heilig vuur

Vijf vooraanstaande vrouwelijke kunstenaars vertellen over hun heilig vuur. Wat drijft hen? Kunstenaressen van nu worstelen bij vlagen, maar hebben vooral plezier in hun werk.

Bethany de Forest

kunst voor bij de kapper

«Mijn atelier noem ik ook wel m'n zomerhuisje,» zegt Bethany de Forest (35) blij. Zij beschouwt het kunstenaarschap niet als een worsteling, heeft vooral plezier tijdens het maken van haar kunstwerken. Om inspiratie zit ze niet verlegen, ze is met minstens drie projecten tegelijk bezig. Bethany maakt maquettes van vreemde materialen, zoals suikerklontjes, kaarsvet en zelfs vlees (dat ze met een speciale hars bewerkt om verrotting te voorkomen). Van deze maquettes neemt ze foto's met een zelfgemaakte pinhole camera (de oervorm van een fototoestel), waarmee ze een vervreemdend effect bereikt. Langoustines, zeepaardjes, asperges en aardbeien figureren levensgroot in haar werk.

Ook heeft ze een fascinatie voor insecten, die als aandoenlijke personages door haar foto's wandelen. Haar atelier bevindt zich in een oude kruitfabriek tussen de weilanden, op fietsafstand van haar woonplaats Amsterdam. De natuur inspireert haar; tijdens de herfst is ze met haar pinhole camera in het bos te vinden om paddestoelen te fotograferen. Ze is gefascineerd door de structuur van een boom, een blaadje of een steen en ligt zonder enige aarzeling op de grond om met een pinhole blik naar de wereld te kijken.

Bethany: «Ik vind het prettig om alleen te werken. Op mijn atelier zit ik helemaal in mijn eigen wereldje, daar krijg ik echt een kick van.» Sinds ze een dochter heeft, kan ze niet meer spontaan tot negen uur 's avonds doorwerken. «Ik ben meer met mijn werk bezig dan met mijn omgeving, dat heb ik altijd gehad. Mijn dochter was een vrij heftige baby; in het begin vond ik het moeilijk dat ik steeds uit m'n concentratie werd gehaald. Als ik ergens midden in zit, ben ik gewend om door te gaan en in die sfeer te blijven hangen.»

Haar werk is direct, kent geen dubbele lagen. De kijker kan zijn fantasie de vrije loop laten. Het is meermalen voorgekomen dat een bewonderaar van haar surrealistische landschappen dacht dat die werkelijk bestonden, terwijl hij toch echt in De Forest-land terecht was gekomen - voor de kunstenares het ultieme compliment.

Bethany exposeert al jaren met succes in het buitenland, pas sinds kort krijgt ze ook in Nederland erkenning. «In de grote kunstwereld voel ik me niet thuis,» zegt ze. «Ik hoor daar niet bij. Wat ik mis in de kunst is humor. Van kenners krijg ik te horen dat ik 'exclusief' moet blijven. Onzin. Mijn werk hoeft echt niet alleen in een museum te hangen, ik wil dat zoveel mogelijk mensen het zien. Daarom hangt het ook bij de kapper; hebben klanten tenminste iets om naar te kijken tijdens het blonderen van hun haar.»

Rosemin Hendriks

terrein winnen tijdens het tekenen

«Als ik een tekening heb verkocht, ben ik altijd licht verdrietig. Ik maak het en dan is het weg.» Rosemin Hendriks (34) betreurt het dat ze geen enkel werk van haar hand in huis heeft. Een luxe probleem, want al haar levensgrote tekeningen worden direct verkocht; er is zelfs een wachtlijst.

Ze maakt sinds jaren bijna uitsluitend zelfportretten, als puber zette ze al een spiegeltje op tafel om zichzelf te portretteren en tegenwoordig neemt ze een foto als uitgangspunt. Narcisme? «Ik gebruik mezelf als materiaal, mijn hoofd heb ik altijd bij me,» zegt Rosemin nadenkend. «Ik heb wel geprobeerd om andere onderwerpen te tekenen, maar ik kwam er steeds weer bij terug. Ik vind het leuk om foto's van mezelf te maken en te kijken wat daar uitkomt. Vlak voor ik de trein instap, ga ik vaak nog een pasfotohokje in; je krijgt weer een heel ander effect dan voor een digitale camera. Ik heb alleen verantwoordelijkheid tegenover mezelf, hoef niet op de gelijkenis te letten tijdens het tekenen. Dat biedt meer ruimte tot verbeelding; het wordt pas spannend als ik bijna niet meer op de foto lijk. Het is geen zelfonderzoek in de zin van: wie ben ik? Wanneer ik mezelf teken, ben ik het niet meer, concentreer ik me op de vorm. Die persoon in mijn tekening is er eigenlijk nooit geweest.»

Ze tekent wenkbrauwen als jaarringen, oren als mossels, ogen als een albatros, een neus als een kippenbotje en staat er zelf verbaasd over. Toen ze naar de kunstacademie ging, had ze zich voorgenomen om snelle, wilde schilderijen te gaan maken. Nu werkt ze weken, soms maanden achtereen aan een tekening met voorzichtige houtskool. Rosemin: «Ik heb gemerkt dat het interessant wordt als je tegen je eerste neiging ingaat. Ik maak iets wat bijna te moeilijk is. Ik rek mijn grenzen op en win langzaam terrein. Dit is mijn manier om betekenis te geven.»

Sinds ze een kind heeft gekregen is haar tijd kostbaar. «Vroeger moest ik uitgerust zijn, goed hebben gegeten en zette ik m'n telefoon uit omdat ik niet gestoord wilde worden. Nu teken ik gewoon door terwijl m'n zoontje in de andere kamer ligt en m'n man naast me het konijnenhok schoonmaakt.» Vlak voor een expositie slaat de stress toe, Rosemin werkt door tot het laatste moment. «Als ik zo'n grote tekening laat inlijsten heb ik het gevoel dat ik tien jaar ouder word. Ik ben bang dat hij tijdens het vervoer beschadigt en pas met de lijst eromheen kan ik zien of het werk echt goed is. Dat is de ultieme test. Soms hang ik de tekening dan toch niet op, omdat hij het niet waard is om geëxposeerd te worden.»

Carla van de Puttelaar

de schoonheid van een schram

«Ik zit dicht op de huid. Kippenvel, een blauwe plek of een schram vind ik prachtig.» De stem van Carla van de Puttelaar (34) schiet de hoogte in van enthousiasme. Zo verstild als haar foto's zijn, zo druk en bewegelijk is ze zelf. Je kunt je bijna niet voorstellen dat deze kunstenares uren onder een doek staat te fotograferen met de technische camera. En als je haar chaotische huis ziet dat volhangt met haar eigen foto's, is het moeilijk in te denken dat ze uiterst secuur is in haar keuze van het materiaal, het maken van afdrukken.

Carla: «Wanneer ik aan het fotograferen ben, bestaat er niets anders. Als een beeldhouwer modelleer ik wat ik zie; hoe het licht valt, hoe het model haar hand moet houden, welke moedervlek of schram ik wil hebben. Dat klinkt vrij koel en dat is het ook. Ik laat de kwetsbaarheid maar ook de kracht van vrouwen zien. Bepaalde kenmerken die in de glamourfotografie worden weggepoetst, vind ik juist mooi. Afgekloven nagels bijvoorbeeld: zo'n persoonlijk, ontroerend detail. Of een blauwe, zichtbare ader, daar kan ik me echt over verbazen. De koele, porseleinachtige kleur van mijn foto's contrasteert met die intimiteit. Het is de uitdaging om iets te maken waarmee ik mezelf verbaas.»

Commerciële opdrachten neemt ze bijna nooit aan, ze maakt alleen af en toe een boekomslag als het onderwerp haar ligt. «Ik heb hoge kosten, maar ik wil geen concessies doen. Met de technische camera is één negatief al duur en dan heb ik nog niet eens een afdruk gemaakt. En wat dacht je van de werken die niet worden verkocht? Toch wil ik fotograferen zonder restricties, ik ben een vrij kunstenaar!»

Ze heeft lang niet altijd inspiratie: «Het gaat in golven, dat aanvaard ik inmiddels gelaten. Ik vertrouw er maar op dat ik op een dag weer weet waar het naartoe moet.» Dit jaar heeft ze de basisprijs van de prestigieuse Prix de Rome gewonnen; haar nominatie leidde tot een enorme werkdrift en een resultaat waar ze zelf trots op is. Maar critici verweten haar een gebrek aan engagement. Carla verontwaardigd: «Ik ben door de schilderkunst geïnspireerd, daar liggen mijn wortels. Als je de ontroering van de pure schoonheid kunt bereiken, wat is er nou mooier dan dat? In de Sixtijnse kapel val ik om van de schoonheid. Hoe is het mogelijk? Dat licht, die kleuren! De verschrikkingen in de wereld laten mij niet koud, maar daar gaat het niet over in mijn kunst. En dat hoeft ook niet. Ik wil ontroeren.»

Judith Krebbekx

reizen in de geest

«Ik heb te vaak inspiratie,» zegt Judith Krebbekx (34). «Ik moet mezelf echt afremmen, anders werk ik maar door. Ik zit vijf, zes dagen per week in mijn atelier en de zevende dag kijk ik naar kunst in een museum.» Ter inspiratie maakt Judith collages, scheurt ze advertenties uit, bekijkt ze kunst van collega's in hun ateliers, of vraagt ze vrienden om te poseren. «Ik kijk altijd als een schilder, dat is een afwijking die niet meer over gaat,» zegt ze. «Ik let erg op vormen; als iemand voor een plant zit, ziet het er voor mij uit alsof er een tak uit z'n hoofd steekt. Dan ga ik toch even anders zitten om het beeld bij te stellen. Buiten maak ik vaak foto's waarbij een ander denkt: wat is daar nou aan? Een knalroze met oranje verpakking op het blauw-grijze asfalt kan ik zo mooi vinden.»

Toen Judith een aanbieding kreeg om in Kaapstad te werken en te exposeren kwam ze op het idee om grote gezichten met een extatische, ontoegankelijke uitdrukking te schilderen. «Ik ontdekte dat het reizen per bus of vliegtuig me niet zo interesseert, maar dat het reizen in de géést me inspireert. De verrukking die ik weergeef, zie je ook in de oude beeldhouw- en schilderkunst. Sacrale onderwerpen werden rond 1600 soms op een vulgaire manier geschilderd. Tegenwoordig zie je juist dat in de reclame vulgaire onderwerpen op een sacrale manier worden verbeeld: een vrouw die extatisch kijkt omdat ze het juiste parfum heeft.»

Judith heeft net een hectische periode achter de rug, met diverse tentoonstellingen. Nu is het weer tijd om zich terug te trekken in haar atelier en nieuw werk te maken. Op het moment gaat het schilderen vloeiend. Judith: «Het lijkt dan alsof het schilderij me zegt hoe het moet worden. Voor deze concentratie moet ik absoluut alleen zijn. Ik houd van de stilte, de rust tijdens het schilderen. Natuurlijk ken ik ook ploetertijden; zonder droefenis kan er geen blijdschap zijn. Als het moeizaam gaat, voer ik een eenzaam gevecht. Dan werk ik maar gewoon door tot ik er weer uitkom; inmiddels weet ik dat die worsteling altijd wat oplevert. Dat is het kunstenaarschap, denk ik.»

Tevreden constateert ze: «Ik ben mijn eigen opdrachtgever.» Al brengt dat ook onzekerheid met zich mee. «Soms zit ik maanden in mijn atelier en ziet niemand mijn schilderijen. Best eng, want stel dat niemand het mooi vindt? Tegelijkertijd is het juist goed, want daardoor maak ik wat ik zelf wil, zonder rekening te houden met het publiek. Soms schilder ik iets waar ik zo gelukkig van word. Dan fiets ik helemaal blij van mijn atelier naar huis, met het gevoel dat ik de schilderkunst nu echt begrijp. Bij het volgende schilderij blijkt natuurlijk dat ik er níets van heb begrepen.»

Maura Biava

het vanzelfsprekende talent van een waternymf

«Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot het water.» Maura Biava (32), Italiaanse, woonde als kind dichtbij zee en is net naar een riant Amsterdams appartement aan het water verhuisd. Die invloed is in haar kunst te zien; zo heeft ze een DVD gemaakt waarin ze zingt onder water. Betoverend voor de kijker, een krachtsinspanning voor Maura: ze liet zich verankeren aan de bodem en duikers voorzagen haar van zuurstof. De momenten dat ze ademhaalde, heeft ze eruit geknipt, zodat de kijker kan geloven in haar onderwaterwereld.

Haar familie in Italië klaagt wel eens dat ze altijd maar aan het werk is. Maura kan het niet helpen, ze heeft zoveel ideeën die ze nog wil uitvoeren. Zo bedacht ze Carla, Barbara en Claire, fictieve personen met wie het publiek via internet contact kon leggen (800.000 mensen bezochten de site). Deze drie personages deden onderzoek naar de geschiedenis van Europa. Maura schreef een compleet script voor ze en stelde boekjes 'van hun hand' samen met uitspraken van filosofen en historici. Ook maakte ze foto's door heel Europa die de fictieve studentes weer verstuurden via internet. Uiteindelijk resulteerde dit project in een monument voor Europa dat mede door bezoekers van de Carla-, Barbara- en Claire-site werd bedacht. «Het idee van de kunstenaar die alles weet, is achterhaald,» vindt Maura. «Deze democratische manier van werken bevalt me. Ik was een fan van internet zodra ik het ontdekte. Je kunt zonder angst spelen met fictie en werkelijkheid. Mensen zoeken op internet andere kanten van zichzelf op, spelen met hun identiteit. En daar gaat mijn werk ook over: perfect voor mij dus.»

Bij het maken van het Europa monument had ze een enorm budget ter beschikking. De telefoon zwijgt zelden, ze krijgt steeds weer nieuwe, interessante opdrachten. Sinds een show in Kopenhagen zeven jaar geleden de aandacht trok, heeft ze haar naam gevestigd. Een jaar later kwam ze naar Nederland om aan de Rijksacademie te studeren, een intensieve, tweejarige masterclass waar slechts een select groepje kunstenaars wordt toegelaten. Het succes lijkt Maura niet te verbazen, haar talent is een vanzelfsprekendheid. «Als vrienden me vragen of ik meega naar een opening in Londen zeg ik meestal nee; in die twee dagen werk ik liever. Ik hoef niet zo nodig trendy te zijn, beroemder en beroemder te worden. Dat kan over een paar jaar ook nog.»

Ze rommelt in haar boekenkast, waar een boek over bol- en knolgewassen broederlijk naast een architectuurstudie staat, toont foto's en tekeningen, geeft een prachtig uitgegeven boekje van haar hand zomaar weg. Binnenkort gaat ze lekker een maand naar Egypte om onderwaterfoto's te maken. Kunst een strijd? Welnee. Kijk maar naar deze waternymf, die zich in haar hoofd al weer mee laat voeren door een stroom nieuwe fantasieën.


 
 

© Copyright Siska Mulder - www.siskamulder.nl
Op de inhoud van deze site berust copyright, niets van de inhoud van deze website mag zonder de uitdrukkelijke toestemming
van de auteur of haar vertegenwoordigers worden overgenomen op wat voor manier of in welke vorm dan ook.
Dit artikel is eerder verschenen in Marie Claire.