De nieuwe Siska Mulder - Na Delphine

Op zoek naar nieuwe idealen

O nee, niet wéér die normen en waarden. Prekerige mannen in pak: shut up! Tijd voor een tegengeluid. Marie Claire gaat op zoek naar nieuwe idealen en klopt aan bij drie inspirerende, vrouwelijke denkers.

Voor de Balkenendes van Nederland is het de mayonaise op de patat; kwistig klodderen ze in het rond met 'het gebrek aan normen en waarden', een versleten term die de neus uitkomt. Zelf kijken de heren er trouwens ook bij of ze iets te vet gegeten hebben en tijdens het verteren van die zware kost vergeten zijn wat puur of echt is. Hoe moeten vrouwen van rond de dertig zich aangesproken voelen door de mannelijke, oudere politici in pak die vertellen wat Nederland nodig heeft? Dit gaat niet over ons, hier is een andere generatie en een andere sekse aan het woord die ons al veel te lang verteld heeft wat we doen en laten moeten. Terwijl oudere heren het publieke debat overheersen, blijven wij grotendeels onzichtbaar en het is hoog tijd dat dat verandert.
Want we hebben er wel degelijk wat over te zeggen; steeds meer weldenkende vrouwen komen tot de conclusie dat het najagen van een op jezelf gericht, materialistisch modelbestaan op den duur geen bevrediging geeft en dat ze zo niet langer willen leven.
Dit gevoel van onvrede en onbehagen lijkt voor een belangrijk deel voort te komen uit doorgeslagen individualisme en materialisme. Het is algemeen geaccepteerd om assertief te reageren, voor jezelf op te komen, te doen wat je zelf wilt, of zoals tv-presentatrice Sonja Silva onlangs trots riep op de voorkant van Viva: «Ik heb echt schijt aan alles!» Individualisme ten top; het nastreven van je eigen geluk is het hoogste goed geworden. En wat betekent dat geluk? Je moet er elk jaar financieel op vooruit gaan (anders ben je een sukkel), als een komeet carrière maken, Prada aan je voeten hebben en aan je arm (de tas dan), een aantrekkelijke verloofde vinden, twee bloedjes van kinderen baren, elke vijf jaar verhuizen tot je het jaren dertig huis met glas-in-loodschuifdeuren hebt veroverd dat geheel ge-jandesbouvried zo de woonbladen in kan en met een grote groep vrienden aan de 'leeftafel' dineren (zelf gedraaide pasta en eigenhandig gestoomde tomaatjes). Maar voor wie eigenlijk? Voor jezelf? Wat heb je daar dan aan, behalve dat je geslaagd bent in de ogen van anderen? Doe je het wel echt voor jezelf, of eigenlijk voor die ander? En wie zijn die anderen dan?
Prachtig hoor, dat we het hedonisme hebben omarmd; we hoeven zeker niet terug naar dat verzuurde calvinisme waarbij plezier maken een doodzonde was. Maar enkel leven voor de lol, dat blijkt toch ook niet het ultieme doel. Sterker nog, dat voelt doelloos en leeg.

Simone van den Burg (31) is filosofe en concentreert zich op ethiek. Ook zij denkt dat een hedonistische levensstijl uiteindelijk niet gelukkig maakt. De korte kicks (feestjes, verre vakanties, nieuwe kleding of meubilair) die je daarbij najaagt, gaan op elkaar lijken: vroeg of laat treedt de verveling in. De filosofe kijkt regelmatig naar Sex and the city. De serie zette haar aan het denken over vrouwen van in de dertig zoals Carrie Bradshaw, die weliswaar meer ervaring in hun werk en de liefde hebben, maar verder nog steeds het leven leiden van een twintiger. Simone: «Je hebt het klassieke idee van het gezin met kinderen; wanneer je moeder wordt, is dat een duidelijke overgang naar volwassenheid. Maar er zijn weinig nieuwe idealen van volwassenheid ontwikkeld; nieuwe visies op hoe je je leven in kunt richten ontbreken. Sommige vrouwen die alles hebben, lijken toch heel arm. Het blijft altijd over hetzelfde gaan. Hebben ze een relatie, gaat het weer uit. Zijn ze net begonnen aan een nieuwe baan, willen ze alweer iets anders. In dat getob kun je blijven hangen.»
Het ís natuurlijk een manier om je niet te vervelen, stelt Simone droog, maar je kunt je aandacht ook verleggen. «Vrouwen zijn zo bezig met het maken van de goede keuzes, misschien moeten ze wat meer aan de natuur overlaten. Dat zeg ik net zo goed tegen mezelf, hoor! Dit zou een nieuwe vorm van volwassenheid kunnen zijn: niet voortdurend je baan, je relatie en je vriendschappen ter discussie stellen, maar het als je missie zien om iets bij te dragen aan de samenleving. En dan werkelijk; 'kijk mij eens met mijn Prada tasje en nu ben ik ook nog idealistisch'? Nee, we moeten een diepere discussie opwekken.»
Willen we ruimte maken voor zo'n zinvolle tijdsbesteding, dan moeten we ophouden met onszelf stiekem te zien als flitsende Carrie Bradshaw's, die zich van drinkontbijt tot cocktailparty een lifestyle hebben aangemeten, in plaats van een echt leven te leiden. Op Simones keukentafel ligt een boek van schrijfster en filosofe Iris Murdoch. In haar filosofische werk heeft zij geschreven over de - opmerkelijk genoeg - negatieve kracht van fantasie. Simone: «Fantasie gaat met je op de loop, richt zich op situaties waarin je zelf het stralende middelpunt bent. In je fantasie zie je jezelf als aantrekkelijk, geliefd en succesvol. Als je niet nadenkt over wat je wilt met je leven, wordt dat fantaseren een mechanisme waardoor je een beeld van jezelf blijft najagen. Daar word je uiteindelijk niet gelukkig van, want die fantasie is erg eentonig. Er moet een ontwikkeling komen in je manier van denken, daar heeft iedereen behoefte aan. Kijk, van zoiets leer ik dan weer een hoop. Als ik merk dat ik aan het fantaseren ben, pak ik het aan. Dan probeer ik me te concentreren op iets zinvols.»
Maar wat is dan wel zinvol? Lagen die nieuwe idealen voor het oprapen, dan gooiden we ze in ons winkelmandje en rekenden we tevreden af. Simone: «Het is ingewikkeld om van tevoren te bedenken wat je een bevredigend leven vindt; dat weet je pas als je er middenin zit. Filosofie is geen recept dat je even kunt uitschrijven, het vereist denkwerk. Een goed mens zijn, is moeilijk. Maar als je minder met jezelf bezig bent, kun je genieten van echte liefde en vriendschap. Je zult aandacht voor anderen moeten opbrengen, met ze mee moeten leven.»
Als je je niet meer eindeloos laat verleiden door een beeld van jezelf (het geslaagde, flitsende evenbeeld van Carrie) krijg je niet alleen binnen je eigen, kleine kring meer ruimte voor anderen, maar ook daarbuiten, denkt Simone. «Dan heb je meer oog voor wat er aan de hand is in Nederland. Er gaat heel wat mis, er vindt een enorme polarisatie plaats tussen oude en nieuwe Nederlanders. Het helpt als je de weg weet in de literatuur, aandacht besteedt aan die problemen en je ook uitspreekt. We moeten aanknopingspunten vinden, zodat de chaos minder groot wordt. Je kunt iets goeds doen door je hersens in te zetten! Dat zie ik als een taak van mij.»
Binnen de zogenaamde morele filosofie vind je een stroming die ervan uit gaat dat karaktereigenschappen niet vast liggen, maar dat je die, ook op latere leeftijd, kunt ontwikkelen. Simone denkt daarbij aan de eigenschap geduldigheid, die je, heel praktisch, in lange vergaderingen kunt trainen. Of aan moedigheid, een eigenschap die je bijvoorbeeld ontwikkelt door een lezing te geven voor een grote groep. Hoe vaker je het doet, hoe moediger je wordt - waarbij je dan weer niet moet doorslaan naar roekeloosheid.
«Het is een hele kunst om uit te vinden hoe je een moreel leven leidt,» zegt Simone. «Je kunt pas echt de stap nemen als je een nieuw ideaal hebt dat je belangrijk vindt. In plaats van gehecht te blijven aan oude, vervelende eigenschappen - dat eeuwige getob bijvoorbeeld - hecht je je aan nieuwe, mooie eigenschappen. Een nieuw ideaal vind je door iets te gaan doen, het liefst iets wat je interesseert, maar vaak komt die interesse juist later pas. Je kunt niet alles uitdenken van tevoren, dan denk je het dood. Dingen doen levert ook filosofie op, het is een wisselwerking. Je moet het eerst ervaren, pas dan ontdek je hoe het de volgende keer beter kan.»

De bevlogen Hatice Kursun (27) is een islamitische journaliste van Turkse afkomst. Zij heeft de ideële daad bij het woord gevoegd en samen met een vriend het boek Mijn geloof en mijn geluk geschreven, waarin ze homoseksuele moslims aan het woord laten. Hatice vindt het belangrijk dat homoseksuelen door moslims met respect worden behandeld (zelf is ze hetero). Voorlopig een ver ideaal, want homoseksualiteit is een groot taboe binnen de moslimgemeenschap. 'Bestaan die dan?', reageerden haar eigen ouders verbaasd toen ze vertelde dat ze homoseksuele moslimvrouwen interviewde. Hatice: «Ze zeiden: weet je wel wat je doet? Een netjes opgevoede moslim is geen homo, was hun redernatie. Pure onwetendheid. Inmiddels denken ze er veel genuanceerder over. We hebben één gezin overtuigd! Met het schrijven van dit boek kon ik islamitische homo's helpen. Iedere journalist, ieder mens hoort idealen na te streven. Allah heeft mij een talent gegeven en dat moet ik goed gebruiken. Het lukt niet elke minuut, maar ik ben hier heel trots op. We hebben het gedurfd! Ook al zal er geen revolutie uitbreken, we kunnen wel iets veranderen. De eerste generatie Turken en Marokkanen beheerst het Nederlands niet goed, ik denk dat het boek aan hen voorbij zal gaan. Maar de tweede generatie gaat erover praten. En bespreken betekent erkenning: moslimhomo's bestaan.»
Haar geloof is een belangrijk houvast voor Hatice. Thuis kreeg ze de praktische kant van de islam mee: het bidden, de regels, maar ze miste de geestelijke voeding en is daarom zelf op zoek gegaan. «Ik heb ontdekt dat ik de Koran het mooiste boek vind dat er is. Ik besefte dat Allah wil dat je anderen helpt. Ik probeer iets bij te dragen aan een goede samenleving en doe dat vanuit een islamitische invalshoek. Maar dat kan ook een andere invalshoek zijn; probeer zelf een bron te vinden, ga op zoek!»

Hatice hekelt het individualisme in Nederland. «Hier heerst de gedachte: ik leef voor mezelf. Als de familie die leefwijze afkeurt, interesseert dat niemand wat. Ik vind het prettig dat we er als moslims voor elkaar zijn, een gemeenschap vormen. We zorgen voor elkaar. Maar moslims die het geluk van hun ouders boven hun eigen geluk stellen, gaan voor mij ook te ver. In onze moslimgemeenschap moet je leven volgens een vast stramien, waarin je jezelf niet goed kunt ontplooien. Terwijl ik denk dat het belangrijk is om zelf uit te vinden wat je idealen zijn. Ik streef naar een combinatie van de wij- en de ik-cultuur. Het is een ideaal van mij om eraan bij te dragen dat moslims kritisch naar zichzelf kijken. Wij zijn nu nog een gesloten gemeenschap en dat moet veranderen.»
Haar moeder kwam destijds als analfabeet naar Nederland, zelf ging Hatice studeren: journalistiek en daarna Islamkunde. Vurig zegt ze: «Vanzelfsprekend doorgaan met leven betekent stagnatie en dat wil ik niet, dat is droevig. Wat doe je tegen stagnatie? Kennis verwerven. Mijn grootste, zelf gevonden ideaal is m'n ziel voeden met kennis.»
Het is lang niet altijd makkelijk om haar idealen te realiseren, ondervindt Hatice. Ze streeft naar begrip tussen verschillende culturen; desondanks begrijpen haar Duitse, niet-islamitische vriend en zij elkaar vaak niet omdat hij een totaal andere achtergrond heeft. «We proberen een mooie middenweg tussen twee culturen te vinden, maar het gaat moeizaam,» zegt ze een beetje droevig. «We werken eraan, het is nog niet gerealiseerd. Als het gaat lukken zou het prachtig zijn.»
In Nederland wordt steeds vaker geroepen dat allochtonen zich aan de normen en waarden moeten houden die hier gelden, terwijl ondertussen niemand meer lijkt te weten welke dat precies zijn. Juist onder allochtonen kun je nog een sterk moreel besef vinden, als je beter kijkt. Hatice: «Ik voel me absoluut niet aangesproken door politici die het over een gebrek aan normen en waarden hebben. Ik geloof in zelfdiscipline en begrenzing. Het motto 'vrijheid blijheid' gaat niet op. Vrijheid betekent voor mij dat je binnen een begrenzing bepaalde keuzes kunt maken.» Hoe doet ze dat, concreet? Hatice leidt een gedisciplineerd bestaan: ze gaat om twaalf uur naar bed en staat om acht uur op, sport dagelijks, eet zo gezond mogelijk en besteedt een groot gedeelte van haar tijd aan studeren. Bovendien bidt dagelijks en houdt ze zich aan de ramadan. «In mijn ruimte ben ik gelukkig, ik zoek geen grenzen op, geen avontuur. Ik wil niet 's avonds voor de tv zitten en denken: ik heb niets gedaan met mijn dag. Ik vind dat je op je eigen manier productief moet zijn. Ik weet wat mijn doel is: kennis verwerven en mensen helpen.»
Dat laatste ideaal brengt ze, behalve door het schrijven van haar boek, ook in praktijk door als vrijwilliger te werken met geestelijk gehandicapten. Verder probeert ze vriendelijk te zijn voor mensen. «Vriendelijkheid is schaars, ik mis dat,» zegt ze. «Ik ben opgegroeid in een klein, Nederlands dorp en woon nu in Leiden. Op mijn eerste dag in de stad knikte ik vriendelijk naar een oud vrouwtje. Ze draaide haar hoofd om. Dat doet mij pijn. Ik vind het mooi om broederschap te creëren. En we moeten ook broeders zijn met andersdenkenden.»

Hatice is optimistisch: zij ziet veel idealistische vrouwen om zich heen. Ook politica Agnes Kant (35), van de sterk groeiende Socialistische Partij, proeft bij haar generatiegenoten een nieuw verlangen naar idealen. Agnes: «Meerdere mensen per week die zich nooit eerder met politiek bemoeid hebben, melden zich bij ons. Bijvoorbeeld een politieagente die zei: 'Ik kom in mijn werk daklozen tegen die niet worden geholpen. We moeten die mensen fatsoenlijk opvangen'. Zij wil er nu zelf wat aan doen. Er is duidelijk iets aan de hand! Ik voel dat individualisme, maar er is ook een stroming die wel voor anderen wil opkomen en er samen iets beters van wil maken.»
Anderzijds is Agnes teleurgesteld in haar vrouwelijke generatiegenoten, die de vruchten plukken van het feminisme, maar zelf niet bereid zijn te vechten voor minder bedeelde seksegenoten. «Het stoort me dat vrouwen niet solidair zijn. Zelf hebben ze een geweldige carrière, maar om de heroïnehoer in hun straat maken ze zich niet druk - ja, hoogstens vanwege de dalende waarde van hun huis,» zegt ze fel. «We helpen haar niet, we kijken toe! Dat vind ik vreselijk. En zo moeten we ons ook iets aantrekken van allochtone vrouwen, een groep die voor een deel nog niet geëmancipeerd is. Er wordt gezegd dat zij het zelf moeten doen. Uiteindelijk wel ja, maar dat is te makkelijk gedacht; misschien hebben ze wel een duwtje nodig, of een spiegel. Wij moeten onze mond opendoen.»
Agnes Kant maakt zich boos over het gebrek aan solidariteit in de samenleving. Als je je kwaadheid toont, word je al gauw raar aangekeken: overdrijf toch niet zo. Terwijl het een vorm van energie is, waar mooie dingen uit voort kunnen komen. Maakten we ons maar wat vaker kwaad. Agnes: «Het gevoel van onrechtvaardigheid is een belangrijke brandstof om mij draaiende te houden. Natuurlijk doe ik dit werk ook voor mezelf, maar niet alleen, dan zou ik het niet volhouden. Politiek is niet leuk, of zo. Van het winnen van een debat geniet ik hoogstens kortstondig. Nee, het meeste geniet ik als ik voor elkaar krijg dat mensen voor zichzelf opkomen. Ooit kreeg ik een stapel brieven van ouders en hulpverleners over hetzelfde probleem: verstandelijk gehandicapte kinderen zaten, nadat ze van school af waren, thuis achter de geraniums. Ik heb die mensen bij elkaar gebracht en gezegd: 'Voer actie op het binnenhof en neem je kinderen mee'. Dat was een succes! Zij hebben gemerkt dat je zelf kunt vechten en dat het ertoe doet.»
Hoe vind je volgens Agnes nieuwe idealen? «Denk vooral niet dat je de politiek in moet, dat heb ik ook nooit gedacht. Ik heb net zoveel respect voor mensen die iets doen in hun eigen kleine leefomgeving als tegen de honger in de wereld. Maar als je begint met je hart te volgen en je verstand erbij houdt, kan dat ertoe leiden dat je politiek bewust wordt.» Net als de filosofe en de islamitische journaliste zegt ze: «Stel jezelf de vraag: wat kan ik doen? En zijn er nog meer mensen die dit willen?»


 
 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Marie Claire.

 
Bestel Na Delphine bij Bol.com