de school of de ouders:
wie is er overdag verantwoordelijk voor onze kinderen?

Wie zorgt er overdag voor onze kinderen? Mag je de school voor de opvang verantwoordelijk stellen, of de ouders? De heersende mentaliteit is hier nog altijd: je hebt gekozen voor kinderen, dus dan moet je het ook zelf regelen. Ga er maar aanstaan, zeker als werkende moeder. Lang niet elke school biedt immers buitenschoolse opvang en de kwaliteit laat vaak te wensen over. Nederland loopt behoorlijk achter vergeleken met het buitenland. Het wordt tijd voor verandering.

Organisatietalent, dat heb je als moeder wel nodig in Nederland. Vooral werkende moeders breken zich het hoofd over de opvang van hun kinderen en moeten bijzonder inventief te werk gaan. Ouders met vroege werktijden hebben een probleem: lang niet elke school opent op tijd de deuren. Uit cijfers van het Ministerie van Onderwijs blijkt dat een minderheid van de scholen (42%) voorschoolse opvang biedt. Naschoolse opvang is al veel gebruikelijker (82%), maar daarmee is nog niet gezegd dat de kwaliteit is gewaarborgd. Veel scholen werken met vrijwilligers van wie je als ouder maar moet hopen dat ze veilig en pedagogisch verantwoord bezig zijn - hoe goedbedoeld hun hulp ook is. Ook tussen de middag werken basisscholen vaak met onbetaalde krachten zonder speciale opleiding.  

Wie is er uiteindelijk verantwoordelijk voor de opvang van onze kinderen, de school of de ouders? Mag je als moeder van een school verwachten dat die overdag zorgt voor goede opvang, of is dat te veel gevraagd? Mariangeles Nogueras, auteur van het boek Het gezin als onderneming en Draaiboek voor drukke gezinnen , moet ervan zuchten. Voor haar is het niet meer dan logisch dat de school overdag de verantwoording draagt. Het wordt werkende moeders in Nederland overdreven moeilijk gemaakt, vindt ze. In haar geboorteland Spanje is het volkomen normaal dat kinderen gedurende de werkdag professioneel worden opgevangen. "Daar zorgen scholen overdag voor een complete opvoeding. In Nederland is veel veranderd, moeders zijn massaal gaan werken, maar de infrastructuur is niet aangepast. De meeste scholen zijn niet flexibel en gaan nog steeds op dezelfde tijd open en dicht. Daar moet echt verandering in komen."  

In landen als Spanje, Italië, Engeland en België krijgen de kinderen bovendien tussen de middag warm eten. Beter voor de kinderen, beter voor de moeders, aldus Mariangeles Nogueras. "Moeders hoeven dan niet na acht uur werken een tweede oorlog te beginnen," zegt ze. "De kinderen én de moeders zijn moe aan het eind van de dag. In Nederland moet je doen alsof het hartstikke leuk is om nog eens vlees te braden en de pannen af te wassen. Moeders worden hier chagrijnig van en terecht!"

Uitje op de hei

Bij gebrek aan goede naschoolse opvang heeft Dorinda Verhoeven jarenlang kinderen thuis opgevangen, een oplossing waartoe veel ouders overgaan. Prachtig, die initiatieven, maar het zegt veel over hoe het in Nederland is geregeld. Haar ervaring is dat kinderen de naschoolse opvang vaak niet leuk vinden. Natuurlijk zijn er scholen die het goed doen, maar er zou een constante kwaliteit geleverd moeten worden. Nu moet je maar het geluk hebben dat je een goede school treft die het professioneel aanpakt.

Dorinda Verhoeven ging tien jaar geleden eveneens als vrijwillige overblijfkracht aan de slag. Nu vangt haar bedrijf Dakovda tussen de middag in totaal 1500 kinderen van zeven verschillende basisscholen op en heeft ze 22 mensen in dienst. Scholen blijven bij haar aankloppen. "Wij hebben momenteel een wachtlijst. Als er iets fout gaat met de tussenschoolse opvang, is het bestuur aansprakelijk. Dus nu breekt de paniek uit. Er is duidelijk een tekort aan goeie overblijfkrachten." Zij signaleert een omslag in de manier van denken; het overgrote deel van de kinderen (80%)   die nieuw op de basisscholen komen waar zij voor werkt, maakt gebruik van de tussenschoolse opvang. Desalniettemin is Dorinda Verhoeven van mening dat ouders overdag verantwoordelijk zijn voor de opvang. "Dat lijkt misschien in tegenspraak met mijn werk, maar ik ben daar ouderwets in," zeg ze. "De school is er om de kinderen wat te leren, niet om ze op te voeden. Maar als je dan toch opvang biedt, moet je het goed doen."

Irene Tullemans van de Stichting Onderwijsklachten krijgt stapels klachten binnen van werkende moeders. Zij hebben het gevoel dat ze alleen staan; hun kritiek wordt vaak niet serieus genomen door de school en er zijn weinig mogelijkheden om het opvangbeleid aan te vechten. Ouders kunnen weliswaar bij een officiële klachtencommissie terecht, maar de adviezen van deze commissie zijn niet bindend. Irene Tullemans: "Kinderen hebben op de basisschool vaak onverwacht vrij, waardoor werkende ouders in de problemen komen. Ik heb daar zelf ook mee te maken gehad toen mijn kinderen kleiner waren. Dan hadden de leraren ineens weer een uitje op de hei waarbij ze met z'n allen aan reflectie gingen doen. Ik vind dat niet kunnen. De kinderen hebben al zoveel vrij, zeker de kleintjes. Een studiedag is prima, maar kondig 'm niet een week van tevoren aan."

Opvang op pantoffels

Veranderingen zijn op komst: vanaf augustus 2006 ligt de verantwoordelijkheid voor het overblijven bij de scholen. (Nu al zijn ze verplicht hiervoor een WA-verzekering af te sluiten.) En in januari volgend jaar wordt de zogenaamde inspanningsverplichting van kracht: basisscholen moeten dan aantoonbaar moeite doen om voor- en naschoolse opvang voor hun leerlingen te regelen, van half acht 's ochtends tot half zeven 's avonds. Een enorme omschakeling waar veel scholen nog nauwelijks op zijn voorbereid. Uit een steekproef onder directeuren van basisscholen, in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, blijkt dat nog maar drie op de tien basisscholen momenteel opvang biedt. Het merendeel daarvan (63%) besteedt de opvang uit.

Anneke Slegers is directeur van basisschool de Bikube in de Haarlemmermeer, een zogenaamde kantoortijdenschool. De naam zegt het al: haar school vangt de kinderen gedurende kantoortijden op. Een uitzondering, want volgens haar zijn de meeste scholen er absoluut niet klaar voor. "Het is echt absurd," zegt ze. "Hoe kun je die verplichting leveren zonder financiële middelen? Tussen 2007 en 2010 gaat de overheid er pas geld voor uittrekken, dan kan de kantoortijdenschool verder worden doorgevoerd. Maar dat is te laat."

Anneke Slegers is gespecialiseerd in de buitenschoolse opvang, bezocht conferenties in verschillende Scandinavische landen en in Duitsland. Ze zag in Zweden hoe lief de begeleiders met de kinderen omgaan, op hun pantoffels, heel warm en huiselijk. Bovendien zijn de voorzieningen daar geweldig: de scholen hebben allemaal geschakelde gebouwen met veel buitenspeelplaatsen. Ook in Duitsland zag ze dat veel wordt geïnvesteerd in materiaal, in speelgoed. "Je schrikt gewoon hoe beperkt het bij ons is," zegt ze.

Zij noemt haar project een gat in de markt. Haar school kan de vraag naar buitenschoolse opvang bijna niet meer aan. Gemiddeld 15 kinderen maken nu gebruik van de voorschoolse opvang. Twee volle groepen van 40 kinderen worden na school opgevangen, een derde groep gaat binnenkort van start. "Ouders waren in het begin bang dat het zielig was om hun kind door ons te laten opvangen, maar ze zagen al snel dat het werkt. Wij volgen één doorgaande pedagogische lijn. Hun vertrouwde juf brengt de kinderen naar een andere vleugel, waar ze fruit en drinken krijgen en lekker kunnen spelen. Wij hebben een voorbeeldfunctie, laten zien dat het mogelijk is om kinderen optimaal op te vangen. Ik zie onze school als een leefatelier."

Te weinig professionals

Anneke Slegers maakt lange dagen, schraapt met moeite de financiën bij elkaar en werkt voor een groot deel met vrijwilligers, die een korte cursus gevolgd hebben en een bescheiden vergoeding ontvangen. Met veel passen en meten krijgt zij de opvang financieel rond.

Mariangeles Nogueras pleit voor professionalisering van de opvang. "Lesmoeders, poetsmoeders, overblijfmoeders: ik vind het idioot wat er allemaal van moeders gevraagd wordt. Af en toe meehelpen met het organiseren van een feestje, is prima,   maar die cultuur van vrijwilligheid moet worden afgeschaft. Nederlandse scholen horen met professionele krachten te werken. Opvang is meer dan kinderen in een lokaal stoppen en ze stilhouden. Leer ze om goed met elkaar om te gaan, leer ze tafelmanieren, ontwikkel een goed pedagogisch programma voor de kinderen."

Ook Irene Tullemans vindt het geen goede zaak dat scholen met vrijwilligers werken. "In Nederland is de opvang veel te amateuristisch. Als je vindt dat je kind niet goed wordt opgevangen is het lastig om een vrijwillige moeder erop aan te spreken. Want zij doet het ook maar voor niets. Overhandig je je kind aan een professional dan kun je makkelijker eisen stellen aan de opvang. De overheid moet zich hier veel intensiever mee bemoeien. Geef scholen een flink budget zodat ze de opvang aan professionals kunnen overlaten."

Naar McDonald's in de vrije uren

Zitten de kinderen eenmaal op de middelbare school, dan wordt het regelen van de opvang vaak pas echt ingewikkeld. Veel moeders kloppen daarover bij de Stichting Onderwijsklachten aan; vooral lesuitval is een chronisch probleem. Irene Tullemans: "De eerste twee jaren worden kinderen nog wel opgevangen als ze een paar uur vrij hebben, maar in de hogere klassen laat de school de kinderen aan hun lot over. Die kinderen gaan vaak rondzwerven, de stad in, naar McDonald's. Je mag toch als ouder tenminste verwachten dat je kind van negen tot drie op school is. Scholen kunnen best een oplossing vinden. Bied kinderen een alternatief aan, laat ze in het computerlokaal aan hun werkstuk werken, of huiswerk maken onder toezicht. Scholen moeten hun verantwoordelijkheid nemen."

Zij is zelf moeder van drie kinderen en vindt het bar ingewikkeld met al die wisselende roostertijden en de vele lesuren die uitvallen. "Voor mijn kinderen hield ik alles bij op een schoolbord, maar ik ben er mee opgehouden omdat ik alle wijzigingen niet kon bijhouden. Zelf kan ik grotendeels thuiswerken, maar hoe je opvang moet regelen als je buitenshuis werkt?"

Bijkomend probleem is dat de politiek weinig middelen heeft om scholen op de vingers te tikken. Ouders kunnen via Medezeggenschapsraden proberen invloed uit te oefenen, maar schooldirecteuren trekken zich daar lang niet altijd wat van aan. Bij een school in Veghel protesteerden de ouders met succes tegen veelvuldige lesuitval: ze dreigden samen met alle kinderen te staken. Deze school stuurt nu geen kind zomaar meer naar huis als er lessen uitvallen.

Ook middelbare scholen hebben de taak om kinderen overdag op te vangen, vindt Mariangeles Nogueras. De school is er niet alleen om les te geven in wiskunde of biologie, maar ook om kinderen opvoedkundige waarden mee te geven. "In andere landen heb je clubs waar kinderen na school hun huiswerk doen. Ze kunnen er ook computeren, schaken of leren koken - en dat desgewenst tot negen uur 's avonds. Het kan zo eenvoudig zijn. Natuurlijk kosten zulke voorzieningen geld, maar je krijgt er iets voor terug: familieleven, rust en vrije tijd."


 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Libelle.