![]() |
huiselijk geweld
Jarenlang is de omvang en ernst van huiselijk geweld zwaar onderschat. Voornamelijk vrouwen zijn het slachtoffer. Zij worden vaak jaren achtereen mishandeld door hun (ex)vriend. De politiek, politie en justitie beginnen het probleem eindelijk serieus te nemen. Slachtoffers zitten klem, zoals blijkt uit het verhaal van Diana en Hanneke: «Het voelt alsof ik in een sekte heb geleefd.» Diana Lindeman (35) is een stoere vrouw. Klein maar gespierd, grote ogen die je onverschrokken aankijken. Ze sport veel, maakt balletchoreografieën. In een grote, oude bak rijdt ze door de stad. Haar huis is rommelig; ze heeft wel wat beters te doen dan opruimen. Ze werkt als manager bij een groot bedrijf. «Ik ben graag op mezelf,» zegt ze. «Ik ben altijd zelfstandig geweest.» Diana oogt niet als een slachtoffer en zo heeft ze zichzelf ook nooit gezien: «Als ik op tv mishandelde vrouwen zag, dacht ik: bij de eerste klap ben ik weg.» Maar toen de eerste klap kwam, bleef ze. Ze kende Tom al een tijd voor ze wat met hem kreeg. Een grote, dikke teddybeer met blosjes op zijn wangen. Geen macho, eerder een trouwe huisvriend. Tom woonde in een verzorgde flat, was tevreden met zijn werk: hij leek een man die z'n leven op orde had. Hij verklaarde Diana de liefde, noemde haar de vrouw van z'n leven. Al vrij snel raakte ze zwanger. Hij deed boodschappen, kookte, liet het bad voor haar vollopen en ontstak de kaarsjes. De ideale man? Daar leek het op. Tot Diana ontdekte dat hij zware schulden had en ze hem daarmee confronteerde. «Hij werd enorm boos, zei dat ik niks gewend was. Hij ging zo vreselijk tekeer dat ik op het punt heb gestaan om radicaal te breken. Uiteindelijk dacht ik: laten we er het beste van maken. Ik was zeven maanden zwanger, we kregen samen een kind. Omdat er zulke schulden waren, besloot ik om bij hem in te trekken - dat scheelde in huur. Wat een dieptepunt, toen ik de deur van mijn huis voorgoed dichtdeed. Ik heb nog nooit zo gehuild. Achteraf gezien voorvoelde ik dat die beslissing fataal was.» Toen ze samenwoonde met Tom werd de stemming grimmiger. Hij belde haar elk uur om te controleren waar ze uithing en als ze te lang wegbleef met de boodschappen werd hij achterdochtig. Hij vond altijd wel een reden om ruzie te maken. Als ze kookte, werd hij woedend omdat er geen paprika in het gerecht zat. En als ze de volgende keer paprika gebruikte, miste hij de champignons. Zette ze lelies neer dan vond hij dat grafbloemen, maar rozen konden z'n goedkeuring ook niet wegdragen. Wanneer ze thuis kwam met enthousiaste verhalen reageerde hij smalend. Hij wilde niet dat ze vriendinnen thuis uitnodigde en ze mocht niets van zichzelf aan de muur hangen. Het was of ze er niet mocht zijn. Diana gaf hem stevig weerwoord, ging in het begin de strijd volop aan. Maar langzaamaan raakte ze moe gestreden, kwam hij in haar systeem te zitten. Van haar temperament en enthousiasme was weinig meer over, ze veranderde in een verschrikt vogeltje. Bij elke handeling hoorde ze op de achtergrond zijn kritische commentaar. En dus deed ze op den duur alles rennend, voortdurend bezig Tom niet te ontrieven. Ze voelde zich afhankelijk nu ze zwanger was, wilde koste wat kost dat de relatie zou slagen omdat ze haar kind een vader gunde. Diana: «Ik had m'n werk, m'n vriendinnen. Ik dacht: zo lang ik m'n eigen leven leid, kan ik het redden. Maar mijn creativiteit verdween, ik kon geen dansen meer maken. Een deel van mij ging dood.» Het zou de zaak vereenvoudigen als Tom een klassieke, foute man was. De werkelijkheid is weerbarstiger. Hij stond aan Diana's zijde toen ze beviel van Martijn, was blij met het kind, zorgde er goed voor. Bij vlagen kon hij lief voor haar zijn. Tot de dag na haar verjaardag, een half jaar na de geboorte van Martijn. Toen hij 's avonds laat dronken thuis kwam, maakte Diana een kritische opmerking. Tom ontstak in woede, vloog haar naar de keel. Hij lag bovenop haar en probeerde haar te wurgen. Diana: «Ik ben gespierd en kan goed vechten, maar dit kon ik niet winnen. Ik heb hem als een beest meegemaakt, het had niets meer met een mens te maken. Tegen een beest ben je niet opgewassen, hoe sterk je ook bent. Hij heeft geprobeerd me te vermoorden. Ik dacht dat ik het niet zou redden.» Diana wist onder hem uit te komen, al kan ze zich niet meer herinneren hoe. Ze vermoedt dat Tom daarna in slaap is gevallen. De schaamte volgde. Haar kaak was ontzet, haar hals helemaal blauw en ze kon nauwelijks slikken. Diana durfde niet naar buiten, laat staan naar de dokter. In klassieke vermomming ging ze naar het werk: coltrui en sjaaltje, om de kwetsuren te verbergen. Tom? Die deed boodschappen, haalde bloemen en liet het bad andermaal vollopen. Diana dacht dat het geweld eenmalig was, maar de mishandelingen gingen door. «Hij trapte me keihard in m'n buik waar Martijn bij was. Of hij sloeg me in m'n gezicht - ik heb nu nog steeds pijn aan m'n neus. Hij heeft me ook een keer op straat gezet in de vrieskou. Ik snap dat mensen denken: hoe heeft jou dat kunnen overkomen? Van buitenaf is het makkelijk om te zeggen: 'Ga toch weg bij die vent'. Maar je wordt compleet murw. Ik zat vast, kon niet meer helder denken. Eerst heeft hij me geestelijk verzwakt, toen lichamelijk. Op het laatst kón ik niet meer.» Hoe extreem het ook lijkt, Diana's verhaal is zeker niet uitzonderlijk. Huiselijk geweld komt schrikbarend veel voor. Veertig procent van alle Nederlanders krijgt te maken met geweld achter de voordeur; tien procent daarvan is wekelijks de klos. De meeste slachtoffers zijn vrouwen. Om het concreet te maken: één op de tien vrouwen (tussen de 20 en 60 jaar) wordt ernstig mishandeld door haar partner. Vrouwen worden gemiddeld twintig keer mishandeld voor ze aangifte doen. Maar liefst één op de vijf aangiftes valt onder huiselijk geweld. Bij eenderde van deze aangiftes is sprake van zware mishandeling; vaak gaat het zelfs om pogingen tot moord en doodslag. En dan te bedenken dat slechts twaalf procent van de mishandelde vrouwen in contact komt met de politie (de helft daarvan doet uiteindelijk ook aangifte). Het werkelijke aantal (vaak verborgen) slachtoffers ligt dus veel en veel hoger. Naar schatting worden in Nederland jaarlijks 200.000 vrouwen thuis mishandeld, van wie circa 50.000 vrouwen ernstig. Jarenlang is het aantal slachtoffers onderschat. Criminoloog Balthazar Beke deed onderzoek naar deze vorm van mishandeling. Met een collega schreef hij de studie De vele gezichten van huiselijk geweld . «De maatschappelijke verontwaardiging is groot over zogenaamd zinloos geweld,» zegt hij. «Maar voor huiselijk geweld is weinig aandacht, terwijl het vaak om zware mishandeling gaat. Vrouwen zijn over het algemeen jarenlang slachtoffer van dit geweld. Hun kinderen zijn getuigen, met alle gevolgen van dien.» Het is moeilijk om werkelijk te begrijpen waarom een vrouw bij een man blijft die haar mishandelt. Slachtoffers zijn volgens de onderzoeker geneigd om het geweld los te zien van de persoon: het is geen rotzak, maar z'n handen zitten af en toe los. Beke: «Huiselijk geweld moet je niet zien als een rariteit, maar als een uitwas van wat er in normale relaties gebeurt. Het komt zeker niet alleen in lage sociale milieus voor. Wel is het zo dat geëmancipeerde vrouwen minder afhankelijk zijn van hun man. Een vrouw die financieel voor zichzelf kan zorgen en een eigen netwerk heeft, maakt minder kans op langdurig huiselijk geweld. Maar onderschat de subtielere vormen van geweld niet. Het gaat ook om psychische mishandeling. Ik denk dat dat hoogopgeleide vrouwen veel vaker overkomt. En dat zij nog minder geneigd zijn om aangifte te doen.» Hanneke Keizer (40) is daar een voorbeeld van: zij werd psychisch zwaar mishandeld door haar man Rob. Hij sloeg haar niet, hun drie kinderen wel - om haar te raken. In de loop der jaren wist hij haar van familie en vrienden te isoleren; hij deed zo naar dat ze vanzelf wegbleven. Net als de vriend van Diana was Rob bezitterig en had hij overal kritiek op. Langzaamaan werd het leven van Hanneke tot een hel. Ze krijgt er nog altijd tranen van in haar ogen: «Als we wisten dat hij thuis zou komen werden we allemaal nerveus. Een tas die niet opgehangen was, een jas die niet aan het juiste haakje hing; er hoefde maar iets mis te zijn of hij ging door het lint. Hij commandeerde ons en hield ons voortdurend in de gaten. De televisie stond altijd aan, op voetbal. We moesten van hem onze mond houden. Als wij met elkaar probeerden te praten, deed hij de tv harder. Dat de kinderen en ik een goede band hadden, kon hij niet uitstaan. Ik denk dat hij ze daarom is gaan grijpen, hij sloeg ze om het minste of geringste. Ik probeerde hem af te leiden, zodat z'n agressie zich op mij zou richten. Elke keer als hij me uitschold, voelde het alsof ik werd geslagen. Hij noemde me geen Hanneke, maar trut. Vuile trut.» Deze geestelijke mishandeling duurde jaren. Toen Rob een paar jaar geleden in de WAO kwam en hele dagen thuis zat, was het leed niet meer te overzien. Hanneke: «Ik dacht: m'n leven is over, ik ga dood. Hij volgde me overal. Als ik de kinderen naar school bracht, mocht ik niet met de andere moeders praten. Werd er voor me gebeld, dan moest ik onmiddellijk ophangen. 's Nachts keek hij seksfilms en daarna wilde hij dat met mij doen. Hij hield me de hele nacht wakker, zei: 'Als ik geen orgasme heb, heb ik geen rust, dus dan verdien jij ook geen rust'. Ik moest almaar met hem naar bed. Ik werd misselijk van hem, hing overgevend boven de wc. Maar als ik weigerde, mepte hij de volgende dag de kinderen in elkaar. Ik was alleen maar bezig met overleven. Hoe kom ik deze dag door? Hoe kom ik morgen heelhuids m'n bed uit?» Bij Hanneke thuis liep het zo uit de hand dat ze op het laatst met de kinderen op zolder woonde, doodsbang. 's Nachts lagen ze met z'n vieren in bed, te wachten op wat ging komen. Aan z'n hoest hoorden ze waar Rob zich bevond. Elk moment kon hij binnenstormen, de lichten aandoen, één van hen uit bed trekken. Een jaar geleden had Hanneke de moed om te vluchten: «Hij had mij nog nooit geslagen, maar ik voelde dat het mijn dood kon worden, of die van m'n oudste zoon. Een van ons ging dit niet overleven. Toen hij met de brommerketting van m'n zoon voor ons stond, heb ik gezegd: 'Jassen aan en wegwezen'. Op het politiebureau ging ik van uitputting onderuit. De politieagente zei dat we zo snel mogelijk weg moesten. Doodsbang ben ik naar huis gegaan om spullen te halen. Ik heb de kinderen een vuilniszak gegeven en gezegd: 'Pak in wat je dierbaar is'. Rob hield ik op afstand door met de politie te dreigen. Ik vond het zo laf van mezelf dat ik al die jaren niets had gedaan. Ik stond op scherp en wist: nu moet ik mijn verantwoordelijkheid nemen. Zo kon ik niet meer door. Ik was 39, ik had nog een stuk te gaan.» Zoals alle mishandelde vrouwen worstelt Hanneke met de vraag: hoe heb ik het kunnen laten gebeuren? «Ik wist niet meer wie ik was. Ik had geen idee meer van waarden en normen, het abnormale werd normaal. Het was mijn werkelijkheid en die verdedigde ik. Het voelt alsof ik in een sekte heb geleefd, ik ben totaal gebrainwashed . Ik voel me zo schuldig, heb zo'n spijt. Wat heb ik m'n kinderen aangedaan? Wat had ik kunnen maken van m'n leven?» Negentien jaar heeft de mishandeling geduurd en niemand greep in, terwijl achteraf bleek dat veel kennissen wisten wat er aan de hand was. Hanneke: «De buurman zei: 'Zoals die man je behandelde, zo ga je nog niet met een hond om'. Hij heeft nooit een poot uitgestoken.» De Hollandse houding: wat achter de voordeur gebeurt, is privé. Het zou onbehoorlijk zijn je in andermans zaken te mengen. Ook door de politie wordt huiselijk geweld nog vaak gezien als een relatieprobleem, in plaats van een strafbaar feit - al komt daar gelukkig verandering in. Onderzoeker Beke: «Het slachtoffer heeft vaak een ambivalente houding tegenover de dader, dat maakt het lastig. Agenten worden bij een incident geroepen en krijgen vervolgens ruzie met de vrouw, die overduidelijk bont en blauw is geslagen. Zij zegt dat ze zich er niet mee moeten bemoeien en de politie denkt vervolgens: ze wil het zelf, dus ze zoekt het maar uit. Terwijl slachtoffers in de situatie gevangen zitten. Vrouwen denken dat ze de mishandelingen verdiend hebben. Ze zien geen uitweg meer, kunnen niet meer denken zoals 'normale' mensen. De politie ziet dat angstwekkende mechanisme niet.» Sinds ruim twee jaar heeft de vervolging van daders prioriteit bij politie en justitie. Diana heeft geen aangifte gedaan tegen Tom: «Hij is toch de vader van mijn kind.» Hanneke aarzelt nog; omdat ze niet aantoonbaar is mishandeld zal de zedenpolitie een langdurig onderzoek moeten doen naar verkrachting binnen het huwelijk, waarbij ook familie en kinderen tot in de detail worden gehoord. Ze weet niet of ze dit aankan. Slachtoffers worden vaak van het kastje naar de muur gestuurd, terwijl het al moeilijk genoeg is om met hun verhaal naar buiten te komen. Diana trok in eerste instantie aan de bel bij haar huisarts. Die dacht dat het allemaal wel mee zou vallen. Een volgende huisarts kreeg tranen in zijn ogen. «Diana, wat ben je sterk,» verzuchtte hij. Maar hij wist verder ook niet wat hij moest doen. Toen ze midden in de nacht naar het politiebureau vluchtte in een hemdje, haar zoontje in luier op de arm, lieten agenten haar aan de balie wachten. In het openbaar vroegen ze wat er gebeurd was; een kennis van Diana bleek pal naast haar te staan. Vervolgens werd ze doorverwezen naar de wachtruimte: ze moest gewoon op haar beurt wachten. De enige die haar goed opving, was een vrouwelijke politieagent. Maandenlang logeerde Diana bij vrienden en familie - naar een opvanghuis wilde ze niet. Een urgentieverklaring werd haar geweigerd; pas na een jaar vond ze op eigen houtje een huis. Hanneke heeft soortgelijke ervaringen. Ook zij trof een onwetende huisarts die haar een telefoonnummer gaf van een opvanghuis; het nummer bleek niet meer te bestaan. Pas maanden later kreeg ze via het maatschappelijk werk een lijst in handen met telefoonnummers van opvanghuizen. Uiteindelijk kon ze in een zogenaamd Fiom-huis terecht. Toen Hanneke en Diana eenmaal de juiste hulpverleners troffen, kregen ze goede, professionele ondersteuning. De weg er naartoe was lang en zwaar. Beiden hadden ze veel steun aan een praatgroep van de stichting Geweld achter de voordeur. Diana: «Je ziet de politie denken: 'Volgende week zit ze toch weer bij die vent'. Ik kreeg continu het gevoel dat ik niet serieus werd genomen. Ik vond de hulpverlening bar en boos. Als ik linea recta naar een praatgroep was gestuurd, had ik eerder de stap genomen om weg te gaan. In die groep kreeg ik voor het eerst het gevoel dat ik werd begrepen, dat ik erkenning kreeg. Ik heb daar zo veel kracht uit geput.» De subsidie voor deze praatgroep is inmiddels gestopt. Met Hanneke en Diana gaat het nu redelijk, al zullen de littekens blijven. Hanneke woont sinds een paar maanden weer met haar kinderen in het oude huis, nadat Rob eruit is gezet door de politie. Ze is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure, haar ex werkt haar waar mogelijk tegen. Diana heeft nog contact met Tom; hij zorgt twee keer per week voor Martijn en dat gaat goed. In het huis van Diana en Martijn bloeien haar lievelingsbloemen uitbundig. Het zijn lelies. Bronnen: TransAct, Netwerk Huiselijk Geweld, de Volkskrant, Trouw, het Parool, NRC Handelsblad, De vele gezichten van huiselijk geweld door B. Beke en M. Bottenberg (uitgeverij SWP) (kader) Aandacht van de politiek Steeds meer (vrouwelijke) politici vragen aandacht voor de aanpak van huiselijk geweld. VVD kamerlid Ayaan Hirsi Ali diende vorig jaar een motie in waarin zij speciaal pleit voor allochtone slachtoffers. Twee op de drie vrouwen die om hulp vragen zijn van allochtone afkomst. Samen met hulporganisaties presenteerde GroenLinks kamerlid Evelien Tonkens eind vorig jaar een plan ter bestrijding van geweld tegen vrouwen. Zij stellen dat de hulpverlening in Nederland achterblijft. De opvanghuizen zitten vol en hebben te weinig budget. Noodopvang is niet genoeg. Veel mishandelde vrouwen blijven bij hun partner en voor die groep is nauwelijks hulp, net als voor hun kinderen. Slachtoffers en daders hebben begeleiding nodig om geweldsexplosies in de toekomst waar mogelijk te voorkomen. In een aantal plaatsen wordt daders hulp geboden. Volgens expertisecentrum TransAct heeft slechts zo'n twintig procent van de gemeentes een actief beleid voor geweld achter de voordeur. Lisette van Gurp, adviseur bij TransAct: «Politie en justitie trekken er behoorlijk hard aan, maar de hulpverlening schiet tekort. Hulpverleners grijpen pas in als er aangifte wordt gedaan, dat is veel te laat. Instanties werken bovendien langs elkaar heen. Centrale, regionale meldpunten voor huiselijk geweld zijn er nog maar mondjesmaat. Er moet dus nog veel gebeuren.» De namen van Hanneke Keizer, Diana Lindeman, haar zoon en de echtgenoten zijn gefingeerd. |
© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl |
|