vrolijk oud worden

De heupbroek én het zelfvertrouwen. De dagdromen én de creditcard; Siska Mulder (36), co-auteur van het boek Rimpelmania , constateert tevreden dat het als 30-plusser steeds leuker wordt. Gewapend met zelfspot gaat onze generatie de trend keren: ouder worden? Geen probleem.

Eeuwige meisjes zijn we, al zijn we de dertig (ruimschoots) gepasseerd. Onze generatie weigert zich oud te laten verklaren. Waarom zouden we ook? We voelen ons jong, presenteren ons jong en laten we wel wezen: we zíjn ook een stuk jonger dan onze oma's en moeders op deze leeftijd. Soms lijkt het alsof mijn vriendinnen, de ruimbedeelden daargelaten, massaal een borstvergroting hebben ondergaan. Niet omdat ze onder het mes zijn gegaan, maar simpelweg omdat ze eindelijk een goede beha dragen.
Vrolijk hijsen we ons in een heupbroek met een rits van een centimeter, een stretch T-shirt en strikken we de gympen vast die we vijftien jaar geleden ook al droegen - we noemen ze gewoon retro. Om de volgende dag moeiteloos te transformeren tot een femme fatale; gewapend met stiletto's treden we de wereld vol zelfvertrouwen tegemoet. Toen we prachtig slank en strak waren, stond een strakke outfit ons misschien beter, maar nu hebben we eindelijk het lef en de uitstraling om die met verve te dragen. Wie maakt ons wat?
Nee, dan mijn oma. Toen zij zo oud was als ik trok ze een wijdvallende bloemetjesjurk aan, een vleeskleurige panty, een paar stappers met een stevige spekzool, handtas met knip om haar arm en klaar was ze. Een mevrouw was geboren. Oud verklaard zette ze de rollers in het haar - steil haar was veel te jong - en brak ze zich hoogstens het hoofd over de vraag of je nu een blauwe of een paarse spoeling moest kiezen. En anders kon je ook altijd nog je grijze haren vrij spel geven, niemand die er gek van opkeek.
Als ik oude foto's van mijn overleden beppe (= Fries voor oma) bekijk, staart een vrouw van onbestemde leeftijd me aan, met een keurig permanent en een bijpassende blik. Hoe oud ze precies is, valt moeilijk te zeggen. Ze is toegetreden tot de orde van mevrouwen, en heren dienen hun hoed voor haar af te nemen. Halverwege de dertig had mijn oma zeven bevallingen achter de rug - nog twee te gaan - en peigerde ze zichzelf dagelijks af om huis, haard en kroost schoon te schrobben, te voeden en te verzorgen. Geen wonder dat ze er op die leeftijd al behoorlijk bejaard uitzag.

Dankzij onze trouwe bondgenoten - de magnetron, de wasmachine, de bezorgpizza en de boodschappendienst - hebben wij het een stuk gemakkelijker en dat is ons aan te zien. Mijn oma kon rond de dertig al geen kant meer op. Wij hebben zoveel mogelijkheden dat we er soms een beetje duizelig van worden: weer aan een studie beginnen, een wereldreis maken, in een ander land gaan wonen, een eigen bedrijf opzetten, waarom niet? We zijn het nog lang niet verleerd om te dromen en het mooie van deze leeftijd is dat we ook het geld, het inzicht en het zelfbewustzijn hebben om (een deel van) onze dromen uit te laten komen. Mijn oma vluchtte weg in haar streekroman, wij kunnen het leven leiden waar zij vergeefs naar verlangde. En dat lukt alleen maar beter nu we meer bagage hebben, niet meer zo naïef en onzeker zijn als toen we groen en achttien waren.
Niet voor niets raakt de term Middle Youth steeds meer in zwang. Onze generatie dertigers wordt uitgebreid besproken in een onderzoek van Engelse marketeers, de uitvinders van deze benaming . Zij beschrijven 30-plussers die nog met één been in de jeugdcultuur staan en het 'middelbaar bestaan' van de generatie voor hen schuwen. ' Women growing older, without growing old' . Onze oma's en moeders waren misschien halverwege de dertig van middelbare leeftijd, wij voelen ons nog veel te jong daarvoor en genieten volop van onze verlengde jeugd. Bovendien wórden we gemiddeld steeds ouder, zeker vrouwen kunnen er wat van. Eigenlijk zou de middelbare leeftijd (die officieel loopt van 35- 50 jaar) dan ook best een paar jaar opgehoogd mogen worden. Op je 35ste ben je immers met een beetje geluk nog lang niet op de helft van je leven.
Waarom zouden we ons in een depressie laten praten vanwege een paar rimpels meer of minder? Ouder worden is heus zo erg niet. Hé, we zijn tenslotte zelfstandige vrouwen die hun eigenwaarde niet alleen afmeten aan hun spiegelbeeld. Vrouwen met een eigen carrière, de nodige scholing achter de rug, vriendinnen die van ons houden om wat we te melden hebben in plaats van om hoe we eruitzien en een man die minstens evenveel van ons IQ als van ons lichaam houdt.

Maar toch.
Zelfs de meest zelfbewuste vrouw kan niet ontkennen dat ze wel eens sombert over de (aanstaande) veroudering. Al zal ze vervolgens om het hardst roepen dat ze de jongheidsmanie van nu compleet doorgeslagen vindt. Samen met Manon Spierenburg schreef ik het boek Rimpelmania. Tijdens onze zoektocht naar het waarom van de eeuwig-jong-obsessie ondervonden we hoe diep de gedachte 'jong is goed, oud is fout' geworteld is. En hoe paradoxaal met name vrouwen tegenover het ouder worden staan.
Neem de journaliste die ons komt interviewen over Rimpelmania . "Ik ben dus helemaal niet zo, hè", zegt ze al bij binnenkomst, wijzend naar ons boek. Volgens haar valt het allemaal enorm mee met de door ons beschreven jongheidsmanie. Vijf minuten fluistert ze ons toe, alsof zich zojuist een kernramp heeft voltrokken, dat ze veertig is geworden. En weer enige minuten later bekent ze: "Ik denk er ook wel eens over om dáár wat aan te laten doen." De journaliste wappert met haar armen, duidend op 'iets daar beneden'. Bij nader inzien blijkt ze het over haar borsten te hebben.
Eigenlijk weten we wel dat het nergens over gaat en nee, we denken heus niet dat schoonheid onze enige troef is. Maar we klagen wel over dat verouderende lichaam en doen massaal ons best om zo jong mogelijk te blijven. Geen groter compliment dan na het noemen van je leeftijd te horen: "Echt waar, ik had je veel jonger geschat!"

Terwijl de opwaartse druk alleen maar toeneemt - relatie, carrière, kinderen, hulpbehoevende ouders en een immer groeiend sociaal leven - beweegt ons lichaam zich gestaag in tegengestelde richting. En dan moeten we ook nog de tijd zien te vinden om ons lichaam zo jong mogelijk te houden. Dus smeren, slikken (vitaminepillen), hongeren en fitnessen we ons gek in de hoop op de ultieme trofee: de eeuwige jeugd. Oud worden? Dat is iets voor anderen, je weet wel, de vreemde wezens die je wel eens met zo'n triest karretje - heet dat niet een rollator? - over straat ziet schuifelen met de blik gericht op hun voeten in plaats van de toekomst. Laat één ding duidelijk zijn: dat zijn wij dus niet van plan ooit te worden, hè, bejaard.
Jammer dat de omgeving zich niet geheel aanpast aan dit alleszins redelijke verlangen. Terwijl wij onszelf nog meisjes noemen, zegt de jongen van het callcenter 'u'. Zijn die kraaienpoten nu ook al hoorbaar door de telefoon? Toen een vriendin de televisie aanzette en Madonna over het scherm danste in haar nieuwste metamorfose, verzuchtten we in het bijzijn van haar dochter: "Wat ziet ze er goed uit! Hoe doet ze dat toch?" Waarop haar dochter verbaasd zei: "Maar dat is toch gewoon een oude mevrouw in een raar jackje?" Ons hoofd loopt soms een tíkje achter bij de realiteit. Pas als je omgeving anders reageert op de buitenkant, jou als ouder beschouwt dan je voor je gevoel bent, gaat er in je hoofd een alarm af. Ben je nog dezelfde? Vergist iedereen om je heen zich als je ineens massaal met 'mevrouw' wordt aangesproken, of wordt het tijd om jezelf als een vrouw met een geschiedenis te zien, in plaats van een meisje op zekere leeftijd.

De hysterische jongheidsmanie heeft ons goed te pakken. In metamorfose-programma's worden de lichamen van soortgenoten net zo makkelijk verbouwd als het huis van de buren. En de groep die eens in de drie maanden de fronsrimpel weg botoxt groeit gestaag. Oud worden? Dat is tegenwoordig louter je eigen schuld; er valt immers wat aan te doen. Niemand weet ook meer hoe een oudere vrouw eruitziet, omdat ze dan allang van de buis is gehaald. Uit het zicht! Hoe durf je te verouderen! Linda de Mol vertelde onlangs in een column dat ze niet langer onder de botox uitkon omdat ze nou eenmaal haar werk wilde blijven doen. Terwijl Philip Freriks en consorten hun kale schedel vrolijk oppoetsen voor de volgende uitzending, zit er voor vrouwelijke presentatrices van een zekere leeftijd twee dingen op: of onder het mes, of een stille aftocht via de achterdeur.
Ook in mijn vriendenkring wordt bij vlagen getreurd om het verlies van de jeugd, althans door de vrouwelijke helft. Mannen hebben er ogenschijnlijk veel minder moeite mee. Ze nemen hoogstens een nieuwe, spuuglelijke compensatie-auto. Misschien dat mannen met de badkamerdeur op slot eens een haargroeimiddeltje proberen, maar daar zul je ze in het openbaar niet over horen.

Nee, dan mijn vriendinnen, stuk voor stuk mooie vrouwen in de bloei van hun leven. "Nu ben ik een dorre vlakte," verzuchtte één van hen toen ze veertig werd. Ze wilde geen kinderen, dat was het punt niet, maar ze stelde vast dat ze nu vanuit Darwinistisch oogpunt onbruikbaar was geworden en dat geen man zich meer tot haar aangetrokken zou voelen. Hun instinct vertelt mannen immers dat ze op zoek moeten naar vruchtbare vrouwen met wie ze zoveel mogelijk nageslacht kunnen produceren. Na deze boute uitspraak nam ze vier dagen haar telefoon niet op en vreesden wij, haar vrienden, ernstig voor haar geestelijke gezondheid. Had ze zich in een plastisch chirurgische kliniek laten opnemen om zichzelf van top tot teen te verbouwen? Hing ze aan een boom met een afscheidsbrief op de borst geprikt die ondertekend was met 'de dorre vlakte'? Toen ze op de vijfde dag opbelde, meldde ze vrolijk: "Ik heb over mezelf nagedacht. Ik weet nu wat ik kan, maar vooral ook wat ik niet kan. Dat lucht toch zo op."

Achteraf bezien kijk ik eigenlijk altijd positief terug op het bereiken van een leeftijdsmijlpaal, hoezeer ik er vooraf ook tegenop zag. Het leidt, net als bij mijn vriendin, tot reflectie en bezinning. Toen ik dertig werd, nam ik voorgoed afscheid van het idee dat ik lekker voor spek en bonen mee mocht doen. Tot die tijd leed ik aan het kleurpotloodsyndroom: je laat de tekening met slordig ingekleurde kabouters zien die je in een kwartier hebt gemaakt en iedereen roept automatisch: 'Wat knap van jou!'. Op mijn dertigste was ik, zo realiseerde ik mij, geen jonkie meer, maar werd er van mij verwácht dat ik goed presteerde. Ik geef toe dat dit inzicht een kleine crisis veroorzaakte en dat ik in het weekend van mijn verjaardag weliswaar niet naar het buitenland ben gevlucht, maar wel zo dicht mogelijk tegen de   landsgrens ben aangekropen. Daarna hadden we dat weer gehad, wende ik aan mijn positie en begon ik deze nieuwe levensfase zelfs aangenaam spannend te vinden.

Over de vraag of ik weer achttien zou willen zijn, hoef ik niet lang nadenken: nee bedankt. Alles lag open, dat is waar. Iets té open. Ik had eerlijk gezegd geen idee wat ik aan het doen was, of waar het naartoe moest met mijn leven, de liefde en mijn aanstaande carrière. Zoals zoveel jongvolwassenen ging ik met de verkeerde mannen in zee, was ik bevriend met mensen die ik nu liever zou mijden (ook vriendschap moet je leren) en was ik niet erg overtuigd van mijn eigen kunnen. Midden dertig zijn er misschien een paar dromen gesneuveld, maar er zijn ook genoeg dromen overeind gebleven óf uitgekomen. Ik ben blij dat ik inmiddels, gesterkt door kennis en ervaring, enige lijn in mijn leven heb aangebracht.   

Tot nu toe ben ik er met elk jaar erbij eigenlijk alleen maar gelukkiger op geworden.
Ik ben er dan ook erg voor om verjaardagen uitbundig te vieren. Ik zie niet in waarom je zou treuren om het feit dat je er weer een jaar bij hebt. Wie ben je liever: Marilyn Monroe of Marianne Faithfull? De een ging beeldschoon, jong en mythisch dood. De ander net niet, kreeg een interessant, getekend gezicht, maakte met dat gezicht de mooiste platen, vergaarde wijsheid en, niet geheel onbelangrijk, werd gelukkig - iets wat Marilyn nooit gelukt is.

Of neem Fay Weldon (75), die ik naar aanleiding van Rimpelmania   vroeg hoe ze tegen ouder worden aankijkt. "O," verzuchtte ze ironisch, "Ik moet nodig aan de liposuctie, maar ik heb gewoon geen tijd. Ik moet nog zoveel boeken schrijven, begrijp je." Ze vertrouwde me toe dat ze een kwab vet op haar rug had zitten die daar toch echt niet hoorde, maar dat ze er weinig mee kon zitten. "Ik ben niet mooi en niet jong, maar als ik op een feestje kom, wil iedereen met me praten," vertelde ze. En ik kan het me helemaal voorstellen, want ze bleek tijdens ons gesprek een wijze, geestige vrouw,   vol zelfrelativering en plezier. Tegelijkertijd laat ze zich door niets en niemand van de wijs brengen, vertoont ze die aangename onverstoorbaarheid die je je alleen op latere leeftijd kunt permitteren. Fay Weldon komt ermee weg, want ze ís iemand. Zoals zij wil ik later ook worden - wie   van ons niet? - en die kwab in mijn nek kan me dan verder gestolen worden. Ik hoop dat ik op een dag net als zij bevrijd zal zijn van ijdelheid en net zoveel wijsheid vergaard zal hebben als zij. Zo bezien begin ik me steeds meer te verheugen op mijn oudere jaren.

Wanneer het aan onze generatie ligt - en dat ligt het - zal ouderdom in de toekomst weer staan voor ervaring en wijsheid. Vrolijk oud worden, ik ben er helemaal voor en denk dat ons dat gaat lukken, want we zijn tegen de tijd dat we onszelf echt oud mogen noemen, juichend in de meerderheid. Het demografische gelijk hebben we alvast aan onze kant; we zijn straks met zoveel dat niemand ons meer kan negeren of marginaliseren. Bovendien zijn we eigenwijs en zelfbewust genoeg om de trend te keren. Oud wordt in, daar zorgen we wel voor. Geef ons alleen even de tijd, we komen tenslotte pas net kijken.

(kader)

Siska Mulder (36) schreef samen met Manon Spierenburg (38) het boek Rimpelmania (uitgeverij Thomas Rap, € 14,90), dat op 26 april verschijnt en gaat over onze Don Quichot-achtige strijd tegen de veroudering.


 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in het maandblad JAN.