de prins op het manke paard

Natuurlijk zijn we moderne vrouwen met een eigen leven. Maar stiekem geloven we nog altijd in de prins op het witte paard - die vervolgens met geen mogelijkheid aan alle verwachtingen kan voldoen. Journaliste Siska Mulder stelt dat het paard van de prins mank loopt. Maar is dat wel zo erg?

Terwijl de dwergen de wacht hielden bij Sneeuwwitje, reed een jonge prins voorbij... Hij had haar overal in het koninkrijk gezocht. Droevig maar teder boog hij zich over haar heen en drukte een afscheidskus op haar koele lippen. Sneeuwwitje opende haar ogen, zag de prins, glimlachte en werd verliefd op hem. De prins nam haar in zijn armen en droeg haar naar zijn paard, waarmee ze samen naar zijn kasteel zouden rijden. Even later vertrok ze met haar droomprins naar een nieuw koninkrijk, waar ze nog lang en gelukkig leefden en veel kindjes kregen! (uit: Sneeuwwitje van Walt Disney)

Grappig toch. Waarom geloven we nog in dit sprookje van de prins op het witte paard? Goed beschouwd een achterhaald verhaal. Die passieve Sneeuwwitje ligt daar maar willoos en slachtofferig in haar glazen kist. Schijndood, tot die hebberige prins met z'n snoeverige paard en patserige kasteel opduikt. Eén kus en Sneeuwwitje geeft in een oogwenk haar zeven dwergen-vrienden op en verhuist dociel naar de woonplaats van de koningszoon. Waar haar nog één taak rest: nageslacht produceren. Eigenlijk weten we best dat de perfecte liefde niet bestaat en toch houden we de mythe maar al te graag in stand. In het sprookje staat de prins vanzelfsprekend voor de ware. Zijn witte paard kun je beschouwen als de gedaante waarin de liefde zich aandient: krachtige perfectie, sterker dan jij. De liefde komt aangegaloppeerd en de vrouw laat zich meevoeren door haar redder in nood.

Van levenspartner tot wegwerpprins

Wanneer het op de liefde aankomt, willen we ineens weer geloven in voorbestemming. Volgens het geloof van 2003 is alles maakbaar, maar met hem 'heeft het zo moeten zijn'. Je ziet het aan de krampachtige manier waarop veel dertigers daten. Ze testen elkaar voortdurend en elk minuscuul voorval wordt beschouwd als een teken. Je komt hem tegen als je net aan hem moet denken, hij poetst z'n tanden met hetzelfde merk elektrische tandenborstel als jij, hij heeft een rode kat die sprekend op jouw rode Siempie van vroeger lijkt en je weet genoeg: hij is het. In je hoofd heb jij al een telepathische band met deze tandenpoetsende kattenliefhebber, terwijl hij nog geen idee heeft. Geen wonder dat hij er niets van begrijpt als je na de tweede ontmoeting plotseling en ogenschijnlijk zonder reden afhaakt. De kleinste signalen tonen aan dat hij de ware is, maar een achteloze opmerking kan net zo gemakkelijk fataal zijn. Tja, in zijn onschuld heeft hij laten vallen dat hij maar tot halverwege is gekomen in I.M., terwijl jij juist een bewonderaar bent van Connie Palmen en de conclusie wordt alras getrokken: niet voor elkaar bestemd. Zo verwordt een beoogde levenspartner tot wegwerpprins.

Mannen hebben een stuk minder last van voorbestemmingswanen. Ooit een man getroffen die voor z'n plezier naar Sleepless in Seattle heeft gekeken? Sentimenteel, eendimensionaal en voorspelbaar, zo luidt hun analyse en gelijk hebben ze. Maar wat is het heerlijk wegzwijmelen, voor de eerste maar ook voor de vijfde keer, als Meg Ryan en Tom Hanks elkaar eindelijk weten te vinden. Zij gaat met een ideale schoonzoon zonder passie, hij is z'n vrouw verloren en voedt z'n zoontje alleen op, de kijker wacht de hele film lang op het onvermijdelijke: dat ze elkaar vinden. Wisten we het niet al toen zij in de auto 'toevallig' luisterde naar een praatprogramma, hoorde hoe z'n zoontje een nieuwe vrouw zocht voor hem en hij vervolgens verbouwereerd en charmant in gesprek met de presentator raakte op de radio? Voorbestemming! In de kern dromen wij nog steeds van die ene, die ergens op de aardbol rondloopt. Hoogstens hebben we de oude droom een beetje bijgesteld omdat relaties nu eenmaal stuklopen in de praktijk en geloven we inmiddels in meerdere ware liefdes per mensenleven.

Vrouwen weten zich enorm vast te bijten in hun beeld van hoe een man zou moeten zijn. En dan hebben ze niet alleen het standaardrijtje 'lang, donkerharig, stoer, nonchalant gekleed' in hun hoofd. Al zou het jammer zijn om die kleine prins met z'n peenkleurige haar, aarzelende tred en wapperende ribbroek bij voorbaat te laten lopen. Bleef het daar maar bij. Wij vrouwen hebben vaak (onbewust) een complete blauwdruk klaarliggen van hoe hij zich zou moeten gedragen en van hoe de liefde tussen haar en hem eruit hoort te zien. Wat willen we nou? Een man die spannend, ongrijpbaar en aantrekkelijk blijft, omdat we nooit helemaal zullen snappen wat er in hem omgaat en vice versa? Of een man die ons te allen tijde begrijpt, onze gedachten als geen ander kan lezen en in elke situatie precies aanvoelt wat hij het beste doen of laten kan? Oftewel: een man die van binnen vrouw is. Het onzinnige antwoord lijkt dat we het allebei willen. Geen wonder dat mannen regelmatig met hun handen in het haar zitten, van lieverlee teruggrijpen op het veilige Tarzanmodel en troost zoeken bij hun Black en Decker boormachine - want Black en Decker en hij weten tenminste wat ze aan elkaar hebben.

De beeldschone prinses

We zitten er vol mee, met beelden en dromen van de prins op zijn witte ros. Het vuurwerk moet vierentwintig uur per dag knallen, ook na jarenlang samenzijn. Hij hoort je mooi en aantrekkelijk te vinden, al stap je slonzig rond op pimpelpaarse sloffen. Hij moet bovendien nog elke keer hartkloppingen krijgen als hij in een café op je zit te wachten en jou door de ruit aan ziet komen fietsen. (In werkelijkheid leest hij de krant, de hork.)

Als je hem vraagt wat hij het mooiste aan je vindt, mag hij zéker niet cliché aankomen met de bil- en borstpartij, maar moet hij subtiele antwoorden geven als: je handen, je schouderbladen of - deze is heel gênant- je lieve gezichtje. Blijkt hij zo slim om één van deze minder voor de hand liggende onderdelen als favoriet op te geven, dan krijgt hij de verontwaardigde reactie: «Wat is er mis met mijn kont?!» Onmiddellijk gevolgd door: «Aha, je vindt dat ik hangborsten heb!» Lees de rubriek Anybody in Viva erop na, waarin mannen en vrouwen naakt op de foto gaan. Wanneer de betreffende man bij het onderdeel 'blij met' enthousiast de tenen van zijn eega prijst, weten wij vrouwen dat het goed mis is. Geen wonder dat veel mannen zich voornemen om nooit-meer-iets over het uiterlijk van hun geliefde op te merken. Hij dodelijk vermoeid, zij gefrustreerd: daar gaat de romantische liefde door het afvoerputje.

Laten we eerlijk zijn. Dit gaat niet over hem, dit gaat over ons. We willen de beeldschone prinses zijn, ook al vertelt het spiegeltje aan de wand iets anders. We willen althans het gevoel hebben dat we haar zijn en wie moet daar voor zorgen? Juist, de prins op zijn paard kan het weer opknappen. Verbazingwekkend eigenlijk, dat hij niet reeds is weggegaloppeerd. Want ook als de prinses een slecht humeur heeft, zich om onbestemde redenen niet fijn voelt, trekt ze al gauw bozig de conclusie dat het aan de relatie moet liggen. Aan hem dus. Herkenbaar? Voor je het weet, forceer je een zelf gecreëerd drama. Ten onrechte neemt je je geliefde op zo'n moment je eigen ongeluk kwalijk. Hij moet feilloos blootleggen wat je zelf niet kunt benoemen, dat ene zeggen of doen waardoor je je op slag weer beter voelt, hij moet, kortom, alles weer goedmaken. Zoals je vader vroeger met een kus op de zere knie de pijn kon wegtoveren. Alleen: op een dag realiseer je je dat je het ondanks die bemoedigende kus toch zelf moet opknappen.

Geen doekje voor het bloeden

Het beeld van de perfecte prins kan vrouwen danig in de weg zitten. In hun hoofd hebben zich ideeën vastgezet over hoe hij hoort te zijn, hoe de liefde tussen hem en haar eruit hoort te zien, die met geen mogelijkheid bewaarheid kunnen worden. Die ander is niet in staat om alles wat pijn doet of onaangenaam is in het leven glad te strijken, weg te poetsen, goed te maken. Het helpt wel, een geliefde aan je zijde, en 't maakt het bestaan er vaak stukken leuker op, maar de prins is geen wondermiddel en ook geen doekje voor het bloeden. Als je dat van hem verwacht, je te veel vastbijt in jouw beeld van de ware, kan wat je wel samen hebt en deelt zijn glans verliezen - dat is het gevaarlijke eraan.

Zo blijkt het idee van de prinselijke twee-eenheid er ook maar moeilijk uit te rammen. Natuurlijk, we kennen het sociaal wenselijke antwoord op de vraag hoe we ons leven willen inrichten: hij moet een aanvulling zijn en geen invulling, we 'doen dingen voor onszelf' en houden onze vriendinnen aan. Je ziet ze soms zitten in restaurants: vriendinnenclubjes van oudsher, inmiddels in de dertig en aan de man, die 'lekker gek' net als vroeger een avondje wild gaan stappen, maar ondertussen onderdrukt gapend al om half elf op hun horloge zitten te kijken wanneer ze weer terugmogen naar hun veilige haven.

Wat is dat toch, dat vrouwen zodra ze die prins van zijn paard gesleurd hebben, in staat zijn om hun vrijgezellenleventje van zich af te schudden als was het een plastic regenjas? Het ene moment hoor je ze beweren dat ze genieten van hun vrijgevochten bestaan vol interessant werk, geweldige vriendinnen en activiteiten buitenshuis. En het volgende moment spreekt een mannenstem het antwoordapparaat in, is 'ik' plotseling 'we' geworden en hebben ze een compleet andere vriendenkring - namelijk die van hem; vreemd genoeg is het zelden andersom. Was het vorige leventje dat ze jarenlang hebben geleid dan een leugen, een verwoede poging om de tijd een beetje prettig door te komen zolang de prins niet voorbijkwam? Wie houdt wie nou voor de gek? Arme zij, arme hij. Want is de relatie eenmaal een feit, dan moeten ze volgens de regels van het sprookje lang en gelukkig leven. Dan moet hij elke leegte, elk gaatje vullen en o wee als hij faalt.

Van de prins kunnen we nog wat leren. Die gaat lekker galopperen in het bos als hij daar zin in heeft en gelijk heeft hij. Als je er niet voor waakt je eigen terrein af te bakenen en je te verliezen in dat leven samen, dan weet je niet eens meer wat je zelf eigenlijk wilt en hoor je jezelf op een kwade dag zeggen «wij houden niet van wandelen», terwijl je vroeger uren op de hei te vinden was.

Irreëel verlangen

Wordt het niet eens tijd om de mythe van het grote geluk los te laten? Het leven is in deze eeuw simpelweg te leuk en te spannend voor vrouwen om zich te laten leiden door dat achterhaalde beeld van de ware. Vroeger was het zo, ja, dat we een man nodig hadden voor onze veiligheid. Zonder hem hadden we geen inkomen en waren we aan de goden overgeleverd, dus o wee als het paard niet halt hield voor ons. En vroeger is nog niet eens zo lang geleden - twee generaties, maar meestal slechts één generatie - dus zo vreemd is het niet dat dat oude beeld van de paardrijdende prins ons nog helder op het netvlies staat. Logisch ook dat wij nog steeds veel meer dan mannen de neiging hebben om ons aan een geliefde uit te leveren; vroeger was dat immers de strategie om hem voor je te winnen en te behouden. Bovendien: je kon niet anders.

Moeten we dan elke vorm van romantiek maar overboord zetten? Welnee. Als vrouwen enkel tevreden constateren dat hun man vlijtig stofzuigt, kookt en 'zorgtaken' deelt - waarom heet dat niet meer gezellig: samen voor de kinderen zorgen? -   vraag je je af waar de romantiek gebleven is. Alsof ze met de vaststelling dat hij een voldoende haalt voor huishouden, tevens hebben aangetoond dat hij een geschikte echtgenoot is. Dan wil je toch wel eens weten of hij tussen afwas en boodschap door geestig uit de hoek komt en een boeiend verhaal te vertellen heeft. En of deze vent tussen de lakens zijn handjes ook zo vlijtig laat wapperen. Nee, de liefde is geen optelsom en een gezonde dosis romantiek is essentieel om niet danig op elkaar uitgekeken te raken. Om niet op een dag te denken: wie is die sul met z'n Albert-Heijntas in de hand?

Natuurlijk willen we een geestige, onderhoudende man met talent in bed. Je mag toch zeker wel wat verwachten! Maar op de momenten dat je het paard mank ziet lopen, kan het geen kwaad om je af te vragen of dat nou wel zo erg is. Misschien dient de liefde zich in die gedaante aan, al hadden we het ons anders voorgesteld. We hoeven niet altijd en op elk moment honderd procent van de prins te houden. En eerlijk is eerlijk: hij ook niet van ons. Laten we voortaan een boek lezen, een vriendin bellen, een brief schrijven of een rondje gaan hardlopen om dit doorgeslagen, irreële verlangen naar de volmaakte liefde te relativeren. Als de geliefde even niet aan de verwachtingen voldoet, dan zij dat zo. We hebben altijd nog ons gezonde verstand, onze vriendinnen en niet te vergeten ons eigen inkomen: de sterkende wetenschap dat we het zonder hem kunnen redden als dat nodig is. Maar laten we ook niet vergeten om dat hinkende, edele dier met z'n witte manen af en toe over z'n hals te aaien. Braaf, paardje, braaf.


(kader)

Actrice Olga Zuiderhoek: «Toen ik klein was, vroeg ik aan mijn moeder: 'Is er maar één jongen op de wereld voor mij en hoe moet ik die dan zoeken?' Ze proestte het uit en zei: 'Er zijn er een heleboel, of er is er geen één'. Zij heeft me geleerd dat je alleen moet kunnen zijn, anders ben je de klos en wordt het niets met de liefde.

Het is ook toeval hoor, dat je een leuke man tegenkomt. Wanneer je de mazzel hebt om iemand te treffen met wie je door wilt, moet je je niet afhankelijk maken. Als je verwacht dat hij je leven leuk maakt, word je chagrijnig omdat dat natuurlijk niet lukt, hij gaat op den duur naar een ander toe en dan heb je helemaal niets. Van mezelf weet ik dat ik een dienstbare kant heb, ik heb moeten leren om mijn eigen gang te gaan.

Je hebt toch van die kwisjes op tv waarin ze mensen proberen te koppelen? Als aan die meiden wordt gevraagd wat voor man ze zoeken, weten ze alleen maar uiterlijkheden te noemen. Ontmoedigend vind ik dat. Voor mij is het belangrijk dat ik me tegenover mijn geliefde niet hoef te schamen. Ik kan onhandig zijn, liet een keer verf op het parket laten vallen. Uhm, het was een pot van vijf liter en niet afwasbaar. Mijn vriend kwam alleen maar even kijken en zei: 'Wat rot voor je'. Hij snapt dat ik zo in elkaar zit. Daarom ben ik aan hem blijven hangen.»

Cabaretière en dj Claudia de Breij (28): «Ik geloof niet in een prins op het witte paard - in mijn geval kan het ook nog eens een prinses zijn. 'De ware' creëer je zelf voor een groot deel; het hangt er maar net vanaf hoe klaar je bent voor een relatie. In mijn geval gaat het al een tijd goed met mijn prinses, dus I must be doing something right .

Met het beeld van een prins of prinses is op zich niets mis; als je niet weet wat je wilt, kun je het ook niet krijgen. Maar op een gegeven moment moet je je wel realiseren dat je niet én de knapste én de grappigste én de liefste én de beste in bed kan hebben.

In voorbestemming geloof ik eigenlijk ook niet. Ik zie de liefde als een combinatie van iets romantisch en praktisch; een relatie aangaan is romantisch, een relatie aanhouden is ook praktisch. Vanaf het moment dat je niet alleen meer samen in bed ligt, moet je over alles consensus bereiken.»

Presentatrice en actrice Linda de Mol (38): «Ik geloofde heel erg in 'de ware'. Maar toen ik na een relatie van tien jaar ging scheiden, smolt die legende van de prins op het witte paard behoorlijk.

Juist op dat moment kwam er een prins voorbij die redelijk het tegendeel bewees. Binnen een week woonden we samen. Daar zaten we met drie vuilniszakken van hem en drie van mij, kaarsjes aan, in een leeg appartement. Ik ging er vanuit dat ik vanzelf zijn bedenkelijke kanten zou ontdekken, maar ik werd positief verrast: o, hij heeft humor, o, hij houdt ook van lezen. Misschien heb ik de prins juist gevonden omdat ik niet verwachtte dat hij voorbij zou komen.

Acht jaar zijn we nu verder en we hebben het voor elkaar gekregen om de romantiek erin te houden; met kleine kinderen is de kans groot dat je je prins verwaarloost. Ik kwam Sander tegen op een moment dat ik wist wat ik wilde, met welke dingen ik kan leven en met welke niet. Ik ga nu veel beter om met mindere eigenschappen, blijf niet meer hangen in: 'Jij denkt nooit eens na over een cadeau voor mijn verjaardag'. Pas als je met zijn mindere kanten om kunt gaan, heb je een volwassen relatie.

Sander en ik zijn dol op elkaar, maar we hangen niet aan elkaar. Hij vindt het geweldig dat ik zo onafhankelijk ben. Veel vrouwen maken zich in een relatie wel afhankelijk van een man. Ze krijgen kinderen, gaan terug naar twee dagen werken en geven de rest van hun leven op. Als hij weggaat, valt alles in duigen. Ze hebben in hun hoofd dat hun vriend hen gelukkig moet maken - een volkomen onmogelijke opgave voor hem. Zodra de eerste, hevige verliefdheid zakt, is het goed om je werk weer onder de loep te nemen, vriendinnen op te zoeken. Er zijn namelijk nog zoveel meer dingen in het leven dan een man.»


 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Marie Claire.