De nieuwe Siska Mulder - Na Delphine

verliefd op flamenco

In Nederland danst een kleine groep vrouwen fanatiek flamenco. Zij oefenen dagelijks voor de spiegel en reizen naar Spanje af om lessen te volgen bij topdanseressen. Bloed, zweet en tranen kost deze gecompliceerde, Spaanse dansvorm hen en toch trekken ze telkens weer hun handgemaakte dansschoenen aan. In flamenco vinden zij duende , de bezieling die ze missen in deze samenleving - waar volop vanuit het hoofd maar zelden vanuit het hart wordt geleefd.

In Nederland danst een kleine groep vrouwen fanatiek flamenco. Zij oefenen dagelijks voor de spiegel en reizen naar Spanje af om lessen te volgen bij topdanseressen. Bloed, zweet en tranen kost deze gecompliceerde, Spaanse dansvorm hen en toch trekken ze telkens weer hun handgemaakte dansschoenen aan. In flamenco vinden zij duende , de bezieling die ze missen in deze samenleving - waar volop vanuit het hoofd maar zelden vanuit het hart wordt geleefd.

'Welkom op Maartens Spaanse surprise party', schreeuwt een bord. Het feestvarken ('gek van Spanje') staat pontificaal met de rug naar het podium toe, waar zo een flamenco-optreden zal plaatsvinden. De gasten hebben zich, met een Hollands biertje in de hand, veilig aan de rand van de zaal opgesteld; voor het podium gaapt een gat. Als een olievlek. De dj zet het zoveelste U2 nummer in.

Janine Keijzer (36) wacht in haar flamencojurk, een vurige bloem achter haar oor, op maat gemaakte dansschoenen uit Sevilla aan de voeten. Terwijl Bono zijn laatste regels door de boxen knalt, probeert ze het Spaanse gevoel op te roepen, maar zelfs als ze haar ogen dichtdoet, sijpelt de Hollandse nuchterheid naar binnen.

Veertien jaar lang heeft ze elke dag geoefend, les genomen van vermaarde danseressen, gespaard om weer naar Spanje af te reizen (waar de aller besten doceren), zekerheden opgegeven, de liefde laten lopen, bloed zweet en tranen geofferd. Ze wijdde zich aan flamenco, de dansvorm die kunst maakt van het lijden, die de dood in de ogen kijkt, maar ook weet te verleiden en ongeremde vrolijkheid tentoonspreidt. Geen hoofd maar hart. Geen lucht maar aarde. De dans die de zintuigen rechtstreeks raakt. Zien. Voelen. Proeven. Bewegen. Zijn. Even rijk en gecompliceerd als het leven zelf.

En na al die jaren zal Janine optreden voor een gezelschap dat zich niet eens wíl laten raken. Heeft ze het hier voor gedaan? Is dit het waard geweest?

Janine danst en het woordeloze antwoord is ja. Ze vergeet de olievlek vlak voor haar voeten, ze hoort het ongeïnteresseerde geroezemoes niet meer, het klinken van bierglazen, de roep om U2. Zij is ín de Spaanse gitaarmuziek. Ze danst en haar voeten tikken razendsnel, haar handen draaien elegant boven haar hoofd, zwaaien in een flits van een seconde zelfbewust met haar rok. Het flamencobloed kolkt door haar aderen. ¡Olé! Arme flamencogitaristen die door het lawaai zichzelf nauwelijks kunnen horen. Arm feestvarken ook, dat op z'n veertigste verjaardag dit moment niet op waarde weet te schatten. Maar voor Janine kun je enkel blij zijn. Zij danst en geniet. Hier en nu. Dit is waar het om draait. Vanavond voelt ze de blaren niet meer van de afgelopen jaren, vanavond raakt ze de kern. Bezieling. Duende .

«Ik vind dat de huidige samenleving ons afhoudt van de essentie van het bestaan,» zegt Janine enkele weken eerder, terwijl ze haar gezicht naar de schuchtere Nederlandse zon wendt. Ze zit in haar tuin, de enige plek waar ze nog rust weet te vinden; bouwvakkers hebben bezit genomen van haar huis. Geen Spaanse gitaar maar een snerpende boor bereikt de oren. En het is niet de zeskwartsmaat van de flamencozangeres maar het a-ritmische gefluit van de bouwvakkers dat vraagt om een publiek.

«Materie vergaren, succes hebben, carrière maken, druk druk druk. Gaat het daar om?»   vraagt Janine retorisch. «In deze maatschappij kan ik het niet vinden, ik heb enorme moeite om de gebaande paden te volgen. Hier in Nederland is alles zo rationeel, zo afgebakend. Ik mis het natuurlijke leven. In Spanje vind ik dat wel; niet alles beredeneren, gewoon zíjn.»

Het valt Janine zwaar om het hart te volgen terwijl het hoofd vol zit met verbouwingszorgen. De pas geverfde voordeur mag niet in het slot vallen, morgen komt de loodgieter en de stukadoor moet gebeld. Gelukkig heeft ze de flamenco, die haar met de neus op de feiten drukt: weet je nog Janine, waar het om draait in het leven? «Flamenco is primair, spreekt je oergevoelens aan,» zegt ze. «Heel direct, geen fritse-fratsen er omheen. Natuurlijk acteer ik een beetje dat ik de danseres ben als ik het podium op stap, maar daarna moet ik mijzelf laten zien, kom ik tot de essentie. Je kunt niets verbergen, moet de naakte waarheid tonen.»

De beroemde dansers Antonio Gadez en Christina Hayos wisten in 1988 de toen 22-jarige Janine te verleiden tot een flamencoleven. Zij dansten destijds in Carré, deze wegberijders van de moderne flamenco. En Janine danste daarna over straat, zwaaiend met haar rok. Dit is wat ik zoek, dacht ze, al wist ze toen niet eens dat ze op zoek was. Ze nam direct les, danste één, twee, drie keer in de week. Na een aantal jaar trok ze naar Spanje om lessen te volgen bij haar voorbeelden en was ze definitief verkocht. Zo werd de afgestudeerde sociologe tot haar eigen verbazing flamencodanseres.

«Vroeger was ik zweverig, spiritueel,» herinnert zij zich een eerdere versie van zichzelf. «Ik jaagde een droom na, zag het dansen als doel. Ik droomde ervan om als niet-Spaanse heel goed te worden, was bezig met het beeld van De Danseres. Ik flirtte met flamenco. In de loop der jaren ben ik realistischer geworden, ik kon niet eeuwig op die wolk blijven, dat houdt geen mens vol. Ik maak het niet langer romantisch, ben meer geaard. Voor mij is het dansen nu een middel, een prachtig middel om tot mezelf te komen. Het is niet de ultieme waarheid, die zit ook in het genieten van de zon in mijn tuin.»

Om jaloers van te worden. Voor kleine kinderen in Zuid-Spanje is het even logisch om flamenco te dansen als te leren lopen. Daar zie je meisjes van vijf zelfbewust en elegant bewegen in hun klassieke jurk met stippen zodra de gitaar van zich laat horen. Geen wonder dat ze later goed in hun lichaam zitten en het met trots presenteren.

In Spanje laden Nederlandse flamencoliefhebbers zoals Janine zich jaarlijks op. Ze laven zich aan de zang, de muziek en de dans. Uitgeleerd zijn ze nooit, want flamenco kent vele vormen, zoals de Sevillanas (vrolijke volksdans voor paren), Alegrías (vreugdevolle dans), Tangos (sensuele dans) en Sigirillas (dans over de dood). Ze verdiepen zich ook in de achtergrond van flamenco, waarvan de rauwe zang, begeleid door handgeklap of castagnetten, rond 1400 in Andalusië door zigeuners werd ontwikkeld. (Pas later kwamen de gitaar en de dans erbij.) Janine: «Ik les vaak zes weken achter elkaar elke dag. Heel intensief. In het vliegtuig terug lig ik in coma, maar kort daarna voel ik hoeveel energie en inspiratie het me heeft gegeven. Ik móet elk jaar naar Spanje om me op te laden.»

Ooit danste ze een nacht lang met een Spaanse stierenvechter, die haar aankeek alsof ze de stier was die hij elk moment kon doden. Ze draaiden, stampten, hun armen bogen zich boven hun hoofd - en Janine sliep met de stierenvechter zonder hem met een vinger aan te raken. Terug in Nederland keek ze met mededogen naar haar uit de kluiten gewassen mannelijke landgenoten, die de logge gympen nauwelijks van de vloer kregen en de deur zonder pardon in haar gezicht dicht lieten vallen.

Seks. Tijdens een vurige nacht met een minnaar voelt Janine soms iets wat in de buurt komt van het flamencogevoel. Feestvieren in het aangezicht van de dood, zo omschrijven de Spanjaarden zelf hun dansvorm. Zou het toevallig zijn dat een orgasme ook wel 'de kleine dood' wordt genoemd? Janine zwaait gepassioneerd met haar armen. «Flamenco heeft me bewuster gemaakt van mijn seksualiteit. Seks is een normaal, natuurlijk deel van het leven, maar hier wordt het zo gekanaliseerd en weggemoffeld. Terwijl het een belangrijke kracht is die je positief moet aanwenden. Ik vind het zonde dat vrouwen hun seksuele kant hier zo onderdrukken.»

En toch zou ze niet in Spanje willen wonen. Met Nederlandse nuchterheid: «Ik dweep niet met Spanje, dat vind ik overdreven. Ik hoor hier, ben gehecht aan mijn vrienden, mijn familie, mijn huis. Bovendien moet ik het doen met m'n fysieke beperkingen. In Nederland behoor ik tot de tien beste flamencodanseressen, maar in Spanje kom ik er niet tussen. Er is daar maar werk voor een paar toptalenten; een buitenlander krijgt die kans nooit.»

Een doordeweekse avond in de dansstudio. Tien paar flamencoschoenen stampen fanatiek de houten vloer naar de filistijnen. De spiegel weerkaatst de ingespannen gezichten van Janine's gevorderde leerlingen. Aan het eind van het cursusjaar beheersen zij nog maar een fractie van de techniek: het voetenwerk, de armvoering, de palmas (ritmisch klappen). Wie zich werkelijk wil bekwamen, zal nog jaren en jaren intensief moeten oefenen.

Een volle vrouw met flinke rondingen in een zwart-witte bolletjesrok springt eruit: zij maakt net zo goed fouten, maar haar heupen voelen de muziek van de gitarist aan. Flamenco discrimineert niet: dik of dun, groot of klein, oud of jong, de vrouw die de kracht van haar lichaam herkent, kan dansen. In Spanje krijgen beroemde danseressen van in de vijftig niet voor niets nog steeds een staande ovatie: hun levenswijsheid openbaart zich op het podium.

Wanneer Janine met een improvisatie de les besluit, toont zich de Nederlandse geremdheid. Met z'n allen vormen de leerlingen een cirkel en klappen ze met een speciale techniek de maat; wie er klaar voor is, treedt in de kring en improviseert op de muziek. Sommige durven helemaal niet, andere doen een paar beschaamde passen en vluchten dan weer uit het midden. Ze slagen er niet in de muziek te voelen, te dansen zonder gêne; de Hollandse hersenen blijven draaien op volle toeren.

Danseres Lianne Plugers (34), die net als Janine flamencoles geeft, kan zich vinden in deze obervatie. «Tijdens mijn lessen tref ik zoveel mensen met blokkades. Ze hebben geen contact met hun eigen lichaam, komen niet los uit hun hoofd. Ook bij gevorderde Nederlandse danseressen merk ik dat: ze brengen een technisch perfecte dans, maar zijn niet toe aan het gevoel. Je ziet ze nadenken over wat ze doen.»

Lianne danst al dertien jaar flamenco en heeft zichzelf ook lange tijd gefixeerd op de techniek. «Vroeger wilde ik prachtig leren dansen, alles kunnen. Mijn eigen eisen waren zo hoog dat ik er onmogelijk aan kon voldoen. Ik probeerde controle te houden op een dwangmatige manier. Ik was geremd, durfde me niet te laten zien tijdens de repetities met de zanger en de gitarist. Langzaamaan heb ik dat losgelaten.»

Als bevlogen amateur heeft Liesje van den Hurk (30) ook het niveau bereikt waarop ze zich werkelijk in de zang en de muziek kan verliezen. Liesje is stuurvrouw op de kleine handelsvaart, een uitgesproken mannenwereld. De danseres in haar is moeilijk te herkennen; ze beweegt zich hoekig, hult zich in versleten kleren en haar gezicht vertoont geen spoortje make-up. In het dagelijks leven weet ze van aanpakken, maar als ze danst, verschijnt een andere Liesje. Een rok en schoenen met hakken, wie had ooit gedacht dat ze zich daar goed in zou voelen? Flamenco brengt de vrouwelijke kant van Liesje naar boven, wat allerminst wil zeggen dat ze zich als een teer poppetje presenteert. Het is bij uitstek een geëmancipeerde dansvorm, waarin vrouwen hun sterke kant kunnen laten zien. Liesje: «Ik heb veel boosheid in mij en die kan ik kwijt in het dansen. Wanneer ik stamp, moet er ook echt geluid uit komen. Beng-beng-beng. Terwijl ik achteraf denk: was dat nou wel zo mooi? Als ik de Sigirillas, het lied der tranen, met de juiste intentie dans, ben ik na afloop kapot. Een dans van zes minuten!»

Waarom ga ik niet lekker simpel salsadansen? Dat vraagt Liesje zich wel eens af wanneer ze weer uren staat te ploeteren voor de spiegel. Ze weet waarom; het gevecht dat ze levert, brengt haar verder. «Flamenco is een levenswijsheid. Zo veelomvattend! Om het te dansen moet je iets van het leven begrepen hebben. Ik wil het niet zomaar doen maar het echt ervaren. Ervaren dat de gitarist speelt en de zanger zingt. Je kunt wel keurig in de maat dansen, maar als er verder niets inzit, ben je een slechte danseres. De muziek en de zang zijn de kern, zij raken mij diep.» Blij: «Binnenkort sta ik op het podium en ik heb een zangeres gevraagd die vanuit het hart zingt. Zij is mãs mãs mãs flamenco!»

Liesje lest al jaren zo'n drie keer in de week. Alleen als ze aan de wal is, want tijdens het varen heeft ze geen ruimte voor het dansen. Een rimpel verschijnt in haar voorhoofd: «Symbolisch neem ik mijn schoenen mee op reis, maar ik doe ze nooit aan. Ik kijk er alleen naar. Flamenco past niet in die andere wereld. De boot beweegt al, ik raak uit balans als ik dans.» Wanneer zij weer aan land komt, begint de grote worsteling. Het kost haar maanden om het flamencogevoel te hervinden. «Het moment van terugkomen is altijd moeilijk, dan moet ik weer naar mezelf gaan luisteren. Als ik net thuis ben, zweef ik, terwijl je voor flamenco moet aarden.»

Liesje bevindt zich op een tweesprong. Haar liefde voor flamenco gaat zo ver dat ze erover denkt haar andere grote liefde, het varen, in de ijskast te zetten. «Ik kan geen evenwicht vinden, slaag er niet in om dansen en varen met elkaar te verenigen. Ze raken me allebei enorm, maar komen niet samen. Als ik geen keuze maak, blijf ik op de wip zitten. Het zou goed kunnen dat ik komend jaar aan flamenco ga wijden. Ik heb nét dat zetje nodig om naar Spanje te gaan en me erin te storten.»

Lianne en Janine hebben allebei al wel de sprong gewaagd en zich onvoorwaardelijk aan flamenco gewijd. Wat heeft het hun uiteindelijk gebracht? Lianne: «Flamenco heeft me bevrijd. Ik heb zelfvertrouwen en rust gekregen, denk als ik dans niet meer: doe ik het wel goed? Het heeft lang geduurd voor ik er klaar voor was, maar ik kan eindelijk gewoon lekker dansen. Voor mij hoeft het niet meer zo ingewikkeld te zijn. Ik laat het gewoon komen, dan mis ik maar af en toe een stap. Plezier hebben, doorleven, daar gaat het om. Dat geldt ook voor de rest van mijn bestaan. Al maak ik geen onderscheid, voor mij ís flamenco het leven.»

Janine kijkt met verbazing terug op de afgelopen veertien jaar; ze wist niet van zichzelf dat ze zo gedisciplineerd kon zijn. «Wil je iets echt graag dan moet je het met volle inzet en liefde doen,» zegt ze overtuigd. «Wanneer je ergens goed in bent, ontdek je iets essentieels over jezelf en het leven. Dan kom je tot verdieping. Ik heb geleerd om genoeg te hebben aan mezelf. Ik heb veel opgegeven voor flamenco, ben jarenlang zo fanatiek geweest dat ik er geen partner bij kon hebben. Af en toe was het heel eenzaam, maar uiteindelijk is het ergens goed voor geweest. Flamenco heeft me innerlijk geluk gebracht.»

Net als Lianne en Liesje heeft ze een gepassioneerde, stormachtige relatie met flamenco. Het is de liefde van haar leven, maar soms denkt ze erover die de rug toe te keren. Janine: «Dan voel ik haat, denk ik: laat me met rust! Maar we horen bij elkaar. Flamenco is mijn thuis.»


 
 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Marie Claire.

 
Bestel Na Delphine bij Bol.com