![]() |
drie generaties danseressen: Alledrie werken zij bij het wereldberoemde Nederlands Dans Theater. Lydia Bustinduy (22) staat aan het begin van haar danscarrière, Nancy Euverink (32) groeit naar haar top toe. En Gioconda Barbuto (44) treedt, als één van de weinige danseressen met die leeftijd, nog steeds op: «Het dansen stopte niet voor mij omdat ik veertig werd, van binnen was ik nog steeds een danser.» Op een dag weigert hun lichaam dienst en moeten zij afscheid nemen van het toneel, met die wetenschap leven zij. Drie generaties danseressen vertellen over hun passie voor het podium, de offers die zij brachten en de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam. De televisie staat aan, sofa's nodigen uit om languit te liggen en de verwarming gloeit. De centrale ruimte van het Nederlands Dans Theater (algemeen afgekort tot NDT) ademt de sfeer uit van een huiskamer. Het is belangrijk dat de dansers zich er op hun gemak voelen, want zij zijn er, als ze niet op tournee hoeven, zes dagen in de week te vinden, overdag en veelal ook 's avonds. Verkleurde joggingbroeken met één opgestroopte pijp, doorgesleten mayo's, balletpakken met gaten en pluizige sokken; je kunt de dresscode gerust informeel noemen. Her en der liggen dansers met een been naast hun oor op de grond - stijfheid dreigt en stretchen helpt. Op een afgedankte canapé slaapt een danser, naast hem zijn uitpuilende tas en een flesje water. Bij een barretje kunnen de dansers verse broodjes, pasta en uitsmijters bestellen - de vriendelijke vrouw die ze verzorgt, kent ze allemaal bij naam. De voertaal is Engels met een accent; bij het gezelschap werken talloze nationaliteiten. Lydia Bustinduy (22) komt uit Spanje en zit bij NDT II, de jongste groep dansers. Zij heeft na twee jaar al een contract op zak voor NDT I, het hoofd gezelschap, terwijl dansers normaal gesproken pas na drie jaar te horen krijgen of zij, als één van de weinige, mogen doorstromen. Zij geniet volop, zegt dat ze gelukkig is. Hier heeft ze altijd van gedroomd. De leden van NDT II zijn nauw met elkaar verbonden doordat ze intensief lichamelijk contact hebben tijdens het dansen; haar collega's beschouwt ze als haar vrienden. Al haar energie steekt zij in het dansen. Wanneer Lydia vrij heeft, valt ze van vermoeidheid op de bank in slaap. Uitgaan doet ze nauwelijks en vrienden maken buiten het theater lukt niet. De enige vriend in Nederland die geen danser is, deed ze op tijdens een voorstelling; ze haalde hem, als vast onderdeel van het optreden, uit het publiek en later ontstond een band. Wat ze van Nederland vindt? Zij heeft het niet over de grauwe luchten, het vlakke landschap of de nuchterheid van de bewoners, maar antwoordt zonder aarzeling: «Dit is een goed land voor dansers. Doordat alles zo strak georganiseerd is, hoef ik me niet met bijzaken bezig te houden.» Voor een privé-leven is nauwelijks ruimte en toch vindt zij het dansersbestaan niet zwaar, eerder vanzelfsprekend. Wie haar geschiedenis kent, begrijpt dat. Lydia woonde als klein meisje in een plaatsje in het noorden van Spanje. Zodra haar school uitging, rende zij met een broodje in haar hand naar het treinstation, om op de trein naar Barcelona te halen. Daar bevond zich de balletacademie, die ze vanaf haar negende bezocht. Om tien uur 's avonds kwam ze thuis van haar balletlessen en viel ze uitgeput in slaap. Als ze een proefwerk had, ging haar wekker de volgende dag om half vier, zodat ze nog kon leren. Voor vriendinnen had ze geen tijd, haar ouders zag ze alleen in het weekend uitgebreid. Lydia: «Ik was erg gestrest, droomde 's nachts angstig. Jarenlang ben ik te moe geweest om te dansen. Rond mijn vijftiende vroeg ik me af of dit het wel waard was. Het liefst wilde ik de tijd stilzetten, zodat ik weer zou kunnen ademen. Verloren voelde ik me. Dat veranderde toen we aan het eind van het schooljaar optraden. Ik begreep niet eens meer waarom ik twijfelde, zo fantastisch voelde ik me op het podium. Ik nam me voor om door te zetten, na de balletschool zou ik gaan dansen!» Zij danste twee jaar bij een gezelschap in Barcelona en kwam toen naar Nederland. «Ik heb mijzelf gevonden, dit is mijn bestemming.» Haar Nederlandse collega Nancy Euverink (32), die danst bij NDT I, sloot zich veertien jaar geleden bij de jongste groep dansers aan. Het meisje dat gelijk met haar begon, kreeg meteen interessante rollen te dansen, terwijl die er voor haar niet in zaten. Door hard te werken redde Nancy het; zij stroomde na drie jaar door naar het hoofd gezelschap (de danseres die zo'n belofte leek, redde het niet). De wereldberoemde huischoreograaf Jirí Kylián zij ooit over Nancy: «Ik had niet gedacht dat ze dit in zich had». Nu is zij een lieveling van de choreografen en danst zij droomrollen. Nancy eet haar lunch aan de lange tafel in de 'huiskamer'. Zij heeft net een stroeve repetitie achter de rug. Kalm zegt ze: «Ik heb geleerd dat niet mijn hele leven kapotgaat als ik een rotdag heb. Toen ik net bij dit gezelschap zat, was ik vaak zo zenuwachtig dat ik niet kon eten. Voortdurend dacht ik: ben ik wel goed genoeg? Ik deed op een verkrampte manier mijn best, was me alleen maar aan het bewijzen. Vooral tegenover anderen - die beslisten immers over mijn carrière. Nu raak ik niet meer zo in paniek.» De audities voor NDT II zijn net achter de rug, onder de 199 meisjes en 54 jongens waren acht plaatsen te vergeven. In de wc stonden 'slechts' een paar teleurgestelde meisjes te huilen, vorige jaren hoefde er maar één in tranen uit te barsten of de hele kleedkamer huilde mee. De Canadese Gioconda Barbuto (44) noemt haar auditie voor NDT III, het kleine gezelschap oudere dansers (de oudste is over de zestig), gedenkwaardig. Ze is nog altijd zenuwachtig voor audities en voorstellingen, maar haar zenuwen werken niet langer verlammend; zij weet de adrenaline die vrijkomt te benutten. Jirí Kylián vroeg Gioconda om te improviseren en er ontstond «een spontane, opwindende solo». Zij was destijds veertig jaar, had een lange, indrukwekkende carrière achter de rug, maar dacht er niet over om die te beëindigen. «Het dansen stopte niet voor mij omdat ik veertig werd, van binnen was ik nog steeds een danser.» Wanneer Gioconda in een elegante, rode jurk een pas de deux van Hans van Manen danst - speciaal voor haar en haar danspartner geschreven - oogt zij vitaal en expressief. Van de rug die zij in het begin van het stuk naar het publiek toekeert, is elk spiertje ontwikkeld. Gioconda: «Ik heb altijd goed voor mezelf gezorgd. Met een speciale techniek blijf ik in vorm: ik versterk en stretch mijn spieren en doe aan yoga. Zo houd ik lichaam en geest in balans.» Aan haar ledematen merkt ze wel degelijk dat ze ouder wordt; zij raakt eerder uitgeput en het kost meer tijd om te herstellen dan vroeger. Toch is zij niet jaloers op jongere dansers: «Lichaam en geest moeten samenwerken en ik weet niet of mijn geest met een jonger lichaam overweg zou kunnen. Jezelf vergeven is belangrijk - vroeger dacht ik dat ik altijd perfect moest zijn. Hoe ouder ik word, hoe vrijer ik me voel als danser.» Gioconda straalt rust en tevredenheid uit. Van haar wil je aannemen dat zij erin slaagt van het moment te genieten, hoe moeilijk dat ook is, en niet te veel te denken aan het doemscenario: dat het lichaam ermee ophoudt. «Het is de realiteit. Als ik moet stoppen vind ik wel iets wat mijn creatieve hart gelukkig maakt: choreograferen, dansers begeleiden. En anders word ik een creatieve chefkok!» Gioconda is precies twee keer zo oud als Lydia, die, zware blessures of andere tegenslag daargelaten, nog een lang dansersleven voor zich heeft. Lydia: «Ik denk veel aan de toekomst, al probeer ik dat niet te doen. Als danser werk je je lichaam tegen, je gewrichten gaan er op den duur aan. Oudere dansers hoor ik in de kleedkamer praten over de pijn. Lichamelijke beperkingen heb ik nog niet en pijn is de volgende dag alweer over - op mijn leeftijd herstel je snel. Mijn spieren zijn sterk en ik heb veel energie. Ik ben blij dat ik nog jong ben. Al merk ik nu al dat mijn voeten minder goed stretchen dan tien jaar geleden.» Zij grijpt naar haar pijnlijke heup. Intensief repeteert ze voor het stuk Dreamplay van Johan Inger, waarin ze gecast is voor een grote rol. Tijdens de repetitie van die middag staat het zweet op haar voorhoofd en onder haar ogen tekenen zich kringen van vermoeidheid af. Telkens weer moeten de uitputtende combinaties over, tot de NDT II dansers buiten adem zijn. Zodra ze even niet hoeven te repeteren is de concentratie weg en staan ze in een hoekje te lachen, of werpen zij bij wijze van bruidskleed een stuk gaas over zich heen. Later zegt Lydia: «Ooit moet ik stoppen met dansen. Die dag komt, onherroepelijk. Rationeel weet ik dat en toch kan ik mijn gevoel er niet op voorbereiden. Mijn lichaam doet nu wat ik wil en ik kan me niet voorstellen dat dat verandert. Een leven zonder dans kan ik me überhaupt niet voorstellen.» Zij waagt zich liever niet aan een toekomstvoorspelling, maar bekent dat ze het prachtig zou vinden om zich ooit, net als Gioconda, bij het oudere gezelschap aan te sluiten: «Als god het wil, dans ik dan nog.» Voor Lydia is een leven na de dans een abstract idee. Wat zij dan gaat doen, weet zij niet. Reizen over de wereld lijkt haar wel wat, maar een beroep kan zij er niet bij bedenken. Het is nog zover weg. Nancy begon op haar zesentwintigste noodgedwongen na te denken over een leven zonder dans: zij kreeg acute reuma en de dokter deelde mee dat zij nooit meer zou dansen. Een half jaar lang lag zij op bed, niet eens in staat zichzelf aan te kleden. «Wat moest ik in godsnaam met mijn leven doen? Ik had mijn lichaam nodig, dansen was het enige wat ik kende.» Toen de ergste paniek zakte, besloot Nancy vooral niet naar haar dokter te luisteren. Ze speurde op Internet, las boeken, trok zich van goedbedoelde adviezen niets aan. Mensen in haar omgeving gaven de moed op, bekeken haar met medelijden, maar zij weigerde zich erbij neer te leggen. Na meer dan een jaar vond ze een dieet dat in combinatie met een lage dosis medicijnen aansloeg en krabbelde zij op. Nu danst zij weer. Ziekte is onder dansers een taboe, maar Nancy heeft genoeg zelfvertrouwen om ervoor uit te komen: «Mijn polsen zijn mijn zwakke plek. Maar als choreografen echt geïnteresseerd zijn in mij, valt er in een stuk altijd wel wat aan te passen.» Zij wil zich niet door haar ziekte laten leiden, wanneer zij pijn heeft, probeert ze daar niet te veel bij stil te staan. Nancy: «Door mijn ziekte ben ik kwetsbaarder gaan dansen, er is meer balans tussen kracht en kwetsbaarheid. Ik heb mijn top nog niet bereikt, daar groei ik nog naartoe. In de danswereld leeft sterk het idee dat je zo jong mogelijk moet zijn; de carrière duurt kort, dus iedereen heeft haast. Ik hoor dansers wel eens zeggen dat 'ze er ook niet jonger op worden'. Blijken ze pas 24 te zijn! Ik vind 32 een goede leeftijd, met de ervaring die ik heb, kan ik de vruchten plukken.» Waar vinden de drie danseressen een geliefde die genoegen neemt met de schaarse vrije uren? Het antwoord is dichtbij: in het gezelschap. Zowel Nancy als Lydia woont samen met een danser uit NDT I. Gioconda is de enige die geen relatie heeft met een danser, zij is al meer dan tien jaar getrouwd met een fotograaf. Zij e-mailt twee keer per dag met hem, belt in het weekend (en als ze zich eenzaam voelt ook door de week). Eens in de twee maanden komt hij haar opzoeken. Gioconda: «Ik ben in Holland om te werken, veel meer heb ik hier niet te doen. Dansen is mijn leven, altijd geweest ook. Mijn man weet dat en steunt mij enorm. Het is niet altijd makkelijk, zeker niet. Maar ik vind het nog steeds zo spannend om bij NDT te horen. Als ik naar al die fantastische artiesten kijk, ben ik trots dat ik daar deel van uitmaak.» In de hoek van de 'huiskamer' houdt één van de dansers een baby in de lucht, terwijl zijn collega's vertederd lachen. Gioconda heeft geen kinderen, tot haar spijt. Zij heeft zich niet door haar carrière laten tegenhouden, verder wil ze er niet al te veel over kwijt: «Het zat er voor mij niet in en daar heb ik vrede mee.» Om er met een lach aan toe te voegen: «Tenzij ik op mijn vierenveertigste nog zwanger word, dat zou geweldig zijn!» Nancy wil vooralsnog geen kinderen. «Met dit schema is het te lastig. Het lijkt me naar om het kind achter te laten als ik op tournee ga en het meenemen lijkt me ook geen doen. Je moet echt een keuze maken tussen kinderen en carrière. Voor mij is het offer te groot. Ik probeer zo te redeneren dat ik later geen spijt krijg. Wordt het verlangen erg sterk dan begin ik er misschien alsnog aan. Als ik op tijd stop met dansen kan het nog...» Heeft Lydia, die nog alle tijd van de wereld heeft, plannen? «Ik wil een gezin, dat weet ik zeker.» Hoe ze dat denkt te combineren met haar carrière weet ze niet en ze maakt zich er nog niet druk om. Speciaal. Dat zou Lydia als danseres willen zijn. Nancy houdt het op verrassend en Gioconda schiet als eerste het woord harmonie te binnen. En zijn zij ook wat ze zich wensen? Hun antwoord kenmerkt hun generatie. Lydia durft zichzelf niet speciaal te noemen, Nancy erkent aarzelend dat ze het publiek weet te verrassen en Gioconda heeft de sleutel in handen: «Als ik complete harmonie zou bereiken, houdt het daar op. In mijn streven naar harmonie kom ik er het dichtst in de buurt.» Hoe zien de drie hun eigen dansgeneratie? Lydia: «Elke danser van mijn groep heeft een geheel eigen persoonlijkheid. Het zijn totaal verschillende individuen en toch allemaal goede dansers.» Nancy's generatie heeft juist geleerd om voor het collectief te werken. «Als je een stuk danst met vier of vijf paren moet je niet alleen als paar goed dansen, maar ook het geheel aanvoelen. Dat kunnen de jonge dansers minder goed.» In Gioconda's generatie komen de kwaliteiten van de vorige twee generaties samen: «De dansers van mijn groep hebben een totaal verschillende achtergrond. Met al die kennis komen we tot een harmonie op het podium.» Zij glimlacht relativerend: «We're just dancers.» Dat klinkt alsof ze net zo goed 'gewoon dierenartsen' had kunnen zeggen. Maar Lydia, Nancy en Gioconda zouden niets anders dan dansers kunnen zijn. Zij lijken tot een geheim genootschap te behoren, waarvan de leden een allesoverheersende passie delen. Voor zolang het duurt; de wetenschap dat zij hun passie op moeten geven als hun lichaam niet meer wil, bindt de drie generaties eveneens. De drie illustreren dat de geest van een danser zich langzaam op dat einde instelt. Voor Lydia is het afscheid nog ondenkbaar, Nancy weet door haar ziekte al hoe het voelt om door je lichaam in de steek te worden gelaten, en Gioconda heeft de volgende stap gemaakt; de ongewisse toekomst ziet zij niet langer als een bedreiging. Zij formuleert het zo: «Je kunt nog zoveel plannen maken, soms heeft het leven andere plannen met jou. Het is goed om je dromen na te jagen. Later ontdek je dat je op een andere plek terecht ben gekomen dan je voor ogen had, maar dat die plek ook heel mooi is.» |
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
|