voorgoed verhuisd naar australië
"het is alsof je opnieuw geboren wordt"

Aan de andere kant van de wereld. Ver weg van vrienden en familie. Steeds meer Nederlanders, zo blijkt uit cijfers, nemen de dappere stap en verhuizen voorgoed naar de klassieke emigratiebestemming Australië. Wat beweegt hen? Marie Claire reisde af naar het land van zon en ruimte om vier vrouwen te interviewen die er zijn gaan wonen. En ontdekte dat het leven soms lichter wordt in het beloofde land, maar dat de heimwee ook kan knagen.

In het Australische telefoonboek kom je de namen Jansen, Jacobs en De Groot zeker tegen. Gerede kans dat de familie Jansen, Jacobs of De Groot geen woord Nederlands meer spreekt, omdat het om tweede of derde generatie Hollanders gaat, van wie de ouders of grootouders ooit van de polder naar het beloofde land trokken.

Ook in 1950 was Nederland vol. Koningin Juliana spreekt er in de troonrede van dat jaar expliciet over: «Nederland is vol, ten dele overvol». Op dat moment wonen er tien miljoen mensen in Nederland. De regering zette een grootse emigratiecampagne op, waarin ze de bevolking stimuleerde om naar met name Australië en Canada te emigreren. Maar liefst een half miljoen Nederlanders besloten te vertrekken, van wie een groot deel naar Australië.

In 2003 is een verhuizing naar het beloofde land opnieuw actueel; het CBS constateert dat de emigratie van Nederlanders sterk toeneemt. De verklaring zoekt het CBS voornamelijk in de wankele economie. Zogenaamde emigratieconsulenten bevestigen deze tendens: volgens hen kiezen hoogopgeleide werklozen voor klassieke emigratielanden als Australië, Nieuw Zeeland en Canada in de hoop een nieuwe carrière op te bouwen. Klinkt logisch, maar is dat de enige verklaring? Uit een enquête van NRC Handelsblad blijkt dat veel emigranten op zoek waren naar rust en ruimte, en de liefde wordt vaak als hoofdreden van het vertrek opgegeven. Marie Claire zocht vier Nederlandse, geëmigreerde vrouwen op in Australië om uit te vinden wat hen tot deze drastische stap heeft gedreven.

(kader)

Vitrage voor de Australische ramen

In de jaren '50, ten tijde van de grote emigratiegolf naar Australië, gaf het Rijksaanmeldingskantoor voor Emigratie een speciaal boekje uit om 'de emigrantenvrouw' voor te bereiden op het leven in den verre. Zo weet ze tenminste hoe ze haar huis in moet richten: 'De meubels, evenals de gordijnen en tapijten, zijn over het algemeen vrolijk van tint. De meeste Australiërs houden van moderne meubelen', aldus het boekje.

Vitrage blijkt de Australiër niet te kennen, maar dat mag zeker geen belemmering zijn om de geliefde Hollandse draperieën thuis te laten: 'De Australische vrouw is wel eens jaloers op de vitrage die de Nederlandse vrouwen meebrengen. U moet dus echt Uw vitrage, wanneer die nog in goede conditie is, niet in Nederland laten hangen (...) U kunt ze rustig ophangen, want de Australiër vindt ze heus wel mooi'.

Voor de emigrante die zich afvraagt wat de schoonmaakregels zijn in het land van bestemming komt de volgende tip als geroepen: 'U hoort nooit 'kleden kloppen' zoals in Nederland', informeert het boekje. 'Wel worden de kleine kleedjes over de waslijn gehangen en met een veger uitgeklopt. Een matteklopper, die in Australië niet te krijgen is, komt dus goed van pas'.

De rolverdeling was duidelijk in die tijd: de man gaat uit werken, de vrouw doet het huishouden en zorgt voor de versnaperingen. Maar welke? Gelukkig weet het Emigratiekantoor raad: 'In de loop van de ochtend wordt een kop thee of koffie gedronken. Als Uw man spoorwegarbeider of wegwerker zou zijn, dan krijgt hij evenals zijn medearbeiders z.g. billytea'.

De emigratievrouw die haar koffers pakt voor de grote verhuizing, wordt geadviseerd om de nadruk op voorjaars- en zomerkleding te leggen, in verband met het warme weer overzee. Maar: 'Als u voor uw vertrek nog iets nieuws wilt kopen, is het verstandig een 'klassiek' mantelpak aan te schaffen, omdat dit niet zo aan mode onderhevig is'.

Patricia Evers (37) * emigreerde tien jaar geleden naar Australië * woont in Sydney * organiseert evenementen in Australië voor Nederlanders

«In Australië ben ik uniek. Door mijn lengte en m'n blonde haar val ik op. Leuk vind ik dat, ik houd ervan om haantje de voorste te zijn. Daarvan krijg ik de energie om dingen te doen. In Nederland was ik gewoon; ik kreeg vaak de vraag of ik een zus was van iemand.

Ik wil het gevoel hebben dat ik een steentje kan bijdragen. Van die hoge gebouwen in Sydney krijg ik adrenaline, 't geeft me de buzz . Het beste wat ik ooit gedaan heb is m'n eigen bedrijf beginnen - in Nederland was ik daar nooit toe gekomen. Met mijn carrière gaat 't snel, dit is de ideale stad voor business én vertier. Ik stort me helemaal op m'n werk, maar doe daarnaast ook veel. Als ik om zes, zeven uur vrij ben, wil ik niet met mijn voeten op de bank. Nee, dan ga ik met een picknickmand op het strand zitten tot middernacht. Lekker skinnydippen .

Ik heb nooit van sokken en jassen gehouden. Vroeger liep ik al met blote voeten in mijn gymschoenen, ik héb niet eens sokken. Dit klimaat past bij mij, de zon schijnt altijd. Ik voel me hier thuis. Ik voel me ook niet Nederlands, al schijn ik het aan alle kanten uit te stralen. Recht voor z'n raap, dat ben ik. Australiërs appreciëren dat wel, al zeggen de mannen: ' Watch out, Patricia is here !'.

Het was best moeilijk om ertussen te komen. Wat je voelt, wat je denkt, daar wordt niet snel naar gevraagd. ' How are you?' 'Fine, and you? ' Tot ziens, dan is het voorbij. Australiërs praten niet zo snel over persoonlijke dingen, ze zijn veel oppervlakkiger dan Nederlanders. Toen ik laatst een Nederlandse vrouw ontmoette, had ik het met haar binnen een half uur weer over voorbehoedmiddelen.

Tien jaar geleden wilden m'n ouders me een retourticket cadeau doen, zodat ik een reis kon gaan maken. Tot hun schrik nam ik een one way ticket naar Australië. Ik ben er geboren en wist niks van het land. Curiosity kills . Eerst ben ik gaan rondreizen in een busje om wat van het land te zien; Australië staat tenslotte bekend om z'n flora en fauna. Daarna ben ik in Sydney gaan wonen. Ik wilde het een jaar proberen, anders kon ik altijd nog terug naar Nederland.

Ik vond het meteen het einde, ook omdat het mijn geboortestad was. Ik heb de Australische buren opgezocht waar het ooit begonnen is; ik woonde naast ze toen ik een baby was en de buurvrouw heeft mijn luiers nog verschoond. Inmiddels ben ik met mijn oude buurjongen getrouwd. We hadden meteen een connectie, gingen van het eerste uur met elkaar om of we broer en zus waren. Het heeft zo moeten zijn. Toen ik acht maanden zwanger was, zijn we getrouwd. Hij heeft mijn Nederlandse naam: Evers.»

Marlies van Soest (38) * emigreerde vier jaar geleden naar Australië * woont in Ermington, New South Wales * werkt anderhalve dag per week als website-beheerder bij een bedrijf

«Toen ik aan mijn moeder vertelde dat ik een man had ontmoet, zei ik erbij: 'Maar mam, hij woont niet om de hoek'. Bezorgd vroeg ze: 'België?'

Eerlijk gezegd was mijn leven af in Nederland. Ik had een koophuis, een leuke baan, een grote vriendenkring en een fijne familie. Toen ik Joost ontmoette, was ik meteen helemaal verliefd en hij ook. Ik was 34, wist wat ik wilde. Hij bleek op vakantie te zijn in Nederland. Hij was naar Australië verhuisd en had net zijn permanente verblijfsvergunning gekregen, dus ik wist vanaf het begin dat hij niet terug naar Nederland zou komen. Anderhalf jaar later waren we getrouwd en weer negen maanden later werd onze zoon geboren.

Zeker in het begin vond ik het fantastisch in Australië. Joost kon in die tijd vaak vrij nemen. Met een uurtje rijden waren we in de middle of nowhere . Lekker kamperen, kampvuurtje maken, barbecuen. Door het mooie weer is het leven lichter, relaxter. Deze maatschappij is minder materialistisch, minder op uiterlijk gericht. Er wordt niet gekeken naar wat je aan hebt; op zaterdagochtend ga ik rustig croissants halen met m'n slaap-T-shirt en m'n joggingbroek nog aan. Niemand die het ziet. Maar ze zien het ook niet als je er mooi uitziet.

Eerlijk gezegd vind ik het hard om te ervaren dat de meeste vriendinnen uit Nederland niet langskomen. Ze waren belangrijk in mijn leven en nu heeft niemand meer tijd. Krijg ik zo'n mailtje: 'Ik schrijf nu even snel, binnenkort stuur ik je een lange brief'. Die brief komt vervolgens niet. Mijn vriendenkring was klaar en nu moet ik weer helemaal opnieuw beginnen. Ik ken hier leuke vrouwen, maar ze zullen me niet bellen. Alles komt van mij. Tot nu toe gaat het niet diep. Het zal wel veranderen als Abel naar school gaat. Dan krijg ik meer contact met andere moeders, denk ik.

Werken doe ik puur voor het geld. Ik had een leuke baan maar die moest ik opgeven toen ik zwanger werd. Zwangerschapsverlof bestaat hier niet en de werkgever is pas verplicht je terug te nemen als je ergens een jaar hebt gewerkt. Dat jaar haalde ik net niet. Na de geboorte van Abel ben ik echt op zoek gegaan naar een interessante baan. Wel driehonderd brieven heb ik verstuurd, ik ben best ambitieus. Wij Nederlanders zijn erg recht voor z'n raap, daar ben ik tegenaan gelopen. Je zegt hier nooit zomaar 'nee', maar ' maybe '. Tijdens sollicitatiegesprekken probeerde ik zeker over te komen, maar dat werd opgevat als arrogantie. Australiërs zijn veel gewoner. Bewijs je eerst maar, vinden ze. Inmiddels ben ik zo ver dat ik denk: ik ga iets voor mezelf beginnen.

Ik mis m'n vrienden en familie. Nu ik zwanger ben van de tweede en onder de hormonen zit, is de heimwee erger. Tot het dramatische aan toe, dat ik denk: ik moet terug. Mijn man krijg ik waarschijnlijk niet meer naar Nederland, hij is een echte aussie geworden. Toch zeg ik tegen mezelf dat het niet voor eeuwig is. Om het makkelijker te maken.»

Suzanne van Dijk (33) * emigreerde vier jaar geleden naar Australië * woont in Sydney * werkt als personal assistent

«Emigreren is als opnieuw geboren worden. Alles ligt open, je kunt nogmaals kiezen hoe je je leven wilt inrichten. Moeilijk maar ook mooi om mee te maken. In het begin had ik een jetlag die dieper ging dan die lange vliegreis. Er kwam zoveel op me af. M'n zoontje had 't ook, we waren helemaal in een roes.

In Nederland ben ik vijf jaar lang alleenstaande moeder geweest. Zielig was ik absoluut niet; ik had een leuke baan, een mooi huis, goede vrienden. Met mijn oude jeugdliefde René had ik altijd contact gehouden, ook nadat hij naar Australië verhuisde. Toen hij voor een vakantie in Nederland was, hadden we het zo leuk dat hij me vroeg naar Sydney te komen. Ik was overdonderd, maar besloot een vakantie te boeken - voor het eerst zonder m'n zoontje.

Ik ben er in mijn eentje op uit gegaan om de sfeer te proeven, om te kijken of ik in Sydney zou kunnen leven. De drukte, het multiculturele deden me aan Amsterdam denken. Die gelijkenis met m'n eigen land was voor mij belangrijk om me thuis te kunnen voelen. Tegen het eind van m'n vakantie vroeg René me ten huwelijk en ik zei meteen ja.

Het eerste jaar dat ik hier woonde, had ik verschrikkelijke heimwee, omdat ik het gevoel had dat ik mezelf niet kon uiten. In Nederland was ik altijd degene die aan het woord was en nu liep ik te hakkelen met m'n school-Engels. Diepzinnige gesprekken voeren lukte niet; ik kwam vaak niet op het woord, dacht dan: laat maar zitten. Ik zat er stilletjes bij, kon niet laten zien wie ik was.

In m'n carrière heb ik ook een stap terug moeten doen. Ik ben helemaal onderaan begonnen, stond in het begin te kopiëren voor m'n collega's. Alles pakte ik aan en dat werd gewaardeerd; ik heb me opgewerkt tot personal assistant van vijf managers.

Ik heb altijd geweten dat ik niet in Nederland zou blijven. Met Australië had ik al een binding zonder er geweest te zijn. Ik houd van de uitgestrektheid, de natuur. Er is zoveel ruimte, hier kan ik ademen. Ik voel me heerlijk, kan me niet indenken dat ik ooit terug verhuis naar Nederland. Toch blijf ik Nederlander in hart en nieren. Ik ben er geboren, opgegroeid en dat gevoel wordt alleen maar sterker als je verder weg bent. Ik zal nooit de Australische nationaliteit aannemen, ben er nu juist extra trots op dat ik Nederlander ben.

Ik ben blij dat ik het heb aangedurfd om te emigreren. Mijn leven is behoorlijk veranderd. M'n artistieke kant is versterkt doordat ik meer tijd en rust heb. Ik ben aan het schilderen, lees veel. Ik heb meer mensenkennis gekregen, ben heel zelfstandig geworden. Het is een grote sprong geweest in mijn persoonlijke ontwikkeling. Als ik dit kan, kan ik alles!»

Suzan van de Kerk (32) * emigreerde vier jaar geleden naar Australië * woont in Sydney * werkt als human resource manager bij een groot bedrijf

«Maandag heb ik m'n gymklasje. Dinsdagochtend ga ik met een groepje van het werk hardlopen, touch football spelen en basketballen. Woensdag heb ik yoga. Donderdag heb ik weer m'n gymclubje. Vrijdag zwem ik. In het weekend ga ik fietsen, zeilen en - in de winter - skiën.

Meer dan twee keer per week sporten? In Nederland had ik mezelf voor gek verklaard. Hier is het normaal, Australiërs zijn erg sportief. Ik houd van de ruimte, het water. Als ik hardloop, zit ik tenminste niet tussen de gebouwen; in Amsterdam had ik het na zes rondjes Vondelpark wel gehad.

Na vier jaar heb ik nog steeds een vakantiegevoel. Ik heb net weer een weekend doorgebracht in een tentje, met een kampvuur. Ik denk dat ik een Australiër aan het worden ben. Het land biedt alles wat mijn man en ik leuk vinden, 't past bij onze levensstijl: sporten, buiten zijn, goed eten. Ik ben hier heel gelukkig.

Heimwee heb ik steeds minder. Ik mis de cultuur: goede musea, oude marktpleintjes, maar dat probeer ik één à twee keer per jaar in Europa op te snuiven. Afstand is relatief; als het moet, ben ik binnen dertig uur in Nederland. Ik heb vrienden verloren, maar ik bouw ook nieuwe vriendschappen op. Ik ga voornamelijk met Nederlanders om en probeer nu meer banden met Australiërs aan te gaan. Sinds ik aan een MBA studie ben begonnen, heb ik twee goede Australische vriendinnetjes gekregen.

Ik heb hier een carrièreswitch gemaakt - ben begonnen als fiscalist, maar dat vond ik eigenlijk heel saai. Bij het bedrijf waar ik nu werk, voel ik me op m'n plek. In het begin had ik het gevoel dat ik als buitenlander twee keer zo hard moest werken, ik moest me erg bewijzen. Nu vertrouwen m'n collega's erop dat ik het kan; ik heb inmiddels promotie gemaakt.

Australië haalt het beste in me naar boven. In Nederland was ik gehaast en zat ik veel binnen. Ik nam minder de tijd om te genieten. Dit land maakt het zo gemakkelijk om te ontspannen, je hoeft er niet veel voor te doen. Ik zit zó 's avonds na het werk met een fles wijn op het strand. Ik ben relaxter geworden. No worries ; als het maar genoeg tegen je wordt gezegd ga je dat ook echt geloven. Ik laat m'n humeur niet verpesten door rode stoplichten, ben minder geïrriteerd door de kleine dingen van het leven. Als de big picture oké is, komt de rest ook wel goed. Ik merk dat ik dit land sterk begin te zien als een thuisbasis, terwijl ik dat niet van mezelf verwacht had. Ik zie mezelf hier wel oud worden.»


 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Marie Claire.