privéoptreden bijzonder aanraden, maar misschien ben ik niet geheel objectief.) Toen ik nog thuiswoonde, keek ik op de feestjes van mijn ouders licht gegeneerd naar het stuntelige bewegen van ledematen dat zij en hun vrienden zelf dansen noemden. De dansvloer, dat was mijn terrein en ik kon me niet voorstellen dat ik me daar ooit ongemakkelijk zou voelen. Nu, halverwege de dertig, waag ik me iets te bewust van mezelf op de dansvloer. Is de manier waarop ik dans niet vreselijk achterhaald, kan het nog wel? En dan bedoel ik niet bij wijze van retrodans. De hitsige manier waarop veel twintigers dansen zal ik me wel nooit eigen maken en dat wil ik eerlijk gezegd ook niet - ik vind het toch een beetje hoerig. Hmm, zo'n truttig moreel oordeel, is dat soms ook een teken van ouderdom?
Gelukkig verandert je perceptie van 'oud' naarmate je ouder wordt. Ik kan me dan ook goed voorstellen dat je op je 85 ste leeftijdgenoten doodleuk voor oude knarren uitmaakt, terwijl je die titel allerminst op jezelf betrekt. Tegen die tijd vinden we waarschijnlijk dat we met onze iPod vol muziek uit 2012 nog aardig mee kunnen komen, terwijl de jongere generatie ons meewarig glimlachend aanschouwt: ach, kijk die oudjes eens met hun iPod - bestáán die dingen überhaupt nog? - en hun bejaardenliedjes. Zou dat zijn wat ze met de circle of life   bedoelen? Nou ja, 85 is dan ook wel echt oud. Vooralsnog.

Levensvraag 2: houdt dat getwijfel ooit op?

Op je achttiende kun je de rest de wereld nog vol bravoure indelen in goed en fout. Je hebt ja en nee . Dat er ook nog een misschien of een soms bestaat, daar wil je als achttienjarige hemelbestormer echt niet aan. Temeer omdat je diep van binnen twijfelt aan alles en het allermeeste aan jezelf. Weet ik op mijn 35 ste hoe de wereld in elkaar zit? Verre van dat. Hoe meer ik zie en leer en hoor, hoe minder ik weet. De nuance heeft zijn intrede gedaan: mensen zijn niet louter goed of fout, regimes zijn niet louter goed of fout, geloof is niet louter goed of fout, ikzelf ben niet louter goed of fout. Bij elke enerzijds hoort een anderzijds, dat maakt het leven gecompliceerd en de wereld moeilijk te bevatten. Met de nuance komt ook het besef dat het weliswaar een menselijk verlangen is om aan zogenaamde zekerheden vast te houden, maar dat eigenlijk verrassend weinig in het leven zeker is. Als iets zeker is, is dat 't wel.
Op mijn achttiende was ik nog zwaar in paniek geraakt van die wetenschap, maar halverwege de dertig ben ik in staat dit te accepteren. Een beetje orde in de chaos te scheppen, althans aan die illusie vasthouden, kan geen kwaad, maar al met al blijft het chaos. Tegenwoordig probeer ik de dingen gewoon te laten gebeuren, wat eenvoudig klinkt, maar het natuurlijk niet is. De controle loslaten is een kunst die bij vlagen versta. Er wordt aan gewerkt. Ik kom bijvoorbeeld een inspirerende collega tegen en de kans doet zich voor samen een boek te schrijven. Dan kan ik wel krampachtig vasthouden aan het idee dat ik nu eenmaal eerst de roman af moet maken die ik aan het schrijven ben, maar ik kan ook mijn plannen wijzigen en kijken wat er gebeurt. (Ik deed het laatste, de samenwerking was geweldig en het boek kwam precies op het goede moment uit.) Ik kan wel bedenken dat ik beter hier in Nederland kan blijven omdat het net zo goed gaat met mijn werk, maar de mogelijkheid dient zich aan om een tijd in de Verenigde Staten te gaan wonen. Daar gaat mijn gevoel van controle. Ik grijp mijn kans en ga naar Amerika, al vraag ik me bij vlagen heus vertwijfeld af waar ik nu weer in terecht ben gekomen. Zoals mijn schoonmoeder altijd zegt: gewoon blijven ademen.
Tegenwoordig probeer ik mijn twijfels en mijn angst voor het onbekende te overwinnen omdat ik weet dat het onbekende mij veel moois kan brengen - al weet ik van tevoren nog niet wat. Als het me lukt om de controle los te laten, is de beloning dat ik me op onvoorziene momenten zomaar ineens gelukkig kan voelen - verbaasd en blij over hoe mooi het leven eruitziet. Ik red me wel, hoe het ook loopt, een geruststellende gedachte. Inmiddels denk ik dat volwassenheid misschien wel het tegenovergestelde is van alles zeker weten. In staat zijn te accepteren - en waarderen - dat je niet alles weet, dat is voor mij volwassen zijn. Die evenwichtige volwassene zonder twijfels of angst word ik misschien wel nooit. Om op de levensvraag terug te komen: nee, dat getwijfel houdt nooit op. En gelukkig maar.

Levensvraag 3: is dit alles?

Rob Fleming, de hoofdpersoon uit de roman High Fidelity van Nick Hornby, houdt een boek lang zijn 'options open' . Hij is bang dat zijn leven te veel vast komt te liggen en kan maar geen afscheid nemen van het idee dat ergens een nieuwe liefde wacht die sprankelender, romantischer en meeslepender is dan de relatie die hij heeft met zijn vriendin Laura.
Ergens weet hij ook wel dat een relatie met een andere vrouw slechts tijdelijk verpletterend romantisch zal zijn, waarna hij tegen precies dezelfde dingen - sleur, zich herhalende ruzies, verwassen onderbroeken op de verwarming - aan zal lopen als in zijn relatie met Laura. Maar toch. Hij kan het dromen niet verleren, tot hij inziet dat hij door alle opties open te houden, juist veel kansen mist. Dat het leven op die manier aan hem voorbij gaat, zonder dat hij er werkelijk deel aan neemt.  
Als Rob Fleming zijn top 5 van droombanen moet noemen staat een baan als popjournalist van een bekend muziektijdschrift op nummer 1. Let wel, in de periode 1976-1979 (omdat hij de bands uit die tijd geweldig vindt). Wat toch redelijk onmogelijk is, aangezien onze Rob zich inmiddels in de jaren negentig bevindt. Buitengewoon geestig, High Fidelity , maar ook confronterend. Want dromen we allemaal bij vlagen niet liever van het onmogelijke dan het hoogst haalbare?
Misschien wordt het tijd sommige dromen waar te maken en andere dromen te laten gaan. Als je op je 35 ste er nog steeds van een tournee met een wereldberoemde band droomt terwijl je in de praktijk alleen luchtgitaar speelt, krijgt dat toch wat treurigs. Toegegeven: alleen figuren van het mannelijk geslacht kun je hierop betrappen, maar het punt is duidelijk. Voor wie geen kinderen heeft maar ze misschien wel wil, doemt nog een dillema op: ja of nee, nu of nooit? Als je zelf niet het gevoel krijgt dat enige haast geboden is, is de omgeving wel zo vriendelijk je daarop te wijzen. De biologische klok (excuus voor het cliché) lijkt van een vriendelijk tikkend uurwerkje in een ware tijdbom te veranderen.
Uhm, dynamisch is deze levensfase zeker, daar is geen woord aan gelogen. Het voelt alsof het er nu op aankomt, wat even angstaanjagend als opwindend is. Is dit alles? Misschien. Als je er gelukkig mee bent wel. En anders wordt het tijd voor actie, of acceptatie. De toekomst is niet ooit, maar nu. En het idee dat alle opties open liggen, daar neem je, net als Rob Fleming, op deze leeftijd met de nodige pijn en moeite afscheid van. Waarmee de is-dit-alles?-vraag onherroepelijk op plopt. Een klassieker. En het perfecte excuus om ons met 35 jaar een kleine midlife crisis te veroorloven. Vooruit, laten we ons nog één keer in die ultra korte minirok hijsen en wild flirten met de barman van begin twintig, puur voor het plezier en oké, ook een beetje om te weten dat we nog meetellen. Noem het de vrouwelijke variant van de knalgele sportwagen; wij weten onze midlife crisis tenminste betaalbaar te houden.

Levensvraag 4: waarom voel ik me dan nog steeds een meisje?

Die vraag valt kortweg te beantwoorden met: omdat je diep in je hart nog steeds een meisje bent. Zolang je maar niet hoelahoepend over straat gaat met twee strikken in je haar, geeft dat helemaal niks. Ik heb het van een vrouw die het kan weten. Voor Viva interviewde ik de Franse schrijfster Benoîte Groult, die ver in de tachtig is, en zij vertelde me dat ze nog altijd droomt en denkt als een meisje. Dat dat nooit overgaat. Waarom willen we niet oud worden? Omdat we oud maar al te vaak associëren met zuurpruimerig en zeurderig. Het slag oude vrouw dat zonder een sprankje humor voor de zoveelste keer vertelt dat ze bij de buurtsuper te veel heeft betaald voor een pak melk. Help, ik betrap mezelf er nu al op dat ik vriendinnen verhalen vertel die ze al kennen! Ben ik slechts één stap verwijderd van het Oude-Bessen-dom?
We zijn volwassen vrouwen maar dat betekent niet dat we het meisjesachtige moeten verbannen. Zolang we het meisje in onszelf erkennen, haar de ruimte geven in plaats van in een donkere hoek te duwen, zullen we nooit vervelende oude vrouwen worden. En als we dat verhaal voor de zoveelste keer vertellen, is het tenminste een leuk verhaal. Ja toch, niet dan?

Levensvraag 5: hoe win ik het gevecht met de zwaartekracht?

Tja, op deze   vraag weten we al sinds jaar en dag het antwoord, namelijk: niet. En toch is het verlangen mooi & jong te blijven zo sterk dat we blijven smeren, lijnen, sporten en wat dies meer zij. In het boek Rimpelmania , een bundeling van non-fictie hoofdstukken en fictieve verhalen die Manon Spierenburg en ik samen hebben geschreven, gaan we op vrolijke wijze op zoek naar het waarom van de eeuwig-jong-obsessie. Rimpelmania blijkt een Allen Carr-achtig effect te hebben: als je het mechanisme eenmaal doorhebt, kun je je ervan bevrijden en ontspannen achterover leunen. Een prettige remedie tegen rimpelvrees dus. Het is geen makkelijke tijd om ouder te worden, zeker voor vrouwen niet, dat werd ons tijdens het schrijven van het boek eens te meer duidelijk. Probeer maar eens tevreden in je onderbroek voor de spiegel te draaien als je ondertussen dagelijks via allerlei (televisie)kanalen krijgt ingepeperd dat je binnenkort toch echt over the hill bent. Voor je het weet, speur je angstig naar tekenen van ouderdom, hoe onzinnig je dat ook van jezelf vindt. Hing de borstpartij al op die hoogte, of is er sprake van verzakking? Zat dat kwabje onder je arm er vorige week ook al? En de rimpels die je nu ziet als je een grimas maakt, zoeken die zich over een paar jaar permanente behuizing rond je ogen? Net nu we geleerd hebben om enigszins tevreden met ons figuur te zijn, blijkt er in de loop der jaren nog van álles te kunnen veranderen. Je zou bijna met terugwerkende kracht heimwee kregen naar het lichaam waar je op je twintigste nog zo onzeker over was. De Amerikaanse schrijfster Norah Ephron vertelt in haar bestseller I feel bad about my neck dat ze tijdens haar jonge jaren - en ze heeft inmiddels de leeftijd bereikt waarop ze 35 jaar echt jong vindt! - geen seconde aandacht heeft besteed aan haar nek, omdat ze het veel te druk had met het haten van andere lichaamsdelen. Nu zij en haar vriendinnen in de zestig zijn, dragen ze verwoed sjaaltjes en coltruien om hun hangende, lillende, verrimpelende, kipperige nek (enfin, Norah kan er lange verhalen over vertellen) te verbloemen. Moraal van het verhaal: zolang je nek geen onderwerp is van gesprek ben je niet oud. En mocht je weer eens in je onderbroek voor de spiegel staan, vergeet dan vooral niet om je strakke, gladde, rimpeloze, gazellerige nek te bewonderen.

Levensvraag 6: 35... en dan?

Voortboordurend op levensvraag 5: hoeveel jaar kun je nog doorgaan voor jong & hip? En hoeveel jaar wíl je dat eigenlijk nog? Op deze leeftijd verlies je de status van 'lekker jong ding', niet alleen vanwege de opdoemende rimpeltjes en de toenemende druk van de zwaartekracht, maar ook omdat je vaak geen zin of tijd meer hebt om al die uren voor de spiegel door te brengen. Laten we wel wezen: almaar de jongste & hipste zijn is op den duur dodelijk vermoeiend en slaapverwekkend bovendien - en we hebben die nachtrust al zo hard nodig. Overigens praten mijn vrienden vol nostalgie over de tijd dat ze nog jong waren en een nacht door konden halen zonder daar de volgende dag noemenswaardige last van te hebben. Er zijn twee dingen mogelijk: óf ze herinneren zich dit verkeerd, óf ik was een slappe dweil in die tijd. Ik kan me vooral herinneren dat ik veel te lang bleef hangen op feestjes in de hoop dat het nog leuk zou worden - wat nooit zo was, als het tegen één uur niet leuk was, werd het ook niet meer leuk - en dat ik de volgende dag gebroken was. Waarmee we meteen komen op nog zo'n fijn aspect van ouder worden: je kunt beter bedenken wat je zelf wilt en weet daar ook naar te handelen. Feestje niet gezellig? Naar huis. Rond een uur of één moe? Naar huis. Geen zin in alcohol? Dan drink je een avond niet, in plaats van je uit gewoonte vol te laten lopen, met spijt en een kater als gevolg.
Op je twintigste ben je wellicht glad als een perzik en blijven je borsten zonder hulp van buiten rechtop staan, maar veel te melden heb je meestal niet op die leeftijd - al denk je zelf van wel, daar ben je tenslotte twintig voor. Halverwege de dertig ben je iemand geworden met zekere talenten, eigenaardigheden, scherpe trekjes en voorkeuren. Je hebt, zeg maar, een persoonlijkheid ontwikkeld. En dus zul je veel meer waardering krijgen voor wat je kunt en wie je bent, dan voor hoe je eruitziet. Geen onaantrekkelijk vooruitzicht.  
Het mogelijke antwoord op de vraag '35... en dan?' luidt simpelweg: vrolijk op naar de veertig. Een paar vriendinnen van mij zijn inmiddels veertig en ik moet zeggen, het staat ze goed. Veertig heeft een soort waardigheid, een stijlvolle elegantie. En veertig blijkt helemaal niet zo oud als ik vroeger dacht. Oud genoeg voor wat relativering, jong genoeg om je te blijven verbazen. Maar ja, waarschijnlijk blijkt dat over tien jaar eveneens te gelden voor vijftig en weer een decennium later voor zestig. Inmiddels heb ik de 35 achter me gelaten en ben ik 36 geworden. Gewoon blijven ademen, dan gaat 't als het goed is vanzelf. Vooralsnog een aanrader, dat 36 ste levensjaar, ik kan niet anders zeggen.

 


 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Viva.